Het meisje van de lange lijdensweg
Door JAAP BLOEMBERGEN 
In de lobby van het hotel fluistert ze Chinese
klanken, geluiden die haar nachtrust hebben veranderd. Ze droomt niet
langer van het geplok van een balletje of het geschreeuw van een coach.
Ze droomt tegenwoordig van Chinese karakters. Ze studeert op dezelfde
ijverige wijze als ze ruim twintig jaar topsport heeft bedreven. Tijdens
het gesprek in het Amsterdamse Okura-hotel spreekt ze vol overgave over
de schoonheid van de taal en de schoonheid van de sport. China loopt als
een rode draad door het leven van Bettine Vriesekoop.
,,Chinezen zijn echt schatjes. Ze blijven gerust een uur staan praten
als ze merken dat je hun taal probeert te spreken. Laatst ben ik er twee
keer op straat herkend, een geweldige ervaring. Je ziet nog steeds heel
veel stenen tafels op straat, met een ijzeren net. Ik heb tijdens mijn
laatste bezoek, anderhalve maand geleden, nog met een oud mannetje
gespeeld. Met een petje op, eacute;&eacute;n tand in zijn mond. De
ballen stuitten alle kanten op, zo slecht zijn die tafels.
,,Zelfs de zweetlucht in de gymnastiekzalen vind ik iets moois hebben.
In alle uithoeken van China heb je dezelfde geur. Als ze me een
blinddoek zouden voordoen en ergens zouden droppen, zou ik meteen ruiken
dat ik in China was. Toch raar dat zo'n groot land zo eenvormig kan
zijn.''
Ze heeft zich altijd willen spiegelen aan de mentaliteit van de Chinese
pingpongers, maar ze miste de kalmte die hen zo sterk maakt. Tot de
laatste snik heeft ze geprobeerd alle Aziatische speelsters van de tafel
te meppen. Het is haar niet gegund. Een wereldtitel of een gouden
medaille bleek te hoog gegrepen. Ze troost zich met de gedachte dat de
Chinese kampioenen bang voor haar waren. Er werd veel over haar gepraat.
Haar spel boezemde ontzag in.
De komende jaren studeert ze sinologie in Leiden. Bij de officieuml;le
opening van het Top Twaalf-toernooi, afgelopen donderdag in Eindhoven,
verwelkomde ze de Chinese speelsters in hun eigen taal. De klanken kwam
er met horten en stoten uit. ,,Ik ben pas eerstejaars. Het gaat nog een
lange lijdensweg worden, maar wel een leuke lijdensweg. Tijdens mijn
eerste reis, op mijn achttiende, was ik meteen verkocht. Ik hoorde
blanke diplomaten vloeiend Chinees spreken, een fascinerende ervaring.
Ik heb thuis een hele kast met boeken over China. Ik voel me een
bevoorrecht mens.  Alleen loop ik de kans een beetje wereldvreemd te
worden door die studie. Het slokt al je tijd op. Ik lees geen krant
meer, niks.''
Vriesekoop maakte zich in Eindhoven ook nog druk om de dubieuze
lotingprocedure. Waarschijnlijk een van de laatste stuiptrekkingen van
een kritisch kampioene. ,,Misschien speel ik nog een jaar in
clubverband. Daarna raak ik nooit meer een batje aan. Het is alles of
niks. De cadans en de snelheid kun je alleen met veel trainen volhouden.
En trainen wil ik niet meer. Als je hoofd er niet goed opstaat, heeft
een sterk lichaam ook geen zin.''
Naast haar studie heeft ze ambitie om te schrijven. Haar levensverhaal
leent zich uitstekend voor een autobiografie, een streekroman of een
psychologisch drama. De laatste jaren heeft ze een dagboek bijgehouden.
En ze schreef een boekje over haar trainingsstages in China. Twee weken
geleden maakte ze haar debuut als interviewster voor Nieuwe
Revu. Contacten met een uitgever heeft ze voorlopig op een lager
pitje gezet. ,,Mijn leven leent zich voor een boek, maar ik wil geen
karikatuur van mezelf zijn. Ik moet naar de goede toon zoeken, zorgen
dat het niet te pathetisch wordt. Ik moet mezelf voor de zoveelste keer kwetsbaa
r opstellen. Misschien heb ik daar wel helemaal
geen zin meer in.''
Het beknopte levensverhaal in chronologische volgorde. Een onbezorgde
jeugd, als jongste van negen kinderen, op een grote boerderij in
Hazerswoude. De dood van haar vader die aan kanker leed. De gedwongen
verhuizing naar een flat in dezelfde gemeente. De kennismaking met coach
Gerard Bakker, de goeroe die haar zelfvertrouwen tot het nulpunt
reduceerde, met zijn kadaverdiscipline en zijn scheldpartijen. Daarna de
wederopstanding: de tweede jeugd van een meisje dat welbeschouwd nooit
een eerste jeugd gekend heeft. ,,Op de boerderij hadden we grote stukken
land en veel paarden en koeien. Geen varkens, daar had mijn vader
gelukkig een hekel aan. Ik mocht met zware emmers sjouwen om de kalveren
water te geven. Zelfstandig melken mocht ik niet. Achterin het land
hadden we een eilandje, omringd door plantjes. Als ik langs de spoorlijn
liep, kende ik alle namen uit mijn hoofd. Mijn lievelingsplantje heette
Guichelheil. Vuurrood van kleur.
,,Toen mijn vader dood ging was ik negen. We verhuisden naar een flat.
Ik was nog veel te jong om te beseffen wat ik allemaal zou missen van de
boerderij. De romantiek van het platteland heb ik pas
later ervaren. Er waren ook voordelen aan de flat. We kregen een douche
en een telefoon. Toen ik die flat voor het eerst zag, wilde ik heel hard
gaan hollen over de galerij. Ik leerde tafeltennissen op een soort
keukentafel. Een setje met een netje.''
Via haar zusjes kwam ze in aanraking met de wedstrijdsport. ,,Zij waren
lid van een club die Slagvaardig heette. Ik werd lid van Avanti en daar
trainde Gerard Bakker. Laten we het maar niet meer over hem hebben. Ik
heb dat hoofdstuk afgesloten. Ik droom nog wel eens van die man, maar in
steeds mindere mate. Hij ebt langzaam weg.''
Bij Avanti kreeg ze te maken met een maniakale opvoeder die haar talent
ten koste van alles wilde omzetten in sportieve hoogtepunten. Ze won het
Top Twaalf-toernooi en veroverde de Europese titel. Dankzij of ondanks
Bakker, daar zal ze wel nooit achterkomen. Onder zijn leiding verbeterde
ze haar backhand maar verwaarloosde ze haar forehand. Ze mocht van
Bakker aanvankelijk geen lijm tussen het rubber en het hout van haar
batje plakken. De coach had maling aan de voordelen van het lijmen. 'Dat
heb jij helemaal niet nodig', zei hij tegen Bettine. Vijf jaar later
kwam hij tot inkeer, maar toen was ze al over haar
hoogtepunt heen.
Het vrolijke dorpsmeisje werd getransformeerd tot een stuurse robot.
Bakker liet de puber van tafel naar tafel rennen met zandzakken op haar
rug. Hij bediende in de trainingszaal verschillende knipperlichten die
verschillende soorten effect suggereerden. Ze mocht nooit naar de
kermis, nooit naar een schoolfeest. De eerste nationale seniorentitel
won ze op haar dertiende. De eerste verliefdheid kwam op haar 28ste. Ze
wist niet beter of tafeltennis was het toppunt van genot. Ze zat in een
koker. Ze mocht 's avonds niet met haar collega's praten. Ze trapte
bewust balletjes kapot om een tegenspeelster uit haar concentratie te
halen. Langs de kant deed Bakker, die het strijdplan zelf had bedacht,
alsof hij woedend op haar was. ,,Wanneer ik de beelden van vroeger
terugzie, schaam ik me nog steeds.''
Toch heeft ze Bakker vaak genoeg verdedigd. Zijn trainingswijze was
buiten proporties, maar de intentie was zo slecht nog niet. Hij was een
professional die lak had aan de amateuristische houding bij de bond.
,,Zo bezeten als ik trainde, dat hoorde niet. Nederland kende geen
topsporters in de jaren zeventig. Sindsdien is er veel ten goede
veranderd, maar onze manier van trainen zou nog steeds op veel kritiek
stuiten. Ik maakte met iedereen ruzie, gebruikte
iedereen om mijn eigen prestaties te bevorderen. Ik was gewoon een
kreng.
,,We vormden een twee-eenheid. Niemand had invloed op ons. Ik stond ook
buiten de familie. Dat zegt genoeg over de extreme situatie waarin ik
leefde. Mijn moeder dacht dat ik in goede handen was. Ik rolde van het
ene succes in het andere. Mijn vader zou trots geweest zijn. Hij was
totaal sportgek, vreselijk fanatiek. Schelden voor de televisie, dat
soort dingen.''
Na de Olympische Spelen van Seoul, in de herfst van 1988, volgde een
frontale botsing met Bakker. De ruzies stapelden zich op, de breuk was
niet meer te lijmen. Ze walgde van zichzelf, ze wilde geen batje meer
aanraken. Ze verhuisde naar Amsterdam, op de vlucht voor de meester die
zijn leerling had gehersenspoeld. Om weer plezier te kunnen krijgen in
haar sport heeft ze zich aanvankelijk helemaal afzijdig gehouden. ,,Je
moet eerst inkrimpen om te kunnen uitzetten'', citeerde ze een Chinese
wijsheid.
'In het leven van Bettine is ook een muur gevallen', schreef Jan Mulder
in 1989, het jaar van de Berlijnse samensmelting. De columnist zat
dichter bij de waarheid dan hij zelf kon vermoeden. Vriesekoop is
geboren op 13 augustus 1961, de dag dat de Berlijnse Muur werd voltooid.
Ze schreef Mulder een briefje als blijk van waardering en raakte later
met hem bevriend.
De muur om haar heen was inderdaad gevallen, ze kroop langzaam uit haar
schulp. ,,Ik kwam natuurlijk uit een heel beschermde positie en kreeg
opeens met rechtstreekse kritiek te maken. Vroeger hoefde ik niet te
reageren, dat werd voor me gedaan. Ik moest opeens voor mezelf opkomen
en met collega's leren omgaan. Ik moest leren communiceren. De meeste
mensen konden niet geloven dat ik uuml;berhaupt zou kunnen veranderen.
Er bestonden te veel vooroordelen tegen mijn persoon.''
Ze noemt tafeltennis een mengeling van schaken en de honderd meter
lopen. ,,Je moet zo veel over het spel nadenken, dat je wel gedwongen
wordt een piekeraar te zijn. In een wedstrijd moet je strategieeuml;n
bepalen. Je moet heel creatief zijn. Tegelijktijd moet je heel explosief
spelen en snel kunnen nadenken welk effect er in een bal zit. Je wilt zo
min mogelijk van je eigen spel prijsgeven.
,,Chinezen hebben van nature controle over hun lichaam. In Nederland zie
ik jonge tafeltennissers die het ene been niet voor het andere kunnen
zetten. De meeste kinderen gaan eerst op voetbal of tennis en als ze
daar genoeg van hebben, gaan ze misschien nog een keer op tafeltennis.
Wij krijgen het uitschot. Ze zouden beter eerst allemaal op turnen
kunnen gaan. Voor de souplesse.''
Ze heeft zich geeuml;rgerd aan de geringe discipline bij haar
Nederlandse collega's. Om die reden is ze regelmatig naar Azieuml;
gereisd, waar ze meer verwantschap voelde. ,,Chinezen hebben het geduld
om zes uur per dag te trainen. Ze zijn nog te manipuleren. Ze mogen geen
lippenstift en geen make-up gebruiken. Een permanentje is verboden.
Talentvolle kinderen zien hun ouders soms maar een keer per jaar. In
Nederland is zoiets ondenkbaar. De kinderbescherming zou het
verbieden.''
Achter de tafel heeft ze de afgelopen jaren een gedaanteverwisseling
ondergaan. Ze speelde creatiever en aanvallender dan onder het bewind
van Bakker. De resultaten bleven wisselvallig, het spelplezier was
aanmerkelijk toegenomen. Ze vergeleek haar nieuwe sportbeleving met een
boeddhistische instelling. Meer geest dan lichaam. De geest is heilig,
het lichaam is van minder belang.
Vorig jaar onderstreepte ze haar levensvisie met een geruchtmakende
naaktfoto in Playboy. Het leek op een zoveelste bevrijdingsactie
van Vriesekoop. Ze beweert het tegendeel. ,,Ik kreeg zoveel geld
aangeboden, dat ik niet koacute;n weigeren. Dat zou heel decadent zijn
geweest. Door die foto kon ik mijn huis in eacute;&eacute;n keer
afbetalen. In arme landen hebben ze niet eens geld om kleren te kopen en
hier maken de mensen zich druk om een prachtige naaktfoto. Zo intiem
zijn mijn blote borsten niet. Praten over mijn gevoelens vind ik
intiemer dan naakt voor een foto poseren.''
