

Kabinet stelt grenzen aan gedoogbeleid






Door een onzer redacteuren 


DEN HAAG, 1 NOV. Het kabinet wil dat er
grenzen worden gesteld aan het gedoogbeleid. Dit schrijft minister
Sorgdrager (Justitie) in een nota die zij vandaag naar de Tweede Kamer
heeft gestuurd. De overheid mag niet lichtvaardig of willekeurig gedogen
en moet achteraf worden gecontroleerd.


Gedogen houdt in dat een overheidsinstantie een overtreding van de wet
constateert, maar om uiteenlopende redenen afziet van handhaving of
strafvervolging. Op tal van gebieden komt dit in Nederland, maar ook in
het buitenland voor, schrijft Sorgdrager in haar nota 'Grenzen aan
gedogen'.

Het bekendste voorbeeld is het gedoogbeleid bij softdrugs. Hoewel handel
in softdrugs volgens de Opiumwet is verboden, staan gemeenten, politie
en justitie toe dat coffeeshops kleine hoeveelheden softdrugs verkopen.

Ook in het bestuursrecht (met name op milieugebied) worden overtredingen
vaak gedoogd omdat er belangen in het geding zijn die zwaarder wegen dan
een strikte handhaving van de wet. Vaak gebeurt dat in
overgangssituaties. Die doen zich vooral voor bij nieuwe milieuwetten
met ingrijpende gevolgen voor bedrijven. Zolang de onderneming nog niet
aan de nieuwe eisen voldoet wordt dan een gedoogbeschikking afgegeven.

Het kabinet vindt wel dat er duidelijke grenzen moeten worden gesteld
aan gedogen. De overheid moet achteraf worden
gecontroleerd, door volksvertegenwoordiging, Rekenkamer of ombudsman.
Gedogende instanties als gemeenten of provincies moeten verantwoording
afleggen bij gemeenteraad of Provinciale Staten.
Gedogen mag alleen bij hoge uitzondering, en moet worden beperkt in
omvang en tijd. Bij coffeeshopbeleid wordt een uitzondering gemaakt: het
kabinet stelt dat het achterliggende belang van de Opiumwet -
bescherming van de volksgezondheid - beter wordt gediend door gedogen
dan door strikte handhaving. orgdrager vindt gedogen op grond van een
belangenafweging aanvaardbaar. Gedogen ,,uit onwil is per definitie
onaanvaardbaar''. Dat gebeurt vaak als de regelgeving slecht uitvoerbaar
is of als de uitvoerende instantie te weinig capaciteit heeft om de wet
te handhaven. Het kabinet bepleit bij het opstellen van wetten meer
aandacht voor de handhaafbaarheid.











