Spanning blijkt het toverwoord in ijshockeyland
Door onze redacteur MARK HOOGSTAD 
EINDHOVEN, 23 JAN. Een oorverdovend
kabaal stijgt op als de spelers van Nijmegen en Tilburg de ijsvloer
betreden. Aan weerszijden van de boarding weerklinken strijdliederen.
Tevergeefs probeert de speaker boven het gejoel uit te komen. Om het
onbegrensde enthousiasme kracht bij te zetten, ontsteken sommige
supporters fakkels met bengaals vuur en een enkel rotje. IJshockey in
Nederland - wie niet beter weet, kan vermoeden dat het gestoei met puck
en stick weer hoogtijdagen beleeft.
Het Gemeentelijk IJsstadion in Eindhoven was gisteravond het
traditionele decor van de strijd om de nationale beker. De eindstrijd
ging tussen Tilburg en Nijmegen, respectievelijk de nummers
eacute;&eacute;n en twee van afgelopen seizoen. De bekerfinale was een
kopie van vorig jaar. Twaalf maanden geleden trok Nijmegen met 3-2 aan
het langste eind, ditmaal zegevierde Tilburg met dezelfde cijfers.
Fysiek beulswerk voerde gisteravond de boventoon. Liefhebbers van
technisch verfijnd ijshockey hadden opnieuw het nakijken. Onder toeziend
oog van bijna 2500 belangstellenden hielden beide ploegen elkaar lange
tijd in evenwicht. Halverwege de derde periode trok Tilburg het
initiatief naar zich toe. Aanvaller Phil Eboli zigzagde vijf minuten
voor tijd door de Nijmeegse defensie. Met een uitgekookt schot rondde de
Amerikaan zijn solo doeltreffend af. Hij bepaalde de eindstand op 3-2 in
het voordeel van de ploeg die de laatste weken matig op dreef was in de
reguliere competitie.
Na afloop overheerste tevredenheid, zelfs aan de kant van de verliezende
finalist. ,,Het publiek was vanavond de grote winnaar'', zei
Nijmegen-voorzitter J. Vullers. Zijn mening werd door de overige
aanwezigen van harte onderschreven. Zijn mening deed denken aan de
woorden die Vullers vorig voorjaar sprak. In de strijd om de landstitel
stonden Tilburg en Nijmegen toen maar liefst zeven keer tegenover elkaar
op het ijs. De drukbezochte best of
seven-reeks was destijds een goedmaker na de matige publieke
belangstelling eerder in het seizoen. Het betekende bovendien een extra
bron van inkomsten voor beide clubs.
Spanning is het nieuwe toverwoord in ijshockeyland. Het spelniveau mag
nog zo matig zijn, volgens spelers, coaches en bestuurders vergoedt de
spanning veel zo niet alles. Zelfs de neutrale toeschouwer wordt op zijn
wenken bediend. ,,De hele sport is gebaat bij wedstrijden als deze'',
vertelde Nijmegen-voorzitter Vullers. Gelijkopgaande wedstrijden
bewijzen dat ijshockey langzaam maar zeker weer
bestaansrecht heeft in Nederland.
De Nederlandse IJshockey Bond (NIJB) hanteert een soortgelijke
filosofie. Anderhalf jaar geleden introduceerde de bond de zogenoemde
salary cap. Clubs mochten voortaan hun spelers niet meer betalen.
Doel van de maatregel was tweeledig: enerzijds de financieuml;le
huishouding van de verenigingen saneren en anderzijds de
krachtsverschillen in de eredivisie minimaliseren. Voorkomen moest
worden dat de club met de grootste geldschieter (Tilburg) het verloop
van de competitie naar zijn hand zou zetten. De
enerverende finalereeks van vorig seizoen was in de ogen van NIJB een
bewijs van de juiste aanpak. Maar nog geen drie maanden later bezweek de
bond onder druk van de clubs. De nul-optie werd voorzichtig losgelaten.
Vier categorieeuml;n werden vervolgens ingesteld. Zo bestaat de
A-klasse uit internationals en spelers uit de Europese Unie die maximaal
zesduizend gulden bruto per maand mogen verdienen. ,,Het robbertje om de
nul-optie hebben wij verloren, maar gelukkig is de situatie
beheersbaar'', aldus J. Ponsioen, bestuurslid van de NIJB met de
portefeuille Topijshockey. ,,Komende maanden is het
zaak om te voorkomen dat we weer met z'n allen in hetzelfde mes
vallen.'' Of dat lukt is zeer de vraag. Vooral de grote clubs als
Tilburg, Nijmegen en Heerenveen lopen over van ambities en dringen
achter de schermen aan op het verder loslaten van het 'salarisplafond'.
Nijmegen heeft de begroting dit seizoen verdubbeld naar
vierhonderdduizend gulden. Voorzitter Vullers: ,,Nog twee wedstrijden en
alles wat volgt is pure winst. Dat geld zouden we maar al te graag
investeren in Scandinavische spelers.''
