


Nieuwe fase





IN HET KADER van het gebruikelijke halfjaarlijkse overleg heeft minister
Pronk (Ontwikkelingssamenwerking) een bezoek gebracht aan Paramaribo.
Deze keer had het een bijzonder karakter. Dit was het eerste bezoek van
een lid van het Nederlandse kabinet sinds het aantreden van de regering
van president Wijdenbosch, vertrouweling van de voormalige legerleider
Bouterse tegen wie in Nederland een justitieel onderzoek loopt.


Het bezoek van Pronk heeft de verwachting bevestigd dat een nieuwe fase
is aangebroken in de betrekkingen tussen Suriname en Nederland. De
nieuwe regering heeft een verfrissende visie op het openstaande bedrag
aan Nederlandse ontwikkelingshulp. De tijd is voorbij dat het land alles
op deze post-koloniale kaart kan zetten. Het Nederlandse
ontwikkelingsgeld is, in de woorden van de Surinaamse minister Brunings
(Planning en Ontwikkeling), niet meer dan 'zaaigoed' voor de
particuliere investeringen die de economie vlot moeten trekken.

OOK IN HAAR buitenlandse politiek geeft de regering-Wijdenbosch zich
moeite de horizon te verruimen. Onder de vorige regering is Suriname al
toegetreden tot Caricom, de Caraiuml;bische gemeenschappelijke markt.
Nu wordt met name ook de band met de grote nabuur Brazilieuml;
aangehaald. In het (hoger) onderwijs is sprake van een nieuwe
orieuml;ntatie op het 'andere buitenland'. Het Haagse bezoekerscentrum
is een streepje gedaald op de lijst van de diplomatieke prioriteiten van
het nieuwe bewind in Paramaribo.

Dat geeft Nederland gelegenheid verder afstand te nemen van de wel wat
zwaar aangezette retoriek die met name het raamverdrag uit 1992 heeft
begeleid. Bijzonder zal de relatie tussen de twee landen nog wel
blijven, maar met reden noemde minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken)
ruim een jaar geleden al enige terughoudendheid 'prudent'. Zo vallen er
de nodige vraagtekens te zetten bij sommige hoge ambtelijke en politieke
benoemingen in Paramaribo. Maar dan zijn er nog wel enkele andere verre
hoofdsteden te noemen. Het zijn de daden die tellen, was de nuchtere
reactie van het kabinet na de verkiezing van Wijdenbosch.

DAADKRACHT IS AL moeilijk genoeg. Het bezoek van Pronk betreft een
belangrijk aspect van de Surinaams-Nederlandse betrekkingen maar er zijn
een aantal precaire dossiers die buiten zijn portefeuille vallen. Sinds
het ongedaan maken van de opschorting van de rechtshulpovereenkomst per
1 oktober vorig jaar zijn vier uitleveringsverzoeken en dertien
verzoeken voor nader onderzoek (waaronder twee in verband met het
Copa-onderzoek naar drugshandel) gedaan.

In oktober meldde minister Sorgdrager (Justitie) dat ,,aan slechts
eacute;&eacute;n verzoek tot op heden uitvoering is gegegeven;
rappellen bleven onbeantwoord''. Haar nieuwe collega Shak Shie heeft de
Nederlandse ambassadeur in Paramaribo meegedeeld dat hij een overzicht
op prijs zou stellen zodat hij een en ander kan nagaan. Erg overtuigend
klinkt dat nog niet. Ook op het justitieuml;le vlak past een nieuw
begin.











