Linschoten stapt op om CTSV-zaak
Door een onzer redacteuren
DEN HAAG, 28 JUNI. Staatssecretaris
Linschoten (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) is afgetreden. De
VVD-bewindsman kwam de afgelopen nacht in de Tweede Kamer tot de
conclusie dat hij onvoldoende vertrouwen genoot van de coalitiepartners
PvdA en D66.
Premier Kok zei vanochtend in een reactie dat het vertrek van Linschoten
de basis van het kabinet niet aantast. Ook VVD-leider Bolkestein zei
afgelopen nacht dat het opstappen van zijn partijgenoot geen gevolgen
heeft voor het kabinet- Kok. ,,Het kabinet moet voortgaan tot mei
1998'', aldus Bolkestein. ,,De samenwerking in de coalitie gaat door als
tot nu toe.'' Bij het partijbureau van de VVD kwamen vanochtend geen
verontruste reacties binnen.
De staatssecretaris eiste gisteravond in de Kamer van de
coalitiefracties dat zij hun twijfel aan zijn geloofwaardigheid over
zijn optreden in de 'CTSV-affaire' zouden terugnemen. ,,Ik kan niet
blijven zitten'', zei Linschoten, ,,als ook maar een millimeter van de suggestie
 van ongeloofwaardigheid
overblijft.''
In het torentje van premier Kok lieten de fractieleiders Wallage (PvdA)
en Wolffensperger (D66) tijdens een schorsing van het Kamerdebat de
staatssecretaris vervolgens weten dat zij niet aan zijn verzoek konden
voldoen. In de Kamer zei Linschoten daarna de consequenties uit deze opstelling
te trekken en de koningin te vragen hem ontslag te verlenen.
VVD-leider Bolkestein zei nog niet over de opvolging van Linschoten te
hebben nagedacht. Als mogelijke opvolgers circuleerden vanochtend de
namen van de Kamerleden Remkes en Van Hoof.
In de Kamer liet Bolkestein de afgelopen nacht weten het opstappen van
Linschoten ,,buitengewoon'' te betreuren en de opstelling van PvdA en
D66 niet terecht te vinden. Volgens de fractieleider van de VVD had
Linschoten zich ,,afdoende verdedigd'' tegen de aantijgingen die tegen hem naar 
aanleiding
van de CTSV-affaire zijn gedaan. Bolkestein wees verder op het ,,zeer
omvangrijke pakket van wetgeving'' dat de staatssecretaris tot stand had
gebracht. ,,Dat maakt zijn verlies des te pijnlijker en des te
klemmender voor het kabinet en daarmee ook voor de drie
coalitiepartners.'' Fractieleider Wallage van de PvdA zei vannacht dat
,,de basis voor een geloofwaardige taakuitoefening door deze
staatssecretaris onvoldoende is'', na alles wat er in de CTSV-crisis is
gebeurd. Eerder in het debat had de PvdA-fractie vastgesteld dat
Linschoten ,,ernstig bestuurlijk tekort'' was geschoten. Ook D66-fractieleider
Wolffensperger deelde mee dat de staatssecretaris er niet in was
geslaagd de twijfels bij zijn fractie volledig weg te nemen. Volgens de
D66-fractie had het optreden van de staatssecretaris en zijn ambtenaren
geleid tot een ,,beeld van bestuurlijk klimaatbederf''.
CDA, GroenLinks, RPF, SGP, GPV, SP en Groep-Nijpels meldden eveneens dat
zij het vertrouwen in Linschoten hadden verloren.
Met zijn aftreden was Linschoten ,,tot de enig juiste conclusie''
gekomen, zei CDA-fractieleider Heerma.
Aanleiding tot het opstappen van Linschoten was het rapport van de
parlementaire commissie die de affaire rondom het CTSV (College van
Toezicht Sociale Verzekeringen) heeft onderzocht. In dit rapport, dat
afgelopen maandag verscheen, werd een aantal harde conclusies getrokken
over de rol van de staatssecretaris.
Zo werd hem verweten dat hij in 1994 ,,een cruciale taxatiefout'' had
gemaakt met de aanstelling van het driekoppige, inmiddels ontslagen
bestuurstrio bij het CTSV, de oud-politici D. van Leeuwen (VVD), G.J.
van Otterloo (PvdA) en M. van Rooijen (CDA). Volgens de commissie
verzuimde de staatssecretaris vervolgens de drie bestuursleden goed in
te werken. Ook greep hij te laat in toen het CTSV in een crisis kwam te
verkeren als gevolg van interne en externe conflicten die het bestuur
uitvocht. Verder heeft de staatssecretaris niet voldoende de indruk
kunnen wegnemen dat zijn ministerie pogingen heeft gedaan de publicatie
op te houden van Ziektewetrapporten van het CTSV, omdat ze de bewindsman
op dat moment, november 1995, slecht uitkwamen.
Linschoten erkende gisteravond in de Kamer opnieuw dat hij met de
aanstelling van het bestuur een taxatiefout had gemaakt en dat het bij
CTSV ,,een rotzooitje''' was geworden dat wellicht voorkomen had kunnen
worden als er andere bestuursleden hadden gezeten. Maar op andere punten
bestreed hij het rapport van de parlementaire commissie. Hij noemde het
in een aantal opzichten ,,suggestief''. Linschoten zei ,,onaangenaam
getroffen'' te zijn door de opmerking van de voorzitter van de
commmissie, de PvdA'er Van Zijl, dat hij ,,niet zo royaal met de
waarheid omgaat''.
Linschotens kritiek op het rapport werd niet gedeeld door de Tweede
Kamer, met uitzondering van zijn eigen partij, de VVD. ,,Wij vinden dat
er veel is af te dingen op het onderzoeksrapport'', zei Bolkestein. De
staatssecretaris zelf zei vannacht na het debat het rapport van de
commissie-Van Zijl op sommige punten ,,flinterdun'' te vinden.
Bolkestein constateerde dat het aftreden van Linschoten het enige was
dat hij nog kon doen nu ,,de andere coalitiepartners het niet in zich
hadden hem het vertrouwen te geven waar hij recht op had''. Omwille van
de politieke zuiverheid moest Linschoten weg. ,,Het laatste wat we
willen is een soort bungelende staatssecretaris'', zei Bolkestein.
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de PvdA'er Melkert,
zei dat het vertrek van Linschoten hem ,,ontzettend'' speet. ,,Ik heb
steeds vertrouwen gehad in Robin Linschoten'', aldus de minister Voor de
Kamer geldt dat niet meer. ,,In essentie gaat het toch om de
vertrouwensrelatie'', zei Melkert.    
