Bankroet dreigt voor acht scholen in Rotterdam
Door onze redacteur WUBBY LUYENDIJK 
ROTTERDAM, 29 OKT. Het voortbestaan
van het openbaar voortgezet onderwijs in Rotterdam loopt gevaar. De acht
scholen gaan failliet als het gemeentebestuur niet op korte termijn ten
minste 17 miljoen gulden beschikbaar stelt en een drastische
reorganisatie doorvoert.
Tot deze conclusie komt het organisatie-adviesbureau KPMG in een
vertrouwelijk rapport over de positie van het voortgezet openbaar
onderwijs in Rotterdam, opgesteld op verzoek van het overkoepelend
schoolbestuur. De scholen komen zowel voor personeel als voor onderhoud
en materiaal miljoenen tekort.
Door ,,mismanagement op financieel, personeel en onderwijskundig
terrein'' lopen de openbare scholen leeg, constateert KPMG, terwijl het
inwonertal met 12 procent stijgt. De acht openbare scholen hebben alle
schooltypen in huis, van voorbereidend beroepsonderwijs tot en met
gymnasium, en tellen samen 9.189 leerlingen. Dat zijn 277 leerlingen
minder dan vorig jaar, en 414 minder dan het schooljaar daarvoor. Het
mismanagement leidt onmiddellijk tot problemen omdat het schoolbestuur
dit schooljaar een grotere financieuml;le verantwoordelijkheid heeft
gekregen van minister Ritzen (Onderwijs). De scholen moeten zich zien te
redden met een vast bedrag, de zogeheten lump sum, en kunnen hun kosten
niet meer declareren in Zoetermeer.
KPMG signaleert op alle scholen een tekort in de
materieuml;le exploitatie (onderhoud en onderwijs) dat in 1995 in
totaal zes miljoen gulden bedroeg. Daarnaast komt het schoolbestuur dit
schooljaar voor personeel bijna een miljoen gulden tekort. Dat is het
gevolg van een afkalvend leerlingental op vijf scholen, het Olympus
College, het Thorbecke Lyceum, het Einstein Lyceum, Het Caland Lyceum,
en de Hugo de Groot scholengemeenschap. Hun leegloop wordt niet
gecompenseerd door de leerlingengroei op de andere drie scholen, te
weten het Erasmiaans gymnasium, de Van Borsselen school, en het Libanon
Lyceum. Grootste boosdoener is het Olympus dat te lang op grote voet
bleef leven, terwijl het leerlingental terugliep door slechte
examenresultaten, ,,onverwerkte fusieproblemen'' en een onveilig imago.
De school ontsloeg 25 leraren. Doordat deze leraren onder hetzelfde
schoolbestuur vallen als docenten op de zeven andere scholen trekt de
school alle andere scholen mee in de misegrave;re.
Omdat er een CAO-bepaling geldt 'last in first out', vielen de ontslagen
niet bij het Olympus maar bij andere scholen. Vooral pas aangestelde
leraren van de drie groeiende scholen kwamen op straat te staan. In
totaal zijn bij het openbaar voortgezet onderwijs in Rotterdam 832
personeelsleden in dienst.
Volgens de onderzoekers dragen alle betrokkenen schuld: de gemeenteraad,
de wethouder van Onderwijs H. den Oudendammer, het overkoepelend
schoolbestuur, de ondersteunende dienst Openbaar Onderwijs en de
betrokken schooldirecties. ,,Een toezichthouder ontbreekt'', aldus de
onderzoekers, ,,er heerst een eilandcultuur.'' De gemeenteraad van
Rotterdam draagt de eindverantwoordelijkheid voor de scholen, maar het
dagelijks bestuur is sinds april 1994 overgedragen aan een
bestuurscommissie.
Een ,,daadwerkelijke vorm van financieel management heeft niet
plaatsgevonden'', aldus het rapport. Er is geautomatiseerd op acht
verschillende manieren en de dienst Openbaar Onderwijs beschikt over
,,onvoldoende kennis van zaken''. Ook toonden de rectoren van de
afzonderlijke scholen zich ,,onvoldoende kritisch'' en is er ,,bij
mensen sprake van desinteresse voor andermans zaken''. Alles leidde tot
een ,,sfeer van besluiteloosheid'' binnen het openbaar voortgezet
onderwijs, maar ook tot ,,tegenstrijdige besluiten''. Intussen heeft
interim-manager voortgezet onderwijs P. Nieuwstraten de leiding
overgenomen van de directeur van de dienst Openbaar Onderwijs P. de
Kleijn. Nieuwstraten hoopt voor 1 augustus 1998 te beschikken over een
reddingsplan, dat is gestoeld op aanbevelingen uit het KPMG-rapport, zo
vertelt hij de docenten deze week in een rondgang langs de betrokken
scholen.
