

Tweedeling in Nederland minder scherp






Door een onzer redacteuren 


DEN HAAG, 14 JAN. De kans op structurele
tweedeling van de samenleving neemt af. De groep mensen die economisch
en sociaal achterblijven wordt steeds kleiner. Dat schrijft de
Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Niettemin moet
het stelsel van sociale zekerheid niet langer gericht zijn op
bescherming, maar op het creeuml;ren van werk, schrijft de WRR in de
vandaag verschenen studie 'Tweedeling in perspectief'. Dit om te
voorkomen dat de afstand van de achterblijvers tot de rest toch nog
onoverbrugbaar wordt.


De studie is een toekomstverkenning waarin aan de hand van de factoren
arbeid, opleiding en inkomen een beeld wordt geschetst van de
sociaal-culturele ontwikkeling van Nederland tot 2015. Behalve voor meer
werk zou de overheid zich ook moeten inspannen voor onderwijs dat niet
het kennisniveau centraal stelt, maar het bezit van vaardigheden, aldus
de WRR. Dit moet laaggeschoolde arbeid een ander imago geven.

Met deze dubbele inspanning richt de overheid zich op de onderkant van
de arbeidsmarkt, waardoor de kans op een structurele maatschappelijke
tweedeling afneemt.

De Raad constateert dat de discussie over tweedeling in de samenleving
juist is opgelaaid nu deze minder nijpend lijkt te worden. De
vooruitzichten zijn op dit moment aanzienlijk gunstiger dan ze waren in
de jaren zeventig en tachtig, toen van een publiek armoededebat geen
sprake was.

In het rapport spreekt de Raad van ,,emancipatie van arbeid'' en
,,emancipatie van talent'' in de strijd tegen tweedeling. Met het eerste
wordt bedoeld dat de sociale zekerheid die na de Tweede Wereldoorlog was
opgezet om zwakkeren te helpen, moet worden omgezet in een stelsel dat
nieuwe werkgelegenheid creeuml;ert.


WRR-onderzoeker prof. K. van Paridon noemt de WAO als belangrijkste
voorbeeld. In plaats van te dienen als schild voor zwakkere werknemers
werd deze arbeidsongeschiktheidsregeling in de praktijk gebruikt om hen
onder financieel aantrekkelijke voorwaarden uit de arbeidsmarkt te laten
verdwijnen.

Met ,,emancipatie van talent'' bedoelt de Raad dat ,,menselijke
waardigheid'' niet langer wordt afgemeten aan zuiver intellectuele
vaardigheden, maar aan het soort werk waar in de maatschappij vraag naar
is. Dit betekent een opwaardering van laaggeschoolde arbeid.











