


WAO en markt





BIJNA GERUISLOOS heeft de Tweede Kamer deze week het debat afgerond over
het wetsvoorstel dat ertoe moet leiden dat de uitgaven voor de WAO
verder worden beperkt. De nieuwe wet, die in de Tweede Kamer volgende
week bij de stemming kan rekenen op een meerderheid, maakt het mogelijk
dat de premies voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering per bedrijf
verschillen. Daarnaast opent de nieuwe wet de WAO-markt voor
particuliere verzekeraars. De serene rust die in de vergaderzaal van de
Tweede Kamer tijdens de behandeling van het wetsvoorstel heerste, stond
in schril contrast met de opwinding die hetzelfde onderwerp twee jaar
geleden ten tijde van de kabinetsformatie nog wist te veroorzaken. PvdA
en VVD stonden toen als het ging over de toekomst van de sociale
zekerheid nog lijnrecht tegenover elkaar. Terwijl de PvdA zich sterk
maakte voor uitkeringen die in hoogte en duur onaangetast zouden
blijven, pleitte de VVD voor het zogeheten 'basisstelsel' in de sociale
zekerheid. Het compromis tussen deze twee opvattingen wordt weerspiegeld
in de wet waarover het debat in de Tweede Kamer nu is afgesloten.


 




VOORAL HET politieke signaal dat van deze overeenstemming uitgaat, is
van belang. In het 'paarse' regeerakkoord was het ,,herijken van de
verhouding tussen gemeenschappelijke regelingen en eigen
verantwoordelijkheid'' de leidende gedachte. Het wetsvoorstel met de
idyllisch aandoende titel Pemba, ofwel premiedifferentiatie en
marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsregelingen, is hiervan een
uiting. De prikkels van de markt zijn losgelaten op een collectieve
regeling. Wat nu moet blijken is of dit ook een synergetisch effect zal
hebben. Wat in elk geval vaststaat is dat de WAO in zijn oorspronkelijke
vorm geen enkele stimulans kende om de oorzaken van het beroep op de
regeling te ontmoedigen. De WAO was bij uitstek een uitkering die
massaal op de collectiviteit werd afgewenteld. Hard op weg naar het
aantal van een miljoen arbeidsongeschikten dreigde het welvarende
Nederland eind jaren tachtig volgens de statistieken eacute;&eacute;n
van de ongezondste landen ter wereld te worden. De WAO was met
wederzijds goedvinden van de organisaties van werkgevers en werknemers
verworden tot een luxe werkloosheidsregeling.

 




HET VORIGE KABINET heeft drastisch in de hoogte en de duur van de
WAO-uitkering ingegrepen en ook de toetredingsbepalingen aanzienlijk
verscherpt. De twee toenmalige coalitiepartners CDA en PvdA hebben
daarvoor in 1994 een aanzienlijke electorale prijs moeten betalen. Dat
het huidige kabinet opnieuw de WAO ter discussie heeft willen stellen
getuigt daarom van politieke moed. Hierbij past overigens direct de
kanttekening dat de voorstellen van dit kabinet eerder werkgevers zullen
raken dan werknemers.

Veruit het belangrijkste element van het wetsvoorstel is dat de voor
iedereen gelijke WAO-premie wordt losgelaten. De hoogte van de premie
wordt afhankelijk gemaakt van de mate van arbeidsongeschiktheid die er
in bedrijven heerst: hoe meer arbeidsongeschikten, hoe hoger de premie.
Dit principe kan echter nadelig uitpakken voor bedrijven met weinig
personeel. Eeacute;n arbeidsongeschikte bij een bedrijf met tien
werknemers is relatief veel. De aanvankelijke voorstellen van het
kabinet hadden een rigide uitwerking op kleine bedrijven. Het is daarom
goed dat de Tweede Kamer hier een verzachting wil aanbrengen. De
essentie blijft echter overeind: bedrijven zullen arbeidsongeschiktheid
als reeuml;le kostenpost beschouwen. En dat is terecht.

 




VEEL MINDER duidelijk is hoe de privatisering van de WAO, het andere
deel van het wetsvoorstel, gestalte zal krijgen. Vergeleken bij de
allereerste voornemens zoals deze nog in het regeerakkoord stonden
vermeld is de privatisering gaandeweg aanzienlijk afgezwakt. De
mogelijkheden voor particuliere verzekeraars om zich op de WAO-markt te
begeven zijn aan zoveel voorwaarden gebonden, dat het maar zeer de vraag
is of zij er ooit aan zullen beginnen. Dit neemt niet weg dat er nu een
zekere keuzemogelijkheid in de WAO wordt geiuml;ntroduceerd. Het is aan
de markt creatief in te spelen op de beperkte mogelijkheden. Er is een
begin en dat is vooralsnog het belangrijkste. De lijdensweg van de WAO
heeft aangetoond dat wilde experimenten ongewenst zijn.











