


Huizen en belasting





MET VENIJNIGE UITHALEN zijn deze week bij de algemene financieuml;le
beschouwingen in de Tweede Kamer twee belangrijke onderwerpen aan de
orde gesteld: het hoogste tarief van de inkomstenbelasting en de
onbeperkte aftrekbaarheid van de hypotheekrente. Helaas probeerden de
woordvoerders van de regeringspartijen VVD en PvdA elkaar onderuit te
halen op een manier waarbij ingeslepen automatismen een open discussie
in de weg stonden. Ten onrechte. Beide onderwerpen verdienen een
afgewogen, verstandige behandeling.


Het goede nieuws is dat zich impliciet een meerderheid aftekent in de
Kamer voor verlaging van het zestig-procentstarief in de
inkomstenbelasting, waarmee Nederland op eenzame hoogte in Europa staat.
In andere landen van de Europese Unie zijn de hoogste tarieven lager en
worden deze toptarieven bij een hoger inkomen bereikt. Bovendien werken
veel landen actief aan een verdere daling en in het kader van de
Economische en Monetaire Unie ligt enige harmonisatie van de tarieven
voor de hand.

Met een tariefsverlaging kan de VVD electoraal tevreden zijn, terwijl de
PvdA de kans krijgt voor het binnenhalen van beperking van de
aftrekposten. Gecombineerd biedt dit perspectief op het ideaal van
eacute;&eacute;n belastingtarief en minder uitwijkmogelijkheden via
aftrekposten. Daarmee kunnen allerlei oneigenlijke bestedingsprikkels
uit het fiscale stelsel worden gehaald.






MAAR DE AFTREKBAARHEID van de hypotheekrente is een politiek gevoelig
onderwerp. Niet alleen de VVD en het CDA beschermen de huiseigenaren,
ook de PvdA heeft zich bekeerd tot de omarming van de
eigen-woningbezitters. Zozeer zelfs dat twee PvdA-Kamerleden deze zomer
een plan hebben ingediend om huurders van sociale woningbouw in de
gelegenheid te stellen eigenaren te worden. Uit een recente vergelijking
van de OESO, de club van geiuml;ndustrialiseerde landen, blijkt dat de
Nederlandse belastingbehandeling van het woningbezit afwijkt van die van
andere industrielanden. In geen enkel ander OESO-land is de aftrek zo
ongeconditioneerd als in Nederland. Voor een herziening van de
hypotheekrenteaftrek doen zich fiscaal-technische mogelijkheden voor die
uit politiek opportunisme nu in het parlement buiten de orde zijn
verklaard. Door de aftrek van de hypotheekrente tot onaantastbaar
fiscaal erfgoed uit te roepen, worden het verstand op nul en het denken
op oneindig gezet.

OP HET MINISTERIE van Financieuml;n houdt het opmerkelijke VVD-PvdA
duo Zalm-Vermeend zich bezig met een studie naar een nieuw
belastingstelsel voor de volgende eeuw. Daarin zal onder meer onderzocht
worden of het mogelijk is te komen tot een 'analytisch' stelsel van
belastingheffing: verschillende inkomstenbronnen worden niet langer bij
elkaar opgeteld, maar apart belast. In dit verband zal ook gekeken
worden naar zogenoemde tax-credits, de fiscale aftrek tegen een
vast tarief. Daarbij moet ook de aftrekpost van in totaal zes miljard
gulden voor de hypotheekrente ten behoeve van eigen-woningbezitters in
ogenschouw worden genomen. Nu het kabinet voor 1997 al heeft besloten om
de aftrekbaarheid van rente voor consumptief krediet te maximeren, valt
moeilijk in te zien waarom de rente voor het woningkrediet volstrekt
anders behandeld zou blijven.

Tegenover een beperking of aftopping van de hypotheekrenteaftrek dient
fiscale compensatie te staan. Die hoeft zich niet te beperken tot een
forse verlaging van het toptarief en verlenging van de tariefsschijven
(waardoor het fiscale voordeel van de renteaftrek sowieso al
lager wordt) bij gelijktijdige verbreding van de belastingrondslag, maar
kan ook gerealiseerd worden door afschaffing van het huurwaardeforfait,
de onheuse fiscale straf op het bezit van een eigen huis.DE ALGEMENE  
financieuml;le beschouwingen zijn niet de plaats om deze zaken op een
namiddag te regelen, ze moeten aan de orde komen in de afspraken over
een nieuw regeerakkoord. Nu de eerste politieke schermutselingen hebben
plaatsgevonden, breekt de tijd aan voor creatief nadenken.










