In Charleroi kan een scorende spits alle wonden helen
Door onze redacteur GUUS VAN HOLLAND 
CHARLEROI, 9 DEC. In Wallonieuml;,
tegenwoordig ook wel het land van de ondergaande zon genoemd, hangen
dikke wolken laag boven donkere heuvels. In het binnenste van de stad
branden al vroeg in de middag lichtjes. De winkeletalages zijn ingericht
met sjerpen en strikjes, met flonkerende ballen en sterren en met
uitbundig vertoon van aantrekkelijke waren. Een feest is nabij. Mensen
in dikke jassen vergapen zich aan de weelde die nooit hun deel zal zijn.
Vanuit hun ooghoeken volgen ze in luxe geklede vrouwen die van de ene
naar de andere modezaak snellen teneinde hun rijkdom aan te vullen. Het
centrum van Charleroi toont de bovenkant van de samenleving, de winkels
tonen de buitenkant. Diep beneden en diep van binnen heerst kou.
Boven een van de vele gesloten steenkoolmijnen van Charleroi is eens een
voetbalstadion verrezen. Sport en vooral voetbal biedt de treurende mens
in deze stad afleiding. Als God het laat afweten, kan voetbal troost
geven. Hoog boven de voormalige mijn, in het Stade Mambourg, schurken
mensen van verschillende afkomst tegen elkaar, zoals vroeger hun vaders
in de schachten. De een draagt een Belgische naam, de ander een
Italiaanse, een Spaanse, een Marokkaanse, Joegoslavische of een Franse
naam. Charleroi biedt vertroosting. Als het niet de voetbalclub Sporting
is, dan zijn het wel de talentrijke tafeltennissers en basketballers,
die de Karolingers de kou en de ellende doen vergeten.
Ach, Charleroi, stad die doorgaat voor fraudeurs, corrumpeurs,
seksmaniakken, kindermoordenaars en zelfs een metro van miljoenen
guldens waarin nooit een trein heeft gereden, ach Charleroi wat valt er
aan jou voor goeds te beleven? Stad die duizenden werklozen telt. Stad
voor alles wat met stelen van en zwendel in auto's te maken heeft. Zelfs
rechtsdienaren valt het zwaar hun handen in onschuld ter wassen.
Charleroi, de stad die voor de Vlamingen het vleesgeworden bewijs is dat
de Walen asociaal zijn en met Belgisch geld goede sier
maken. Charleroi, de stad van Marc Dutroux, de psychopaat die een
hoofdrol rol speelde in de ontvoering, het misbruik en de moord op de
meisjes Julie, Meacute;lissa, An, Eefje, Sabine en Laetitia, de man die
ongewild aantoonde hoe corrupt het Belgische rechtssysteem is geweest.
De Witte Mars van Brussel spookt door het hoofd bij het naderen van
Charleroi. Dat zoveel Belgen verontwaardigd over zoveel
onrechtvaardigheid demonstreerden en tranen vergoten over meisjes die in
Belgieuml; werden gebruikt ten gerieve van gestoorde en op macht en
geld beluste mannen. Elk meisje dat in Charleroi over straat gaat loopt gevaar, 
is de eerste gedachte die opkomt. Meisjes in
uitdagende kleding zou je willen aanraden enige bescheidenheid in acht
te nemen of domweg thuis te blijven, een meisje dat onder begeleiding
een dranklokaal bezoekt stemt tot gerustheid.
In het stadion Mambourg wordt deze zaterdag de wedstrijd gespeeld om de
Belgische beker tegen La Louviegrave;re, een club uit de nabije
omgeving die een niveau lager speelt dan eersteklasser Sporting
Charleroi. De regionale kranten maken in hun voorbeschouwingen gewag van
een confrontatie tussen twee duivels die moeten uitmaken wie de baas is
in de hel. Enfin, voetbal is overal hetzelfde: grootspraak en heroiuml;ek gaan h
and in hand. Zo'n tienduizend mensen
worden geraakt door de stemmingmakerij en willen de botsing tussen de
duivelse voetballers van nabij meemaken. De mist maakt de wedstrijd
bijna niet te volgen. Maar wie zal klagen in Charleroi? Een voetballer
die zichtbaar de bal raakt, zorgt voor opwinding. Wat dat betreft wijkt
de beleving in de stad van armoe niet af van die van de stad van
rijkdom; de faccedil;ade wint overal.
De scheidsrechter heet Javaux. Het kan geen toeval zijn dat een
aanwezige hem voor de vuist weg vergelijkt met de gestoorde, maar
superintelligente psychiater Hannibal Lecter uit de film The Silence of the Lamb
s. Heeft niet journalist Fred
Vandenbussche van dagblad Het Volk in zijn boek Meisjes verdwijnen
niet zomaar de manier waarop Dutroux door middel van parabels op
uitzonderlijk intelligente wijze het Belgische recherche-apparaat
misleidde, de overeenkomst met de filmrol van Anthony Hopkins proberen
te maken? Dutroux leeft onder de mensen in Charleroi, dat is echt zo.
Maar velen willen hem vergeten. Voetbal kan een heilzame werking werking
hebben op het gemoed, al is het maar voor kort.
Javaux deed trouwens als scheidsrechter zijn uiterste best onomstreden
te blijven. Na de 1-0 overwinning voor Charleroi overheerste tevredenheid. Niema
nd die zich bekocht voelde, iedereen die waar
voor zijn geld kreeg. In het lokaal waar alleen de mensen mogen
vertoeven die daarvoor zijn uitgenodigd en hebben betaald, de zogenoemde
VIP's, wordt weliswaar gepraat maar niet over de wedstrijd. Er wordt
veel gedronken door mannen in snelle kostuums. Vrouwen zien er hoogst
verleidelijk uit en laten zich door de voorzitter Jean-Paul Spaute graag
over hun rug wrijven. Wie veel alcohol wil drinken, is aan het goede
adres. Spaute is al een beetje dronken en heeft liever geen contact met
vreemden. Het gaat Sporting namelijk niet voor de wind, de club heeft
geen geld en dreigt in anonimiteit onder te gaan.
Spaute herinnert aan de glorieuze tijden van 1993 dat Charleroi de
bekerfinale van Belgieuml; haalde. Dat was onder trainer Robert
Waseige, de beste trainer van Belgieuml;, de filosoof onder de
Belgische trainers, maar ook de grootste dronkaard onder de Belgische
trainers. Met zes miljoen, zegt Spaute, bereiken we niets. De
voetbalwereld staat op z'n kop. Charlerloi kan het niet meer aan, het is
de sportiefste stad van Belgieuml;, maar dat zegt niets. Spaute, een
ambtenaar bij de computerfirma IBM, trekt zich liever terug in de
menigte, drinkt een wijntje en kust een spelersvrouw.
Een ander bestuurslid blijft nuchter. Hij is trots op zijn jasje met het
embleem van Sporting Charleroi. Hij zegt niet meer te weten wie goed is
wie slecht. De VIP-lounges zijn vol. Of ze iets op hun kerfstok hebben,
weet hij niet. Ja, sommigen komen niet meer. Iedereen heeft iets te
verbergen in Charleroi, zegt hij. Maar toch overal in de wereld? Hij
wijst naar al die mensen in de zaal die drinken en vrouwen benaderen en
zegt dat voetbal niets anders is dan tijdverdrijf. Dat de mensen die
hier zijn genieten van hun luxe en maandag gewoon weer aan hun werk
moeten. De bijna bejaarde heer verontschuldigt zich voor het gedrag van
de voorzitter en zegt dat Charleroi moeilijke tijden beleeft.
In de ontvangsthal van het stadion staat een maquette. Voor het Europees
kampioenschap van 2000 wil Charleroi zijn arena verbouwen. Het is een
toekomstbeeld waaraan de multinationale bevolking van de Waalse stad
zich moet vastklampen. Men is druk doende de Karolingers iets te geven
om de armoe te doen vergeten. Op Route de Philippeville 128 in het
voorstadje Marcinelle woonde Marc Dutroux. Het is een rijtjeshuis om te
vergeten, maar in Charleroi en omgeving zal het idee blijven bestaan dat
het leven leidt tot hel en verdoemenis. En dat voetbal daar helemaal
niets aan kan veranderen. Ook niet de kortgerokte meisjes die onder de
stadiontribune staan en gratis heerlijk, koud bier aanbieden.
Het nuchtere bestuurslid bestelt in de zaal voor dierbaren een drankje.
Meneer, vraagt hij, weet u waar het Charleroi aan ontbreekt? Alles aan
zaligheden spoelt bij deze grote vraag door het hoofd. Een spits die
scoort, antwoordt de sympathieke man. Wat Charleroi mist, is een
scorende spits. Het antwoord op de vraag die de samenleving van armoe en
ellende zal verlossen: Een scorende spits.
