


Op onderzoek





HET VOORNEMEN VAN het kabinet om het Rijksinstituut voor
Oorlogsdocumentatie het onderzoek te laten verrichten naar wat zich ruim
een jaar geleden heeft afgespeeld rondom de val van de enclave
Srebrenica is zonder meer een vondst. Er wordt tegemoetgekomen aan de
aanhoudende roep om opheldering over wat er destijds nu precies is
gebeurd, terwijl het vooralsnog tegelijk een onderzoek is op veilige
afstand van de politiek verantwoordelijken. Wat vroeger nog wel eens aan
wijze mannen werd opgedragen, is nu uitbesteed aan het RIOD
Het kabinet zat met een probleem nadat was gebleken dat een onderzoek
onder auspicieuml;n van de Verenigde Naties niet tot de mogelijkheden
behoorde. Overigens had dit wel enigszins voorzien kunnen worden. Hoewel
er nog diverse stukken uit de legpuzzel Srebrenica ontbreken, wijst toch
veel erop dat de nodige vraagtekens te plaatsen zijn bij het opereren
van diezelfde VN. Als zo'n onderzoek bovendien nog wordt gevraagd door
een kabinet dat zelf ook niet echt overtuigd is van de noodzaak is de
kans op een positief antwoord vanzelfsprekend al helemaal klein.


Het kabinet heeft er verstandig aan gedaan zelf het initiatief te houden
door met een eigen alternatief te komen. Want hoewel de kwestie
Srebrenica eind vorig jaar met een debat in de Tweede Kamer formeel in
politieke zin werd afgerond - een debat dat werd gevoerd naar aanleiding
van een uitvoerige rapportage van het ministerie van Defensie - is de
publieke discussie sindsdien blijven voortduren. Deze discussie heeft
ook weer zijn vertaling in het parlement gehad. Na het 'blauwtje' bij de
Verenigde Naties had het kabinet de Tweede Kamer weer met de
onmogelijkheid van nader onderzoek kunnen confronteren. Aan de Kamer
vervolgens de taak een nieuwe afweging te maken.

NU HET KABINET zelf met het voorstel is gekomen om het RIOD in te
schakelen lijkt een impasse te zijn voorkomen. Er komt een onderzoek,
maar op afstand. Of dit onderzoek werkelijk antwoord zal kunnen geven op
de gerezen vragen, valt ondertussen te betwijfelen. Het RIOD is gevraagd
,,het relevante feitenmateriaal te inventariseren en te ordenen''. Op
basis hiervan moet ,,vanuit historisch wetenschappelijk perspectief''
inzicht worden verkregen ,,in de gebeurtenissen en oorzaken, die hebben
geleid tot de val van Srebrenica en tot de dramatische ontwikkelingen
die daarop zijn gevolgd'', aldus de brief van de ministers Voorhoeve
(Defensie) en Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) aan de Tweede Kamer. Het
is een zeer brede formulering waardoor de bomen het zicht op het bos wel
eens zouden kunnen wegnemen. Over de precieze taakopdracht aan het RIOD
wordt nog overleg gevoerd, maar het valt te hopen dat de vragen worden
geconcretiseerd en dat het Rijksinstituut ook aan tijd wordt gebonden.

WAT RECHT OVEREIND blijft staan is de politieke verantwoordelijkheid
voor de gebeurtenissen rondom de val van de moslimenclave in Srebrenica.
Daarover is te veel onopgehelderd gebleven. Voor het RIOD is hier geen
taak weggelegd. Op dat punt ligt er nog steeds een onderzoekstaak voor
de Tweede Kamer zelf.











