Verdrag Amsterdam na moeizaam overleg
Door onze correspondenten BIRGIT DONKER en BEN VAN DER VELDEN
AMSTERDAM, 18 JUNI.  De Europese staats- en regeringsleiders hebben
vanochtend na moeizame onderhandelingen een Verdrag van Amsterdam over
de Europese Unie gesloten. Tot diep in de nacht is onderhandeld over met
name de toekomstige samenstelling van de Europese Commissie en over de
stemverhouding in de Raad van ministers. De jarenlang als cruciaal voor
de uitbreiding naar Oost-Europa bestempelde hervorming van deze
instellingen is grotendeels naar de toekomst verschoven.
Op een door activisten tegen de EU verstoorde persconferentie in
Carreacute; kondigde premier Kok vanmorgen aan dat om half vier
overeenstemming was bereikt over de verdragstekst. Hij gaf toe dat de
bevalling lastig was geweest, ,,maar het kindje mag er zijn''. De
discussie van de staats- en regeringsleiders gisteren in De
Nederlandsche Bank verliep onder hoogspanning. Tot op het laatst bleven
lidstaten bezwaren maken tegen een Nederlands voorstel over de
toekomstige stemverhouding in de raad, waarbij de kleine landen
tegenover de grote stonden.
Uiteindelijk is besloten dat op het moment van uitbreiding van de
Europese Unie de vijf grote lidstaten eacute;&eacute;n van hun twee
commissarissen inleveren. Voorwaarde is dat het stemgewicht van de grote
landen in de ministerraad wordt verzwaard, ofwel door een nieuwe
verdeling van de stemmen bij meerderheidsbesluiten, ofwel door het
bevolkingsaantal te laten meetellen. Over het Nederlandse voorstel nu al
een herweging van stemmen ten gunste van de grotere landen vast te
leggen kon geen overeenstemming worden bereikt. Naar verwachting heeft
de eerste uitbreiding niet plaats voacute;&oacute;r 2002. Behalve de
gewraakte institutionele hervormingen was een van de meest uitgebreid
besproken discussiepunten de positie van de defensie-organisatie
West-Europese Unie (WEU). Zes landen, waaronder Frankrijk en Duitsland,
willen een stappenplan voor de integratie van de WEU in de Europese
Unie. Groot-Brittannieuml; en de neutrale landen Denemarken,
Oostenrijk, Finland en Zweden zijn daar tegen omdat het van de Europese
Unie een defensie-organisatie zou maken. In het ontwerpverdrag dat
Nederland vorige week presenteerde werd als doel gesteld ,,geleidelijke
integratie van de WEU in de Unie''. Na protest van Groot-Brittannieuml;
werd dit maandagnacht veranderd in ,,nauwere relaties'' tussen de EU en
de WEU, die op termijn ,,zouden kunnen leiden tot de integratie van de
WEU in de Unie''. Maar ook dat ging Groot-Brittannieuml; en Denemarken
nog te ver. Uiteindelijk werd overeenstemming bereikt over ,,nauwere
institutionele relaties'', met zicht op de mogelijkheid van integratie
,,mocht de Europese Raad daartoe beslissen''. Dat betekent dat de WEU
alleen opgaat in de Unie als alle lidstaten daarmee instemmen. ,,Europa
heeft niet bewezen dat het een gemeenschappelijk buitenlands beleid kan
voeren, laat staan een gemeenschappelijke defensiepolitiek'', aldus
premier Blair.
Op gebied van buitenlands en veiligheidsbeleid is ook gesproken over de
functionaris die de Europese Unie mede moet vertegenwoordigen in het
buitenland: 'Monsieur Pesc'. Frankrijk was fervent voorstander van een
politieke persoonlijkheid die rechtstreeks onder verantwoordelijkheid
van de Raad van ministers valt. Andere lidstaten wilden hem niet te veel
onafhankelijkheid geven. Als compromis had Nederland voorgesteld de
secretaris-generaal van de Raad van ministers met de taak te belasten.
Dit ging Frankrijk echter niet ver genoeg.
Mede om Frankrijk ter wille te zijn werd besloten naast de
secretaris-generaal van de Raad van ministers een adjunct aan te
stellen, die belast wordt met de dagelijkse gang van zaken van het
secretariaat. Zo kan de secretaris-generaal zich wijden aan zijn functie
van hoge vertegenwoordiger voor het buitenlands beleid. Als zodanig moet
hij de lidstaten bijstaan, de voorzitter van de Europese Unie behoudt de
verantwoordelijkheid voor gezamenlijk Europees beleid. Op de vraag of
hij hiermee tevreden was, zei de Franse president, Chirac, vanmorgen dat
dit afhangt van de persoon die in deze functie wordt benoemd. Bij het
oorspronkelijke voorstel voor een zware politieke functionaris voor het
buitenlands beleid circuleerde de naam van de voormalige Franse
president Giscard d'Estaing.
De regeringsleiders kwamen een regeling overeen voor de zogenoemde
flexibiliteit. Dat is een systeem dat het een groep landen mogelijk
maakt verder te integreren dan het geheel van de EU. Voorstanders van
dit systeem hebben aanvaard gekregen dat tot flexibiliteit op een
specifiek gebied besloten kan worden met een gekwalificeerde
meerderheid. Dit was belangrijk om te voorkomen dat landen die niet aan
zo'n samenwerking willen deelnemen flexibiliteit door middel van een
veto kunnen tegenhouden. Maar de Britse premier, Blair, zei vanmorgen
tevreden te zijn dat hij toch altijd een veto kan uitspreken, omdat
flexibiliteit niet kan worden toegepast als het nationale belang van een
lidstaat wordt geschaad. Over de flexibiliteit constateerde premier Kok
vanmorgen dat ,,goede afspraken over versterkte samenwerking zijn
gemaakt''. Hij gaf toe dat het Verdrag van Amsterdam ,,op een aantal
punten minder ambitieus'' is dan tijdens het voorzitterschap is gewenst.
Besloten is voorts het Verdrag van Schengen over opheffing van de
grenscontroles als protocol toe te voegen aan het Verdrag van de Unie.
Voor Groot-Brittannieuml;, Ierland en Denemarken wordt een uitzondering
gemaakt. Groot-Brittannieuml; omdat het vasthoudt aan de
grenscontroles, Ierland omdat het nauw met Groot-Brittannieuml; is
verbonden, Denemarken omdat het problemen heeft met gemeenschappelijk
beleid inzake visa, asiel en immigratie dat in het Verdrag van Schengen
is vervat. De overige landen zullen binnen vijf jaar maatregelen
aannemen over asiel, vluchtelingen en immigratie. Beleid op het terrein
van visa, immigratie en asiel wordt van intergouvernementeel
communautair. Dat betekent dat instellingen als het Europese Hof van
Justitie, de Europese Commissie en het Europese Parlement invloed kunnen
hebben. Op aandrang van met name Duitsland, waar de deelstaten en niet
de federale regering grote bevoegdheden hebben op dit terrein, behouden
de lidstaten een veto over asielbeleid en immigratie.
Volgens het nieuwe verdrag krijgt het Europees Parlement in 24 gevallen
medebeslissingsrecht. Weinig discussie was er over het nieuwe
werkgelegenheidshoofdstuk. Hierin is opgenomen dat de Raad van ministers
stimulerende maatregelen kan nemen om samenwerking op het gebied van
werkgelegenheid te bevorderen. Verwacht werd dat Duitsland, dat beducht
is voor bevoegdheden van de Unie op dit gebied, bezwaar zou maken. Maar
nadat maandag een conflict met Frankrijk over meer aandacht voor
werkgelegenheid in de Europese monetaire unie was opgelost, maakte
Duitsland geen bezwaren meer over het werkgelegenheidshoofdstuk in het
verdrag. Bonn hamerde er wel op dat geen geld mag worden overgeheveld
voor werkgelegenheidsprojecten.
Premier Blair toonde zich na afloop van de onderhandelingen vanmorgen
zeer tevreden. ,,Je kunt altijd zeggen dat er meer bereikt had kunnen
worden'', aldus de Britse leider. Volgens hem voldoet het verdrag aan de
Britse wensen van een 'Europa van de burgers' met overeenkomsten over
fraudebestrijding, subsidiariteit, grondrechten, milieu,
dierenbescherming en consumentenbescherming. Een Britse diplomaat zei
tevreden dat Groot-Brittannieuml; een verdrag heeft dat het wenste,
zonder dat het is verweten Europa te hebben gefrustreerd, zoals in het
verleden het geval was.
Het Verdrag van Amsterdam was vanmorgen om half vier gereed. De
voorloper, het Verdrag van Maastricht, kwam in 1991 's morgens om twee
uur tot stand. Juristen moeten de precieze teksten van het Verdrag van
Amsterdam de komende maanden in de elf talen van de EU opstellen. Het
verdrag moet in oktober door de staats- en regeringsleiders worden
ondertekend. Het wordt pas van kracht als de nationale parlementen het
hebben geratificeerd, nadat in sommige landen de bevolking zich er per
referendum over heeft uitgesproken. Dat kan een half tot anderhalf jaar
duren.
