

Storing door uitval grote centrales






Door onze redacteur THEO WESTERWOUDT


ROTTERDAM, 24 JUNI. De stroomstoring die gisteren het treinverkeer en
bedrijven in Midden-Nederland een groot deel van de dag lamlegde en voor
particulieren veel overlast veroorzaakte, was de grootste in de
afgelopen twintig jaar.


Voor de NS deed een dergelijke calamiteit zich in 25 jaar niet voor. De
oorzaak van de storing in Utrecht en Flevoland en het oosten van
Gelderland is het uitvallen van grote centrales van de
elektriciteitsvoorziening, zo heeft het Utrechtse energiebedrijf REMU
van zijn leverancier, de Samenwerkende Elektriciteits Productiebedrijven
(SEP) in Arnhem vernomen. Het begon vorige week dinsdag met een storing
in de kolencentrale Nijmegen, die leidde tot afschakeling. Besloten werd
om over te schakelen op de gasgestookte centrales Flevo bij Lelystad en
in de stad Utrecht. Maar op maandagochtend bleken Utrecht en Flevoland
de piekvraag, die ontstaat doordat bedrijven plotseling veel stroom
nodig hebben, niet aan te kunnen. Om 9 uur raakte een eenheid van de
centrale Merwedekanaal, eigendom van het productiebedrijf UNA (Utrecht
en Amsterdam), door overbelasting gestoord en moest opgeven. Tegen tien
uur viel ook de Flevocentrale uit. Om te voorkomen dat zich een
kettingreactie van uitvallende centrales over het hele land zou
voordoen, werd besloten ook een tweede centrale in Utrecht af te
schakelen, aldus UNA. Volgens de SEP was er door die uitval ook sprake
van een tekort in het ,,vasthouden van spanning'' en
een probleem met de capaciteit van voedingstransformatoren die
hoogspanning omzetten in de middenspanning die aan distributiebedrijven
zoals REMU wordt geleverd. Bij een te lage spanning schakelen centrales,
die zelf stroom nodig hebben om in bedrijf te blijven, automatisch af.
,,Er zijn kort op elkaar een aantal dingen gebeurd, die niet in onze
scenario's pasten'', aldus een SEP-woordvoerder vanochtend.

De Nederlandse elektriciteitsvoorziening beschikt over een fors
reservevermogen, een overcapaciteit en een keur van moderne
voorzieningen om betrouwbare leverantie te verzekeren. Zowel Nijmegen
als Flevoland valt onder het productiebedrijf EPON (Oost- en
Noord-Nederland). Maar alle centrales in het land zijn via netwerken met
elkaar verbonden en moeten bijspringen om dreigende lokale of regionale
tekorten te voorkomen. De SEP vervult daarin een centrale rol. Deze
samenwerking tussen de vier regionale productiebedrijven is gericht ,,op
het realiseren van een betrouwbare, maatschappelijk verantwoorde
elektriciteitsvoorziening tegen lage kosten'', zegt het SEP-jaarverslag.

Al is de piekvraag op donkere en koude winterdagen nog zo hoog, er
worden altijd centrales bijgeschakeld zodat niemand in het donker komt
te zitten. Maar er schort kennelijk iets essentieels aan het
improvisatievermogen om een regionaal probleem zoals zich dat gisteren
voordeed, te voorkomen.

,,Koortsachtig overleg is gaande binnen de Samenwerkende Elektriciteits
Produktiebedrijven om er voor te zorgen dat dit zich nooit meer kan
voordoen'', zei een woordvoerder van Remu, het Utrechts energiebedrijf
dat gisteren de meeste kritiek te verduren kreeg, vanochtend.

Remu levert net als 34 andere distributiebedrijven stroom die door
productiebedrijven is opgewekt, door aan klanten. De
distributiebedrijven zijn net zo afhankelijk als de eindverbruikers
zelf, tenzij ze zelf oorzaak van storingen zijn als hun eigen
elektriciteitsnetten en transformatoren niet in orde zijn. Maar in dit
geval ligt de oorzaak, en dus de mogelijke aansprakelijkheid, bij de
samenwerkende productiebedrijven. Die kunnen zich niet beroepen op
externe factoren als concurrentie door liberalisering
van de Europese energiemarkt, want die is er in Nederland nog
nauwelijks. Ook kan de schuld niet worden geschoven op de steeds grotere
bijdrage die decentrale, kleinere warmte/krachtcentrales in de
Nederlandse stroomvoorziening leveren. En SEP moet een uitstekend
inzicht hebben in piekvragen die zich op maandagochten kunnen voordoen,
overal in Nederland, en schakelvoorzieningen die nodig zijn als er
centrales uitvallen.

Remu had tot vanochtend naar schatting zo'n 12.000 klachten en vragen
ontvangen van particulieren en bedrijven. Wie moet de schade betalen?
Voor particulieren, restaurants en koelbedrijven was het probleem
gisteren nog te overzien, want bevroren waar in een vriezer blijft bij
een stroomstoring van een paar uur wel koud genoeg. Maar de brandweer
berekent tegenwoordig een tarief als ze mensen uit een vastgelopen lift
moet ontzetten. Kantoren en bedrijven leden forse schade omdat er geen
computer of kassa meer werkte. Supermarkten hadden een enorm
omzetverlies. Een Amersfoortse winkel liet mondjesmaat kopers toe omdat
elke klant door een personeelslid moest worden begeleid en de rekening
werd weer als vroeger op een briefje opgemaakt.

Een arrest van de Hoge Raad van begin mei heeft de Nederlandse
energie-distributiebedrijven verplicht aan particulieren schade,
ontstaan door stroomstoringen, te vergoeden. De voorlopige regeling
luidt dat particuliere klanten bij een schade vanaf 300 gulden een
vergoeding ontvangen, die kan oplopen tot maximaal 3.000 gulden per
geval. Maar in de categorie grootverbruikers vallen forse klappen. In de
leveringscontracten met deze bedrijven staat dat het distributiebedrijf
bij een calamiteit als zich gisteren voordeed, niet aansprakelijk is.
Woordvoerder Joop Worms van de koepelorganisatie EnergieNed zegt
niettemin: ,,Dat laat onverlet dat men toch claims kan indienen.'' De
Nederlandse Spoorwegen zijn het zwaarst getroffen, met duizenden
klachten van reizigers. NS-woordvoerder Thijs Manten zegt: ,,Voor ons
was het een situatie van overmacht. Daarom is vooralsnog besloten claims
van passagiers niet te honoreren.''












