Feyenoorders doof en blind voor geweld
Door onze redacteur GUUS VAN HOLLAND
ALKMAAR, 24 MAART. Politie op een paard, politie op een motor, politie
met honden, gewapende en gehelmde politie, nerveuze suppoosten,
opgewonden jonge mensen en schichtige oude mannen, vrouwen en kinderen.
Wie zal zich nog verbazen over de aanwezigheid van deze mengeling van
mensen wanneer hij een voetbalstadion nadert? Niemand toch. Het is
immers de gebruikelijke entourage geworden van een spektakelstuk waarin
elf voetballers tegen elf andere voetballers ten strijde trekken. En
waar wordt gevoetbald, heerst grenzeloze opwinding; dat mag intussen
duidelijk zijn.
Wanneer de ene club speelt zal er iets meer opwinding zijn, dan wanneer
de andere club speelt. Maar zeker is dat wanneer Feyenoord en zijn
aanhang op bezoek komen de rust in stad en provincie doorgaans snel
teniet is gedaan. Dan vluchten vrouwen, kinderen, ouden van dagen,
honden en katten naar binnen om vanuit hun schuilplaats het dreigende
onheil te aanschouwen. Nieuwsgierigen en op sensatie beluste mensen
deinzen niet terug voor de intocht van de bende; sterker nog, ze willen
zo'n brutale inval van nabij meemaken en navertellen hoe het
plaatselijke gezag de ordeverstoring vergeefs heeft proberen te
verijdelen.
Voetballers, vooral die van Feyenoord, raken niet meer zo gauw onder de
indruk van dergelijk rumoer. Ze zijn gewend geraakt aan de agressieve
sfeer. Ze lijken wel doof en blind geworden voor hetgeen er zich rondom
hen afspeelt aan verbaal en fysiek geweld. Soms, wanneer racistische
uitingen de atmosfeer vullen, willen voetballers nog wel verbaasd en of
geprikkeld reageren. Verder voetballen voetballers door, omdat het moet,
omdat het hun beroep is en omdat ze kampioen moeten worden.
Feyenoord wordt misschien wel kampioen. Gistermiddag schoof de
Rotterdamse ploeg dankzij een 2-0 overwinning in Alkmaar op AZ op de
ranglijst naast PSV. Feyenoord speelt onverstoorbaar verder in de race
naar het kampioenschap. Soms speelt het elftal zwak en onsportief, soms
speelt het elftal degelijk en saai en krijgt het de hoon van
voetbalminnend en Ajax-aanhangend Nederland over zich heen. Soms is
Feyenoord niet meer dan een bijeengeraapt stelletje jonge mannen onder
leiding van een wijze, oude meester (Ronald Koeman) die uit ervaring
weet dat voetbal een opportunistisch spelletje is waarin onverstoorbaar
gedrag van groot belang is.
Stel eens voor: zojuist is bekend geworden dat de aanhang van de club
oorlog heeft gevoerd met de aanhang van de grootste rivaal (Ajax). Langs
de officieuml;le kanalen hebben de spelers gehoord dat op weg naar de
wedstrijd in een gruwelijke strijd met de aanhang van de aartsvijand
grof geweld is gebruikt en dat een dode en enkele zwaargewonden zijn gevallen. E
r was al een gerucht gaande geweest over
een komende botsing, want de spelersbus had een omweg genomen om in de
stad van de tegenstander aan te komen. Er wordt over gepraat, er wordt
overwogen door voorzitters, scheidsrechters en andere gezagsdragers de
wedstrijd niet door te laten gaan, en toch wordt er gevoetbald.
Feyenoord blijft onverstoorbaar en speelt. Er wordt eenvoudigweg
gewonnen; omdat het moest met het oog op het kampioenschap. Is dat niet
koel, onverschillig zelfs?
Het supportersvak in Alkmaar waarin zo'n duizend aanhangers van de
bezoekende club hadden moeten zitten, was nog niet voor de helft gevuld.
Waar de strijdkreten onophoudelijk hadden moeten klinken, heerste nu een
vreemde vorm van rust. Zelfs toen Feyenoord al na amper vijf minuten een
1-0 voorsprong nam door een kopbal van Henrik Larsson, was er weinig van
opwinding te bespeuren op de tribune van de Feyenoord-supporters. Was er
toch meer in de hoofden gaande? AZ trok vervolgens ten strijde als een
degradatiekandidaat en kreeg volop kansen om de achterstand ongedaan te
maken. Maar Hans Gillhaus, Danny Hesp, Silvan Inia en John Mutsaers
slaagden er niet in doelman Ed de Goey te passeren. Achter De Goey
genoten zijn supporters van zijn alerte acties en leken zij de ellende
te vergeten die hun vrienden in het gevecht met hun vijanden eerder die
dag hadden aangericht.
Een spannende voetbalwedstrijd kan ellende doen vergeten. Zo was het in
de Alkmaarder Hout, waar AZ en Feyenoord betrekkelijk sportief tegen
elkaar ten strijde trokken. Daar waar mensen zich nog opwinden over de
kwaliteiten van Ronald Koeman, over het stijlvolle doelmanswerk van
Feyenoorder Ed de Goey en AZ-keeper Oscar Moens, over de gemiste kansen
van Feyenoorder Henk Vos en over het doelpunt waarmee Feyenoorder Gaston
Taument zijn ploeg naar 2-0 kopte, heerst onschuldig vermaak. Daar is
voetbal gewoon amusement.
Maar zodra de onschuldige wedstrijd voorbij is, kruipt de rauwe
werkelijkheid naderbij. Honderden Feyenoord-supporters zijn verplicht
nog een uur in hun vak te blijven. Wanneer ze het stadion kunnen
verlaten, vibreert de atmosfeer weer van geweld. Iedere aanhanger wordt
aangehouden. Wie zich verdacht gedraagt of zich agressief uit, wordt aan
een nader onderzoek onderworpen.
Het geluid van trappelende paarden, blaffende honden, loeiende sirenes,
klapwiekende helicopters, scheldende supporters en notoire
oproerkraaiers doet de bezoeker beseffen dat hij getuige is geweest van
een confrontatie die menigeen het hoofd op hol heeft gebracht. Rest de
vraag waarom een voetbalwedstrijd zoveel opwinding teweeg brengt.
