


De prijs van schuld





DE ARMSTE LANDEN in de wereld hebben zicht gekregen op financieuml;le
lastenverlichting. Zo'n twintig voornamelijk Afrikaanse landen die zijn
bedolven onder schulden veroorzaakt door ontwikkelingshulp, maken
aanspraak op kwijtschelding van een deel ervan. Dit weekeinde hebben de
rijke landen in Washington, aan de vooravond van de jaarvergadering van
de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds, hun
meningsverschillen over de financiering van de schuldverlichting
bijgelegd.


Anders dan bij de schuldencrisis van Latijns Amerika in de jaren
tachtig, gaat het niet om commercieuml;le bankleningen die niet kunnen
worden afgelost, maar om officieuml;le hulp en leningen van
multilaterale instellingen zoals het IMF en de Wereldbank. Ondanks de
soepele voorwaarden waaronder deze leningen oorspronkelijk zijn
verstrekt is de schuldenlast van een aantal ontwikkelingslanden ver
boven hun aflossingsmogelijkheden uitgegroeid. Dit vormt een
financieuml;le belasting voor ontwikkeling en drukt andere uitgaven -
bijvoorbeeld voor gezondheidszorg of onderwijs - weg.

 


DE VOORGENOMEN schuldverlichting brengt twee problemen met zich mee.
Het eerste heeft te maken met de verdeling van de kosten over de
krediteuren. Groot-Brittannieuml; en de Verenigde Staten hebben zich de
afgelopen paar jaar ingezet voor genereuze bijdragen van het IMF en de
Wereldbank, met de onuitgesproken bedoeling dat ze zelf voor een gering
bedrag zouden worden aangeslagen. Landen die traditioneel veel
ontwikkelingshulp geven hebben zich daartegen verzet. Een aanvaardbare
verdeling van de lasten tussen de Westerse landen (verenigd in de
zogeheten 'Club van Parijs'), individuele donorlanden, het IMF en de
Wereldbank is nu tot stand gebracht.

Daarbij is een voorgestelde verkoop van goud van het IMF op de lange
baan geschoven. Tot begin volgende eeuw is goudverkoop in ieder geval
niet nodig. Duitsland, dat een historische angst heeft om goud van de
centrale banken te verkopen voor 'goede doelen' waarvan politici er
altijd meer weten te bedenken,
 was hier de drijvende kracht. Het andere probleem komt voort uit de
erkenning dat ontwikkelingshulp in de armste landen dramatisch heeft
gefaald. Nog afgezien van binnenlandse drama's zoals verwoestende
burgeroorlogen, corrupt bestuur en desastreus economisch beleid, heeft
de hulp geleid tot onaflosbare schulden. De gewenste economische groei
waaruit de aflossingen in beginsel moesten worden gefinancierd, is in
ieder geval uitgebleven.

 


ALS VOORWAARDE om in aanmerking te komen voor kwijtschelding stellen
het IMF en de Wereldbank betrokken landen de eis van een bewezen
behoorlijk financieel-economisch beleid. Dit is een impliciete erkenning
dat het met het gevoerde beleid in te veel ontwikkelingslanden de
afgelopen decennia lelijk is misgegaan. De donorlanden en de
multilaterale instellingen die daaraan in het verleden hebben
bijgedragen, betalen nu de prijs.

  








