


De bisschop en het brood





UIT APOSTOLISCHE   bewogenheid heeft bisschop Muskens van Breda stem
gegeven aan de mensen die in het officieuml;le politieke discours naar
zijn mening onvoldoende gehoord worden. Met zijn uitspraak dat volgens
de sociale leer van de katholieke kerk mensen in uiterste nood een brood
mogen stelen, heeft de prelaat de aandacht gevestigd op een schrijnend
sociaal vraagstuk: armoede in Nederland. Nu politici van alle partijen
zich haasten om met de bisschop van gedachten te wisselen over zijn
uitdagende opvattingen, is die opzet zonder meer geslaagd te noemen.


Het is een verademing dat de Nederlandse katholieke kerkprovincie zich
tegenwoordig weer met menselijke vraagstukken bezig houdt en niet langer
verstrikt is in ideologische conflicten. De tijd van de
bevrijdingstheologie is weliswaar gepasseerd, maar Muskens' oproep voor
sociale rechtvaardigheid sluit aan bij een eeuwenlange traditie van de
kerk om op te komen voor de gemarginaliseerden en misdeelden in de
samenleving. De 'solidariteit met de armen' die de kerk in
ontwikkelingslanden vaak uitdraagt, heeft ten langen leste een
Nederlandse verwoording gevonden.

De bezorgdheid van Muskens komt op een moment waarop de politieke klasse
van Nederland tamelijk tevreden is over de economische ontwikkelingen.
De vraag is dan ook of de zorg over de 'toenemende armoede'
gerechtvaardigd is. Uit het Sociaal en Cultureel Rapport 1996 van het
Sociaal en Cultureel Planbureau, recentelijk een veel aangehaalde bron
ten aanzien van beweringen dat de armoede toeneemt, blijkt dit in ieder
geval niet. Volgens het SCP nam de armoede in Nederland begin jaren
tachtig toe, toen de economie steeds dieper wegzakte en aanpassingen
alsmaar vooruitgeschoven werden. Sindsdien is sprake van een
stabilisatie en het afgelopen jaar van een lichte daling van het aantal
huishoudens onder de armoedegrens. Wel is de 'intensiteit van de
armoede' iets toegenomen. Letterlijk schrijft het SCP: ,,In Nederland is
sprake van een lichte daling van het aantal armen; zij worden relatief
wel armer.''

Nu gaat het de bisschop niet zozeer om absolute armoede als wel om de
zorg om afnemende sociale cohesie. Het beste instrument om sociale
cohesie te bevorderen is niet de armenzorg, maar de vergroting van de
werkgelegenheid en arbeidsparticipatie. Al dan niet met gesubsidieerde
Melkert-banen levert het kabinetsbeleid op dit punt zichtbare
resultaten.

ARMOEDE IN NEDERLAND  is een te lokaliseren vraagstuk. Het concentreert
zich in de rafelrand van de grote steden en in bepaalde
leeftijdsgroepen. Van de vierhonderdduizend huishoudens die zich onder
de armoedegrens bevinden, bestaat de helft uit alleenstaande bejaarden,
met name vrouwen. Zo nodig kunnen die extra geholpen worden met
bijzondere bijstand. Voor de overigen, voornamelijk
eacute;&eacute;noudergezinnen, bijstandsmoeders en langdurig werklozen,
moet het streven gericht zijn op sociale mobiliteit om te voorkomen dat
zij chronisch verstrikt raken in een 'armoedeval' van uitkeringen.
Zoiets is minder aansprekend dan de apostolische oproep tot het
sanctioneren van het stelen van een brood. Maar het werkt een stuk
beter.










