Kamer wil onderzoeknaar 'Srebrenica'
Door een onzer redacteuren
DEN HAAG, 8 JUNI. 
Een meerderheid
van de Tweede Kamer vindt dat een onafhankelijke internationale
commissie onderzoek moet doen naar de gebeurtenissen tijdens de val van
de enclave Srebrenica. Dit bleek uit de reactie van de fracties van
PvdA, CDA en D66 op een brief van het kabinet.
In de gisteren aan
het parlement verzonden brief van de ministers Van Mierlo en Voorhoeve
staat dat ,,geen enkel bewijs'' is gevonden voor beschuldigingen aan het
adres van Frankrijk en de Verenigde Naties over het bewust opgeven van
Srebrenica.
 In een reactie op de brief zei het Kamerlid Valk (PvdA) te denken
aan een speciale onderzoekscommissie, bijvoorbeeld onder voorzitterschap
van de voormalige Amerikaanse president Carter. Die zou ,,de hele
toedracht rond de val van de enclave en de besluitvorming door de VN,
voor eens en altijd goed moeten uitzoeken''.  J. Hoekema, Kamerlid
voor D66, zei gisteravond: ,,De onderste steen moet boven komen. Er zijn
nog te veel vragen onbeantwoord gebleven.'' Volgens CDA-
parlementarieuml;r De Hoop Scheffer zijn ,,de argumenten voor een
internationaal onderzoek er niet zwakker op geworden.'' De VVD was
gisteravond voor een reactie niet bereikbaar.
 Minister-president Kok noemde de antwoorden die Frankrijk en de
Verenigde Naties hebben gegeven op vragen van de Nederlandse regering
,,voldoende''. ,,
Ik heb geen redenen te twijfelen aan de woorden uit Parijs en New
York'', zei Kok gistermiddag na afloop van de ministerraad. Het kabinet
acht nader onderzoek dan ook overbodig. De Kamerleden Valk, Hoekema
(D66) en De Hoop Scheffer (CDA) dachten daar gisteravond anders over.
Valk: ,,Ook na de brief blijven er te veel vragen open over de precieze
toedracht van de val van de enclave. Waarom bleven de airstrikes uit?
Wist of vermoedde men iets over massamoorden in Srebrenica? Deze vragen
zullen, vrees ik, gesteld blijven worden.''
 In NRC Handelsblad en een televisiedocumentaire van de IKON werd
onlangs gesteld dat de Verenigde Naties de 'veilige gebieden' in
Oost-Bosnieuml; vorig jaar bewust opgaven op grond van een herenakkoord
met de Bosnisch-Servische militaire leiding. De Franse VN-generaal
Janvier zou het luchtwapen bij Srebrenica op verzoek van de Franse
president Chirac niet hebben ingezet.
 De ministers Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) en Voorhoeve (Defensie)
stellen in hun brief echter dat ,,het concept van de safe areas heeft
gefaald''. ,,De verantwoordelijkheid voor het onvermogen van de
internationale gemeenschap om de bevolking van Srebrenica te beschermen
mag niet worden afgewenteld op de VN-vredesmacht in het voormalige
Joegoslavieuml; of op Frankrijk.''
 De perspublikaties waren voor de Nederlandse regering aanleiding
contact op te nemen met de Verenigde Naties en de Franse regering.
Afgelopen woensdag spraken Van Mierlo en Voorhoeve in Den Haag met
VN-gezant Akashi.
 Kok zei gisteren dat de Nederlandse regering bij navraag in Parijs,
New York, Londen en Washington ,,geen bevestiging heeft gekregen van de
beschuldigingen''. Het kabinet houdt daarom vast aan de conclusies die
zijn getrokken tijdens het laatste Kamerdebat over de val van
Srebrenica, op 19 december vorig jaar.
 Volgens Kok betekenen de ontkenningen uit Parijs en New York niet
dat ,,het boek-Srebrenica op elk onderdeel gesloten'' is.
 ,,Het zou weleens kunnen betekenen dat dat voor een hele reeks van
jaren niet gesloten is. De verwachting dat alle nieuwsvorming en
informatieverspreiding nu ophoudt, is vrij naiuml;ef. Dat er nieuwe
inzichten over de val van Srebrenica zullen ontstaan, naar aanleiding
waarvan je er dieper moet induiken, net als nu, is niet uitgesloten'',
aldus de minister-president.
 Van Mierlo en Voorhoeve wijzen er in hun brief op dat er een
verschil is tussen luchtaanvallen en luchtsteun aan VN-eenheden die
werden aangevallen. De Franse regering heeft bevestigd dat zij er
destijds bij de secretaris-generaal van de Verenigde Naties op heeft
aangedrongen geen luchtaanvallen uit te voeren zolang de
Bosnische-Servieuml;rs VN-personeel gegijzeld hielden. ,,Deze opvatting
werd gedeeld door veel VN-lidstaten, waaronder Nederland'', zo staat in
de brief. President Chirac heeft de Servische president Milosevic
destijds met klem verzocht ervoor te zorgen dat de blauwhelmen snel
zouden worden vrijgelaten. Maar ,,er was geen sprake van toezeggingen'',
schrijven Van Mierlo en Voorhoeve. VN-gezant Akashi heeft tegenover
de Nederlandse regering bevestigd dat er in die periode internationale
consensus over bestond dat er geen luchtaanvallen zouden worden
uitgevoerd zolang er VN-personeel was gegijzeld. Ook daarna zijn massale
luchtaanvallen volgens Akashi niet meer overwogen. D66-Kamerlid Hoekema
sprak hier gisteravond zijn bevreemding over uit en wil dit door de
internationale commissies laten uitzoeken.
 Generaal Janvier is volgens Akashi bij verzoeken om luchtsteun
uitsluitend op zijn eigen militaire oordeel afgegaan. ,,De Franse
regering ontkent ten stelligste dat president Chirac generaal Janvier
zou hebben opgedragen luchtsteun aan Dutchbat uit te stellen'', aldus de
brief van de bewindslieden.
