D66 wil koers van de partij verleggen
Door onze redacteur KEES VERSTEEGH
DEN HAAG, 21 MAART. D66 wil haar koers verleggen. In de aanloop naar de
komende verkiezingen wil de partij minder accent leggen op voor haar
traditionele, bestuurlijke onderwerpen als de gekozen burgemeester en
minister-president.
Dit staat in de nota 'Voor de verandering' die is opgesteld in opdracht
van het partijbestuur. In plaats van met de gekozen minister-president
wil de partij electorale steun verwerven met kwesties die het leven van
burgers directer beiuml;nvloeden, zoals onderwijs en zorg. De
voorgestelde koerswijziging is het resultaat van brede consultaties in
de partij, waaraan ook door de top van D66 is deelgenomen. D66 bespreekt
de nota het komend weekeinde op haar partijcongres in Noordwijkerhout.
Over de gekozen minister-president zegt de nota: ,,Dat is maar een
stukje van de werkelijkheid van D66'' en: ,,bij lange na niet genoeg om
een reden van bestaan te hebben.'' In een toelichting zegt L. van der
Meulen, oud-campagneleider en voorzitter van de projectgroep die de nota
voorbereidde: ,,Door ons te richten op de gekozen minister-president en
gekozen burgemeester, hebben we ons te veel beziggehouden met de formele
democratie. Daardoor hebben we een blinde vlek gekregen voor
ontwikkelingen in de samenleving waardoor burgers niet meer mee kunnen
komen in het sociale en politieke leven, terwijl participatie voor D66
juist een wezenlijk begrip is. We moeten ons ontwikkelen van
parlementaire actieclub naar maatschappelijke actieclub.'' Volgens de
nota vormen goede onderwijs- en zorgvoorzieningen en afspraken over
zaken als loopbaanonderbreking wezenlijke voorwaarden om ,,de
economische zelfstandigheid en persoonlijke vrijheid van de mensen te
vergroten''. De nota stelt dat de klassen in het basisonderwijs
aanzienlijk kleiner moeten worden, net als de groepen in
kinderdagverblijven. Rechtsposities van leraren moeten worden aangepast
om begeleiding van kinderen na schooltijd mogelijk te maken, en daarmee
uitval van leerlingen uit het onderwijs te voorkomen.
Om de persoonlijke vrijheid van werknemers te vergroten, zou de overheid
bedrijven moeten dwingen om meer mogelijkheden te scheppen voor
flexibele werktijden, zorgverlof en parttimefuncties in de hogere
regionen van het bedrijfsleven. De nota bepleit verplicht
ouderschapsverlof voor mannen.
Deze voorzieningen moeten niet alleen worden verbeterd om de individuele
keuzemogelijkheden van werknemers te bevorderen, maar ook om de deelname
aan het gezinsleven en andere vormen van samenleven te vergroten. In de
nota wordt het belang van de individualisering, traditioneel een
belangrijk uitgangspunt voor D66, gerelativeerd.
,,Voor D66 is het waarborgen van sociale samenhang even noodzakelijk als
vergroting van de individuele zelfstandigheid'', aldus het interne
discussiestuk. ,,We hebben de individualisering wel erg positief
bejegend'', zo wordt Tweede-Kamerlid Th. de Graaf geciteerd als
voorzitter van een van de werkgroepen die het stuk hielp voorbereiden.
O. Scheltema, eveneens Kamerlid en voorzitter van een andere werkgroep:
,,Individualisering blijft de leidende trend, maar er blijven altijd
groepen die ontwikkelingen niet kunnen volgen. (..) Minder oog hadden we
voor de sociale samenhang, de verbrokkeling van het sociale leven.''
De opstellers van de nota zien niets in een basisinkomen voor iedereen,
om die sociale verbrokkeling tegen te gaan. Het D66-congres van maart
1995 dat speciaal aan dit onderwerp was gewijd, sprak zich nog uit voor
een experiment met een uitkering voor iedereen. Projectvoorzitter Van
der Meulen zegt: ,,Dat basisinkomen zou veel te laag worden, wil het
voorstel betaalbaar blijven. Wij kiezen er voor iedereen die kan werken,
te laten werken, en de rest die dat echt niet kan een uitkering te geven
waarvan men kan leven.''
D66 dient de komende tijd nieuwe vormen van politieke participatie te
ontwikkelen, aldus de nota. De partij moet ernaar streven burgers die
niet in belangengroepen verenigd zijn, maar toch een uitgesproken mening
hebben over zaken als verkeersbeleid en zorgbeleid, meer bij de
beleidsvoorbereiding te betrekken. Ook het referendum blijft belangrijk,
aldus Van der Meulen. ,,Het referendum dwingt belangengroepen een
afweging te maken die verder gaat dan het eigen belang. Door het
referendum over IJburg in Amsterdam werd de milieulobby van
Natuurmonumenten gedwongen iets te zeggen over de woningnood, en hoe
zich dat verhield tot haar eigen pleidooi voor behoud van de natuur.''
 
