


Winterstop





NIET ALLEEN voor de ontluisterde landskampioen Ajax komt de winterstop
als een opluchting. De hele voetballerij snakt naar een adempauze. Het
betaald voetbal zit met een gapend gat aan uitzendrechten en stevige
claims van het failliete sportkanaal Sport7. Binnen de KNVB werkt de
zogeheten Bende van acht topclubs in het profvoetbal toe naar een
schisma. Als om de verwarring compleet te maken, heeft een nieuwe
virulente variant van het voetbalvandalisme de kop opgestoken.


Het imbroglio dat is ontstaan, wordt gekenmerkt door een wirwar van
verwijten over en weer. Strikt genomen zijn de problemen met Sport7, de
rechten en de verdeling afzonderlijke kwesties. Wel kan worden gezegd
dat de aanspraak van Feyenoord op de thuiswedstrijden - vlak overigens
Ajax en PSV niet uit - heeft gefungeerd als katalysator. Dat was de dag
voor Kerst nog weer de reden voor het interimbestuur van de sectie
betaald voetbal om zijn onderhandelingsmandaat terug te geven. Staatsen
c.s. had aanvankelijk nog gedacht de collectieve rechten veilig te
kunnen stellen door een snelle statutenwijziging. Maar begin deze maand
beloofde minister Wijers (Economische Zaken) op spectaculaire wijze roet
in het eten te gooien. Met een beroep op het Europese recht waarschuwde
hij dat gezamelijke uitbating van uitzendrechten in strijd is met het
mededigingsrecht. Statutenwijziging of niet.






DE WERKELIJKHEID   is niet zo duidelijk als Wijers het voorstelde. Zo
zijn de bezwaren tegen de collectieve regeling van voetbalrechten in
Engeland, dat hij als afschrikwekkend voorbeeld opvoerde, nog onder de
rechter. De Europese Commissie heeft in juli al wel een breed onderzoek
naar de sportrechten aangekondigd, maar dat heeft vooral betrekking op
mogelijke kartelvorming bij de omroep. Dat is een nuttige waarschuwing
dat het verbod van misbruik van machtpositie geldt voor beide partijen
in de strijd om de tv-rechten. Maar het Europese onderzoek betreft wel
precies het spiegelbeeld van het KNVB-probleem.

De kern van dat probleem is dat topclubs een klasse apart zijn, maar het
toch niet kunnen stellen zonder de anderen. Een competitie spelen in je
eentje gaat niet. Het wedstrijdschema en de uitzendtijden gaan de
zeggenschap van de individuele deelnemers onmiskenbaar te boven. Waarom
zou dat ook niet gelden voor de uitzendrechten als zodanig? Het
klassieke antwoord op deze vraag is dat vrije mededinging tussen de
sportaanbieders helpt de prijzen te drukken. En dat is in het voordeel
van de mediaconsument. Dat deze niet gediend is van dwangverkoop en
prijsopdrijving heeft Sport7 bewezen.

In zijn hoedanigheid van sportliefhebber heeft dezelfde consument er
anderzijds juist belang bij dat het voetbal de rijen sluit, zodat ook de
gewone clubs kunnen meeprofiteren van de topclubs. De bovenlaag is op
zijn beurt niet te beroerd te putten uit veelbelovend spelersmateriaal
in de lagere regionen. Een tegenprestatie in de vorm van hoge
transfersommen is nu net op losse schroeven gezet door het Europese Hof
van Justitie in de geruchtmakende zaak-Bosman. Toch erkende dit hof de
waarde van een zekere solidariteit. Ten minste eacute;&eacute;n
gezaghebbend Europees jurist heeft daarbij veelbetekenend gewezen op
uitzendrechten als alternatieve bron van inkomsten.






HOEVER DE   samenwerking binnen een bond precies mag gaan, is in het
mededingingsrecht nog een onopgelost vraagstuk. Niet alleen voor het
voetbal; ook het vrijwillig filiaalbedrijf (samenwerkende winkels) kan
er over meepraten. Een herschikking van de verhoudingen binnen het
betaald voetbal lijkt intussen onvermijdelijk. Daarvoor zijn de
verschillen te groot tussen de topclubs met hun Europese ambities en
eersteklassers in lagere regionen met slechts een paar honderd
toeschouwers op de tribune. De Bende van acht belooft in elk geval
hetzelfde probleem tegen te komen als de KNVB. Ook binnen een superliga
bestaan verschillen in marktwaarde. De vrije mededinging verzet zich er
tegen dat de goedkopere onderdelen meeliften met de dure
publiekstrekkers. De verslaving aan uitzendrechten die culmineerde in
het avontuur met Sport7 is ook een wankele basis voor overleving.

De topclubs produceren niet
alleen topvoetbal. Zij zijn ook een belangrijke bron van wedstrijden met
een verhoogd risico van voetbalvandalisme. Wat de nieuwe structuur,
waarover voorzitters van topclubs rond een goede dis graag filosoferen,
ook wordt, er zullen zeker nadere eisen aan moeten worden gesteld met
betrekking tot de veiligheid in en om de stadions. De clubkaart die
daaraan een bijdrage zou moeten leveren is toch weer voornamelijk
uitgedraaid op een marketinginstrument. Maar topvoetbal is
meacute;&eacute;r dan marketing en merchandising, skyboxen en
tv-rechten.











