

Juichen na een doelpunt was Rensenbrink vreemd






Door onze redacteur WARD OP DEN BROUW


OOSTZAAN, 3 JULI. Er is een andere laatste minuut die Rob Rensenbrink
net zo scherp op het netvlies staat als die ene in de WK-finale van
1978. ,,We speelden in het seizoen '78-'79 voor de Europa Cup II met
Anderlecht tegen Barcelona. Cruijff was net weg bij Barcelona, Neeskens
zat er nog. Thuis wonnen we met 3-0 en we dachten, dat is genoeg. Uit
stonden we met 2-0 achter. In de laatste minuut gaat meneer Haan op
buitenspel spelen, de bal gaat er overheen, 3-0. Na de verlenging
verloren we met strafschoppen. Ik kwam niet meer aan de beurt, ik zou de
vijfde en laatste nemen. Toen hadden we er al drie gemist. Barcelona won
dat jaar de beker.''


Zoveel moge duidelijk zijn, Rensenbrink en Arie Haan, ploeggenoten bij
Anderlecht en Oranje, waren geen vrienden. De verziekte relatie was in
1980 zelfs de aanleiding dat Rensenbrink voortijdig bij de Belgische
club vertrok. Een seizoen lang hadden ze niet met elkaar gesproken. ,,In
het begin had ik bij Anderlecht geen problemen met Haan. We gingen goed
met elkaar om. Maar na het WK in Argentinieuml; kreeg hij een dikke
nek, zoals dat in Belgieuml; heet. Daar had ik moeite mee, toen is het
geeuml;scaleerd en uit de hand gelopen. Maar hij doet het goed bij
Feyenoord.''

Als het Feyenoord van Arie Haan op de transfermarkt naast een
gerenommeerde aanvaller grijpt, denkt Rensenbrink nog wel eens terug aan
1969. De Rotterdamse club wilde hem destijds graag van DWS overnemen.
Het bestuur zag in de linksbuiten de ideale opvolger van Coen Moulijn.
Bestuur en speler waren al akkoord, maar Feyenoord-trainer Ernst Happel
sprak zijn veto uit. Moulijn kon volgens de Oostenrijker nog wel een
paar jaar mee. Hij gaf de voorkeur aan versterking op het middenveld.
Dus heette de nieuwste aankoop van Feyenoord niet Rensenbrink maar
Hasil.

Rensenbrink vertrok datzelfde jaar voor ruim een half miljoen gulden
naar Club Brugge. Daar gaf toenmalig sportjournalist Maarten de Vos hem
na een Europa-Cupwedstrijd tegen Ujpest Dosza de bijnaam Slangemens,
geiuml;nspireerd door de Hongaarse trainer die zei dat hij Rensenbrink
als een slang langs de lijn had zien kronkelen. Nooit meer zou de man
met de hoogstaande slalombewegingen voor een Nederlandse club spelen.

Hoewel Feyenoord een jaar na de afgeketste transfer als eerste
Nederlandse club de Europa Cup voor landskampioenen won, meent
Rensenbrink dat de club destijds een fout heeft gemaakt. Hij ziet
raaklijnen met het huidige aankoopbeleid. ,,Feyenoord is altijd een
beetje zuinig geweest. Het was een eer om er te spelen, dus je moest
niet zeuren over het salaris. Ik vind dat ze toen heel fout hebben
gehandeld, vooral door een trainer zeggenschap te geven. Een trainer is er maar 
een aantal jaren en clubbestuurders moeten
toch wat verder kijken dan hun neus lang is. Ik dacht dat Coen Moulijn
een jaar of 30 was, ik was 22. Ik vond het stom van Feyenoord.''

Ajax wilde hem, maar hij wilde Ajax niet, tot twee keer toe. De eerste
keer was in 1965. Rensenbrink speelde bij de amateurs van OSV in
Oostzaan, net boven Amsterdam. DWS was in het seizoen 1963-'64
landskampioen geworden, Ajax vocht in 1965 tegen degradatie. Dus vertrok
hij naar DWS.

Rensenbrink is geboren in de Jordaan. Als kleine jongen had hij geen
uitgesproken voorkeur voor eacute;&eacute;n van de Amsterdamse clubs.
Dat kwam pas toen hij in Oostzaan woonde. DWS sprak hem het meeste aan.
,,Omdat ik uit die buurt kwam. We hebben nog een tijdje in de
Spaarndammerbuurt gewoond, Oud-West. DWS was een
arbeidersclub, dat trok me wel. Bij Ajax zaten de jongens met kapsones.
Dat speelde ook mee.''

DWS betaalde in 1965 aan OSV 3.000 gulden voor Rensenbrink. In 1974
toonde Ajax opnieuw belangstelling voor hem, net als Inter Milan en Real
Madrid. Hij koos voor het aanbod van Anderlecht, waar hij al drie jaar
speelde, om zijn contract zeven jaar te verlengen.

Zijn meest spraakmakende actie maakte Rensenbrink in de laatste minuut
van de WK-finale in 1978, Argentinieuml;-Nederland. Hij schoot tegen de
paal. Nooit was Nederland dichter bij de wereldtitel. Rensenbrink vindt
het niet vervelend steeds aan dat moment te worden herinnerd. Hij lacht.
,,Ik moet alleen altijd uitleggen dat het geen open kans was. Daar word
ik wel eens moe van. Dan komen ze naar me toe en zeggen ze 'godverdomme,
waarom heb je 'm er in die laatste minuut niet
ingeschoten?'. En dan moet ik me toch weer verdedigen: 'Die bal was
helemaal aan de zijlijn, ik kon 'm net halen en ik schoot 'm onder de
keeper door en toen kwam ie tegen de paal aan'.''

De nuchtere Rensenbrink liet zich zelden op passie en hartstocht
betrappen, binnen noch buiten de lijnen. ,,Ik was niet pessimistisch,
maar voor een wedstrijd had ik zoiets van: eerst zien of we winnen. Ik
had vreselijk veel moeite met spelers die bij 1-0 al het hek ingingen.
En dan verloor je met 4-1. Als ik een goal maakte, nou, handje omhoog en
eh, eerst maar wachten tot die wedstrijd afgelopen was. Dan kon je
altijd nog juichen.''

Bij Anderlecht kreeg Rensenbrink alle ballen. ,,Bij Oranje was het een
ander verhaal. Daar heb ik me nooit honderd procent goed in gevoeld.''
Cruijff was de leider, naar hem gingen alle ballen. ,,Ik houd niet van die praat
jesmakers. Je kan ook een leider zijn als je
niet zo'n dominante figuur bent.''

Als international kreeg Rensenbrink de ballen niet, ook niet op het WK
in 1978 toen Cruijff al was gestopt als international. ,,Die rechtsback
van Argentinieuml; was echt de sterkste niet. Maar over dat soort zaken
werd nooit gepraat, ook niet in de besprekingen voor de wedstrijd. Ik
meen dat Michels dat op het WK van '74 ook niet deed. We accepteerden
gewoon dat Cruijff alle ballen moest hebben. Zelfs Van Hanegem speelde
hem steeds aan.'' Rensenbrink wil niet zeggen dat iedereen hem in 1978
,,links liet liggen'', ,,maar er waren spelers die echt de andere kant
opkeken''.

Ook al stoorde Rensenbrink zich mateloos aan het praten van Cruijff, hun
relatie was goed. ,,Ik heb nooit problemen met hem gehad. Misschien
omdat hij vond dat ik ook een goeie voetballer was. De mindere spelers
hadden meer problemen met hem. Johnny Rep kreeg altijd op z'n
sodemieter.''

Sporadisch bezoekt Rensenbrink nog wedstrijden. Soms ziet hij
Anderlecht. ,,Er is zoveel veranderd. In het stadion zit je achter glas
te kijken. Maar als ik kom zijn de supporters me niet vergeten.'' Met
oud-ploeggenoot Jan Mulder bezocht hij onlangs het 25-jarig jubileum van
Constant Vanden Stock als voorzitter van Anderlecht. ,,Heel gezellig.
Het is altijd lachen met Jan.'' Vrienden heeft Rensenbrink in het
voetbal niet gemaakt. ,,Het zijn collega's. Je vrienden heb je buiten
het voetbal.''

Als voetballer kreeg Rensenbrink een van de mooiste complimenten van
Rinus Michels. ,,Je hebt spitsen en je hebt typische buitenspelers, maar
hij is allebei tegelijk. Dat is in het voetbal een zeldzame
combinatie'', zei de oud-coach ooit. Rensenbrink: ,,Ze vergeleken me wel
eens met Piet Keizer of Coen Moulijn, maar dat waren echte
buitenspelers. Ik ben van origine nooit een linksbuiten geweest maar een
linksbinnen.'' Die favoriete positie kreeg Rensenbrink bij het WK in
1978 niet van bondscoach Happel. Hij moest naar de linksbuitenplaats,
,,of net als Cruijff, gewoon een beetje ronddwarrelen''.

De voetbalcarriegrave;re van Rensenbrink doofde als een kaars. Van
Anderlecht ging hij in 1980 naar de Portland Timbers in Amerika, een
jaar later speelde hij bij Toulouse zijn laatste wedstrijden. De rust
van het rentenieren bevalt hem uitstekend. ,,Bovendien, wat moet ik
doen? Ik heb vroeger als timmerman in de bouw gezeten. Trainer worden,
dat zou het enige zijn. Maar dan moet je er honderd procent achter
staan.''

Drie wedstrijden was Rensenbrink trainer van OSV in Oostzaan. Omdat hij
niet over het benodigde diploma beschikte, sommeerde de KNVB hem daarmee
te stoppen. Bij de Belgische derdeklasser Berchem Sport kon hij zonder
diploma terecht. ,,Voor een salaris van 40.000 gulden naar Belgieuml;
verhuizen, ik dacht, laat maar mooi zitten.'' Ook Ethnikos uit
Griekenland klopte vergeefs bij hem aan.

Rensenbrink voltooide de cursus Oefenmeester II. ,,Het jaar daarop moest
ik op voor Oefenmeester I. Ik vond het niet leuk. Veel theorie
natuurlijk. Een heel boek moest je doorwerken en overschrijven. Toen
dacht ik: jezus mina, wat zit ik hier te doen.''









