


Franc fort





FRANKRIJK HEEFT een haat-liefde verhouding met zijn nationale munt. Het
is een uitvloeisel van het Cartesiaanse denken dat Frankrijk hecht aan
rationele structuren en een afkeer heeft van de grilligheid van markten.
Op het gebied van wisselkoersen is Frankrijk dan ook steevast
voorstander van een 'systeem', liefst met wereldwijde regels. De
nauwelijks verholen bedoeling daarvan is om de Franse franc een
prominente plaats in het internationale monetaire stelsel te laten
behouden, om de macht van de Amerikaanse dollar te temmen en om greep te
krijgen op het Duitse monetaire beleid.


Uit dit systeemdenken komt ook de overtuiging voort dat structurele
economische problemen met wisselkoersen kunnen worden opgelost. Daarom
pleiten Fransen regelmatig voor een lagere koers van de franc, voor een
sterkere dollar of voor een aanpassing van de Europese wisselkoersen.
Aan de ene kant staan de voorstanders van de 'franc fort', het beleid
van een harde franc gekoppeld aan de D-mark op weg naar de euro, aan de
andere kant de pleitbezorgers voor een verzwakking van de franc. Het
gevolg van deze voortdurende richtingenstrijd in de Franse politiek is
een feilloos ontwikkeld recept voor monetaire onrust.

ZO OOK DE afgelopen week. Frankrijk verkeert in een economische malaise,
het gevoel van 'morositeacute;' is groot, de werkloosheid ligt op een
recordniveau. En dan klinkt de Sirenenzang van een lagere franc.
Oud-president Valeacute;ry Giscard d'Estaing, de voorzitter van de
Assembleacute;e Nationale S&eacute;guin en twee leden van de
toezichtsraad van de Banque de France riepen op tot een devaluatie van
de franc. Of op zijn minst tot een verzwakking van de Europese munten
ten opzichte van de 'verschrikkelijke' dollar.

Zoiets is trappen tegen het zere been van de Duitsers, die in monetaire
zaken de nadruk leggen op prijsstabiliteit en niet op de wisselkoers.
Het is dus geen goed paspoort voor harmonieuze deelname aan de
Economische en Monetaire Unie, de EMU, die over ruim vijfhonderd
werkdagen in werking treedt. En juist de EMU is een Frans initiatief
geweest om het Europese wisselkoerssysteem tot de uiterste consequentie
van eacute;&eacute;n munt door te trekken.

De president van de Banque de France, Trichet, en minister van
Financieuml;n Arthuis, beiden gelouterde voorstanders van Europese
monetaire samenwerking, hebben de onrust met geruststellende
verklaringen bedwongen. Ten overvloede hebben ze nog eens duidelijk
gemaakt dat de Franse werkloosheid vooral het gevolg is van structurele
starheden in de arbeidsmarkt, dat het enorme overschot op de Franse
betalingsbalans eerder op een onder- dan op een overwaardering van de
franc wijst en dat de Franse rente dankzij het vertrouwen in de
koppeling met de D-mark tot Duits niveau is gedaald.

MAAR HET KWAAD is dan al geschied. Iedere keer als Franse (oud-)politici
hun dissidente geluiden laten horen, onderstrepen ze de verschillen in
inzichten in het doel van de monetaire unie. Dat leidt slechts tot
groter wantrouwen in de Franse bedoelingen en ondermijnt bij voorbaat de
stabiliteit van de Europese munt.











