


Voorzitterschap





DE TOP in Dublin is zowel een succes als een mislukking geworden. Een
succes voor 'de-karavaan-trekt-verder'-Kohl, een mislukking voor Chirac.
De Franse president heeft zich in drie essentieuml;le dossiers moeten
neerleggen bij compromissen die hem beduidend minder opleverden dan wat
hij had gewenst. Of het nu ging om de status van het toekomstige
monetaire beleid, het Nederlandse gedoogbeleid of het door de Ieren
voorgelegde plan tot herziening van het Verdrag van Maastricht: de
Fransen hebben niet hun zin gekregen. Ondanks de geforceerde tussentop
in Dublin, een voortop met kanselier Kohl in Neurenberg, flink wat
spanning in de betrekkingen met Den Haag en verhitte debatten dit
weekeinde opnieuw in de Ierse hoofdstad is Chirac in de kou blijven
staan.


Het Nederlandse voorzitterschap heeft door de uitkomst van Dublin
voldoende manoeuvreerruimte behouden om aan het werk te gaan. Alles is
open, niets is 'dichtgetimmerd'. Maar de zo verkregen vrijheid zal
behoedzaam en mondjesmaat moeten worden benut, wil de crisis in de
onderlinge Europese verhoudingen die dit weekeinde kon worden voorkomen,
niet alsnog uitbreken. Nederland heeft de afgelopen weken getript op de
ruzie met Chirac over de drugs, maar de problemen op de Frans-Duitse as
zijn van een veel gevaarlijker soort. Niet alleen botsen daar
tegengestelde maatschappijvormen op elkaar, de Franse economie lijdt
bovendien aan een te lang uitgestelde en niet meer te vermijden
aanpassing.

 




NIET ALLE uitstaande vraagstukken zullen in het komende 'Nederlandse'
halfjaar behoeven te worden opgelost. Maar die waarbij overeenstemming
niet langer kan worden uitgesteld, zijn indrukwekkend genoeg. De
aanpassing van de Europese instellingen met het oog op de voorziene
uitbreiding van het lidmaatschap, de vraag of sommige leden van de Unie
verder kunnen gaan dan andere, de vraag of buitenlandse en
veiligheidspolitiek ook met meerderheid van stemmen moeten kunnen worden
bedreven, leveren evenzovele splijtzwammen-in-de-kiem op. De te
verwachten onbeweeglijkheid van de Britten in bijkans alle dossiers,
tenminste tot aan de aanstaande Lagerhuisverkiezingen, dreigt de
Nederlandse voorzitter in tijdnood te brengen.

Geduld, verbeeldingskracht en volharding zullen de ingredieuml;nten
moeten zijn die het voorzitterschap verder helpen. Alles zal in het werk
moeten worden gesteld om alle lidstaten in dezelfde boot te houden. Maar
daarbij behoeven niet alle Nederlandse wensen en inzichten in dienst van
de saamhorigheid bij voorbaat opzij te worden gezet. Een verdere
afbrokkeling van wat er in bijna veertig jaar aan gemeenschappelijkheid
is bereikt, dient te worden voorkomen. De getoonde inzet om het
politieuml;le en justiti&euml;le dossier van een gerechtelijke
component te voorzien is van ver strekkende betekenis. De hardnekkigheid
die Den Haag bij de verdediging van zijn gedoogbeleid heeft getoond, zou
hier niet misstaan. ...en stabiliteit
HET ONTWERP VOOR de euro, de gemeenschappelijke munt van de Economische
en Monetaire Unie (EMU), is klaar. De winnende keuze van de
bankbiljetten werd eind vorige week gelijktijdig onthuld met de
aanvaarding van het stabiliteitspact door de staats- en regeringsleiders
van de Europese Unie. Het stabiliteitspact heeft een enorme draagwijdte,
niet alleen voor de hardheid van de toekomstige euro, maar ook voor het
nationale begrotingsbeleid van de lidstaten die deelnemen aan de EMU. Op
Duits initiatief heeft de Europese Unie gekozen voor een streep onder
een kwart eeuw van spilziekte bij de overheidsfinancieuml;n. Het
stabiliteitspact kan worden beschouwd als het amendement voor
begrotingsevenwicht bij het Verdrag van Maastricht.

Hoewel Duitsland niet tot het uiterste zijn zin heeft gekregen en er een
beperkte ruimte voor politieke afweging in het pact is ingebouwd, moet
niemand zich illusies maken over de gevolgen. Nederland zou bijvoorbeeld
tot en met 1995 niet aan het stabiliteitspact hebben voldaan en
jaarlijks automatisch boetes hebben moeten betalen voor zijn gebrek aan
begrotingsdiscipline.

Een recessie van meacute;&eacute;r dan driekwart procent op jaarbasis -
 het criterium om een politiek oordeel te laten meespelen bij het
toestaan van een begrotingstekort van meacute;&eacute;r dan drie
procent - heeft zich sinds 1980 in de Europese Unie als geheel slechts
twee keer voorgedaan. Met andere woorden: als het stabiliteitspact wordt
nageleefd, hebben omvangrijke begrotingstekorten in de EMU-landen hun
langste tijd gehad. De bedoeling hiervan is te voorkomen dat
eacute;&eacute;n deelnemer aan de EMU de prijs van zijn overheidstekort
afwentelt op de overige deelnemers. Hoewel de nationale vrijheid blijft
bestaan om het begrotingsbeleid naar eigen inzicht in te vullen, stelt
het stabiliteitspact in de praktijk harde, supranationale begrenzingen.

 




ACHTER DE FACcedil;ADE van discipline gaan evenwel grote
meningsverschillen over de monetaire unie schuil. Deze bleken op de top
in Dublin in botsingen tussen de Franse en Duitse visie op de EMU. Zo
kwam de Franse president Chirac met het voorstel om een politieke raad
controle te laten uitoefenen op de toekomstige Europese Centrale Bank
(ECB). Dat is geen nieuw idee, president Mitterrand beweerde iets
dergelijks al aan de vooravond van het Franse referendum over het
Verdrag van Maastricht in september 1992. Net als toen reageerden de
Duitsers ook nu furieus. De politieke onafhankelijkheid van de ECB is
voor Duitsland even sacrosanct als die van de Bundesbank.

Verder speelden de Fransen opnieuw met de gedachte dat de Europese
munten - en straks de euro -  moeten verzwakken ten opzichte van de
dollar. Het is de aloude concurrerende devaluatie in een Europese
verpakking, en ook hierover verschillen de Duitsers radicaal van mening.
Monetair beleid is in de Duitse visie een kwestie van prijsstabiliteit
(dat wil zeggen: lage inflatie) en niet van wisselkoersmanipulatie.

 




DE EUROPESE LANDEN, inclusief Frankrijk, hebben zich de afgelopen
decennia uiteindelijk gevoegd naar de Duitse opvattingen op monetair
terrein. Voor de EMU, waarbij lidstaten hun monetaire soevereiniteit
opgeven, vergt dat de bereidheid tot verregaande aanpassingen van het
economische beleid en van de politieke psychologie. Wantrouwen over
wederzijdse bedoelingen vormt een slechte basis om aan het experiment
van een gemeenschappelijke munt te beginnen.












