


Achterdeurtjes





DE DONKERRODE RAMP was de bijnaam die het nieuwe Nederlandse paspoort
zich in het eind van de jaren tachtig verwierf. De ontwikkeling van dit
,,fraudebestendige reisdocument'' leidde tot een parlementaire enquecirc;te en
het aftreden van twee bewindslieden. En nu lijkt het allemaal toch niet
te hebben geholpen. Deze week rolde een interregionaal team van de
politie een omvangrijke mensensmokkel op. Spil was een meestervervalser
die met opmerkelijk eenvoudige hulpmiddelen de foto op de speciale,
gelamineerde identiteitskaart wist de verwisselen.


De marktwaarde van een Nederlands paspoort is toegenomen door de
aanscherping van het asielbeleid binnen de Europese Unie. Dat is gegrond
op de gedachte dat asielzoekers slechts eacute;&eacute;n kans krijgen.
Een goedogend paspoort uit een veilig land vormt een aantrekkelijk
achterdeurtje voor de zogeheten 'Schlepper', die mensen uit rampgebieden
voor veel geld het rijke Westen proberen binnen te smokkelen. Nederland
heeft ,,het verschaffen van toegang aan ongewenste vreemdelingen uit
winstbejag'', 'Schlepperei' dus, met reden al tot misdrijf bestempeld en
er zijn plannen dit verder aan te scherpen. Daarbij past de kanttekening
dat het zeker niet louter oneigenlijke asielzoekers zijn die gebruik
maken van reisbemiddeling, zoals het onderzoekscentrum van Justitie
vorig jaar opmerkte. Voor de bona fide vluchteling geldt dat hij of zij,
eenmaal binnen, recht blijft houden te worden beoordeeld op de
meacute;rites van het vluchtverhaal en zonodig te worden toegelaten. De
terechte gramschap over de 'Schlepper' moet niet op hen worden verhaald.

Dit is een schrale troost voor de ontwerpers van het fraudebestendige
paspoort. Als de moeizame besluitvorming eacute;&eacute;n ding heeft duidelijk
gemaakt dan is het wel dat een absolute garantie niet valt te vergen. Er
zijn compromissen gesloten tussen beveiliging en gebruikersgemak waaraan
ongeveer alle politieke partijen te pas zijn gekomen. Het politieke
dynamiet - de inmiddels spreekwoordelijke brandlucht van het
paspoortdossier - was tijdens het spoeddebat in de Tweede Kamer deze
week in elk geval mooi gespreid.

DAT ALLES NEEMT  niet weg dat de
verantwoordelijke staatssecretaris Kohnstamm (Binnenlandse zaken) is
opgezadeld met een lelijk akkefietje. De decentralisatie van zowel de
uitgifte als de personalisatie is opnieuw onder vuur komen te liggen.
Het klaar-terwijl-u-wacht-paspoort is echter niet louter een kwestie van
service aan de burger, maar ook de uitkomst van een
bestuurlijk-politieke stammenstrijd tussen Rijk en gemeenten over de
bevolkingsboekhouding. ,,Geen centrale persoonsregistratie op
rijksniveau via de achterdeur'', zo was de vrees. Deze ging in dit geval
hand in hand met principieuml;le overwegingen van privacybescherming en
dienstverlening dicht bij de burger.

De kwetsbaarheid van het paspoort lijkt voorshands vooral een triviale
reden te hebben: beknibbelen op de kosten van extra fotobeveiliging. Als
dat zo is, mag de nieuwe paspoortaffaire niet dienen als achterdeurtje
om alsnog - om andere redenen - te morrelen aan het beginsel ,,dicht bij
de burger''.











