


Internationale politie





DRIE JAAR   nadat het is opgericht blijkt het Joegoslavieuml;-tribunaal
meer tot stand te hebben gebracht dan de sceptici voor mogelijk hielden,
noteerde de Utrechtse hoogleraar strafrecht Swart in september in zijn
afscheidscollege. In betrekkelijk korte tijd heeft het tribunaal een
hele serie aanklachten opgesteld, waaronder die tegen twee
hoofdrolspelers in het Bosnieuml;-conflict, Mladic en Karadzic. Het
heeft ook al uitspraken gedaan die van het grootste gewicht zijn voor de
internationale rechtsvorming.


Van het tribunaal is verder een impuls uitgegaan tot het instellen van
strafrechtelijke onderzoeken tegen mogelijke daders in derde staten. Het
is ten slotte zeker niet uitgesloten dat het tribunaal ertoe heeft
bijgedragen dat in de Dayton-akkoorden van najaar 1995 amnestie niet
voorkomt als onderdeel van de vredesregeling, maar dat de partijen in
het conflict zich juist hebben verplicht tot het verlenen van alle steun
aan internationale berechting van begane oorlogsmisdrijven. Deze
berechting vormt een belangrijk element van wat Swart noemt de
,,desolidarisering'', het afstand nemen van het maatschappelijke en
politieke klimaat waarin de gruweldaden konden ontstaan. Dat is
onontbeerlijk wil de vrede een kans maken.


Afstand nemen is, net zoals de ontsporing in het verleden, vooral een
collectief proces. Maar voor de gruweldaden geldt - zoals het tribunaal
van Neurenberg na de Tweede Wereldoorlog opmerkte - dat ze ,,niet worden
begaan door abstracte eenheden maar door concrete mensen. Slechts door
het bestraffen van individuele personen kan het internationale recht
worden gehandhaafd''.


EEN JAAR NA Dayton is nog te weinig gekomen van aanhouding om degenen
die in staat van beschuldiging zijn gesteld daadwerkelijk voor het
tribunaal te brengen. De rechters in Den Haag beschikken niet over eigen
politiemensen. Het arresteren van de verdachten is primair een taak van
de ondertekenaars van de Dayton-akkoorden. Maar ook de Veiligheidsraad
van de Verenigde Naties heeft verplichtingen ten aanzien van de
geloofwaardigheid van het internationale tribunaal dat de Raad instelde,
het eerste na Neurenberg en Tokio.

Voor de internationale vredesmacht ter plaatse geldt van meet af aan dat
opsporingsactiviteiten buiten haar mandaat vallen. De NAVO-ministers van
Defensie hebben vorige week een poging ondernomen de impasse te
doorbreken. Zij spraken zich in principe uit voor oprichting van een
speciale politiemacht om gezochte oorlogsmisdadigers op te pakken. De
formule is nog niet erg duidelijk; wordt het een tweede Europol of een
VN-politie? Ook politiek wringt er nog het een en ander. De politiemacht
(of is het slechts een politie-eenheid?) is vooral gepousseerd door de
Amerikanen, terwijl belangrijke Europese bondgenoten lauw hebben
gereageerd.


HET NEDERLANDSE parlement schaarde zich al wel achter een actiever
arrestatiebeleid toen het zich uitsprak voor voortzetting van de
Nederlandse deelname aan de vredesmacht in Bosnieuml;. Deze instemming
is niet los te zien van de omstandigheid dat de risico's in dit
getroubleerde gebied het eerste jaar na Srebrenica zijn meegevallen.
Arrestaties vormen nu juist een nieuwe risicofactor. En dat terwijl de
vredesmacht wordt afgeslankt.


Toch is een internationale politiemacht het proberen waard om althans
enige voet aan de grond te krijgen voor daadwerkelijk rechtsherstel. De
aandacht richt zich vooral op de voortdurende afwezigheid van Mladic en
Karadzic in Den Haag. Het tribunaal zelf heeft er bij het uitbrengen van
aanklachten voor gekozen van laag naar hoog te werken. Volgens dit
recept zou de internationale politie kunnen beginnen met het inrekenen
van een paar mindere goden. Eeacute;n ding is in elk geval duidelijk:
wanneer de laksheid voortduurt, dreigt het hele tribunaal in diskrediet
te raken.











