


Onder de rechter





VOOR DE CYNICUS behoort het proces tegen Johan V., alias de Hakkelaar,
tot de strafrechtelijke middenmoot. Het wettelijke strafmaximum voor
hasjsmokkel is vier jaar, voor deelname aan een criminele organisatie is
het vijf jaar, en de strafrechter pleegt in Nederland niet straffen te
stapelen. De laatste hasjbaron die in Nederland werd veroordeeld,
Charles Z., zit een straf van vijf jaar uit. Dat is niet niks, maar het
ging niet om een megaproces.


De strafmaat vormt dan ook niet de verklaring voor het mediacircus rond
de berechting van V. in Amsterdam. Dat komt voort uit de omstandigheid
dat het openbaar ministerie een vergelijk heeft gesloten met twee
getuigen agrave; charge. De woordvoerder van het OM wil niet spreken van
kroongetuigen (het zou hier slechts een deal met criminelen betreffen),
maar dit woordenspel is het belang van de rechtszaak onwaardig. Het gaat
hier wel degelijk om de toelaatbaarheid van gekochte verklaringen. Dit
vormt de eerste proef op de som van de conclusies van de parlementaire
enquecirc;tecommissie opsporingsmethoden. Tot dusver is het vooral de rechter
geweest die de bijzondere opsporingsmethoden naar eigen inzicht heeft
ingevuld. De commissie-Van Traa heeft de kroongetuige principieel
afgewezen. De vraag is of hij niet via het achterdeurtje van de
jurisprudentie alsnog naar binnen wordt gesmokkeld. Het eerste precedent
is er al, de Hoge Raad heeft in 1994 het gebruik van kroongetuigen
geaccepteerd in het geval van twee broers op het eiland Sint Maarten die
door corrupte politiemensen waren verlost van een partijtje drugs.

Die uitspraak laat ruimte voor een nadere afweging door de rechter van
elementen als de betrouwbaarheid van een gekochte verklaring en de vraag
of er werkelijk geen alternatief aanwezig was. En dan is er de
,,ingebouwde perfiditeit van het systeem'', zoals de criminoloog
Bovenkerk, een van de deskundigen van de commissie-Van Traa, het heeft
genoemd: ,,Zijn sommige verdachten niet zo slecht dat een overheid met
hen nooit overeenkomsten zou moeten sluiten?''

Bovenkerk concludeert dat het gebruik van kroongetuigen alleen is
toegelaten in Italiaanse toestanden. In Nederland kan volgens hem niet
worden gesproken van zo'n noodsituatie. Het vraagstuk van de
georganiseerde misdaad is hier een recente uitvinding (ongeveer tien
jaar oud) en uit de rapportage voor de commissie-Van Traa komt ,,een
gevarieerd beeld'' naar voren.DIT IS EEN PROPOSITIE die bepaald nadere
beschouwing verdient. Niet alleen in de rechtszaal maar ook in ,,het hof
van de publieke opinie''. Een zakelijke discussie wordt niet bevorderd
door het soort media-hype dat over de Hakkelaar is losgebarsten, mede
gevoed door aanklagers en verdediging. Jaren geleden werd al
geconcludeerd dat de sub judice-regel - een zwijgplicht zolang een zaak
onder de rechter is - dient te wijken voor een robuust openbaar debat in
zaken van publiek belang. Maar dat is iets anders dan een mediaspiraal
van stemmingmakerij over en weer.











