


Een limiet aan Dayton





MET EEN ZUCHT van verlichting heeft internationaal waarnemer Ed van
Thijn kennis genomen van het besluit om de gemeentelijke verkiezingen in
Bosnieuml; even uit te stellen. Gemangeld als hij zich voelt tussen de
kwade trouw van de verschillende Bosnische partijen en de voortdurende
pressie van de Amerikanen om ondanks alle tegenslagen een opgewekt
gezicht op te zetten kan hij de korte adempauze wel even gebruiken.
Zoals hij gisteren in deze krant uiteenzette. Algemene landelijke
verkiezingen staan nog voor de deur, maar de fraudegevoeligheid van die
verkiezingen zou in tegenstelling tot de plaatselijke stembusgang gering
zijn. Als vluchtelingen straks niet in hun voormalige woonplaatsen
kunnen stemmen, zoals nu dreigde, is er immers geen onmiddellijke
invloed op de uitslag.



Maar ondanks het opgelegde optimisme werpt het uitstel van de
plaatselijke stembusgang een lelijke smet op het zogenoemde
Dayton-proces. Dat de gevolgen van de etnische 'zuiveringen' niet van de
ene op de andere dag ongedaan kunnen worden gemaakt, ligt voor de hand,
maar de onbehouwen manipulatie van de verkiezingen en van de toestand in
het algemeen door de verschillende etnisch bepaalde politieke partijen
wijst er toch op dat 'Dayton' gaandeweg aan geloofwaardigheid inboet. De
voornaamste van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid
verdachten lopen vrij rond. Pogingen van vluchtelingen om, al was het
maar voor een eerste verkenning, terug te keren naar hun vroegere
woongebieden zijn steeds weer ongestraft gefrustreerd, dikwijls onder
het oog van IFOR of van andere internationale toezichthouders.


UIT ALLES BLIJKT dat de leiders in Bosnieuml;, Kroati&euml; en
Servieuml; aan het in Dayton overeengekomen voornemen een pluriforme
samenleving te herstellen slechts lippendienst bewijzen. De recente
toenadering tussen Bosnieuml;s buurlanden wijst dan ook in de richting
van het nooit helemaal opgegeven doel van de permanente verdeling van
Bosnieuml; ten koste van de moslims. De moslims van Sarajevo voelen
zich gesterkt door de directe steun van de Verenigde Staten maar
onderdrukken uit angst voor een verzwakking van hun positie bij voorbaat
iedere afwijking in eigen rijen. Met name de inwoners van de voormalige
vrijplaats Bihac zijn daarvan het slachtoffer.


Alles bijeen is dit wel zo ongeveer het slechtste gesternte waaronder
verkiezingen kunnen plaatshebben. Zij zullen onder de gegeven
omstandigheden slechts kunnen uitmonden in een bevestiging van de
positie van partijen en partijleiders die op niets anders uit zijn dan
het behoud van de eigen macht ten opzichte van elkaar en ten op zichte
van eventuele dissidenten in eigen kring. Anders gezegd, de verkiezingen
zullen de fysieke, politieke en ideologische scheiding tussen de
bevolkinsgroepen consolideren.


VOORZICHTIG WORDT hier en daar de vraag gesteld wat er moet gebeuren
nadat de Verenigde Staten de verkiezingen tot een succes zullen hebben
uitgeroepen en met inpakken zullen zijn begonnen. Nog steeds geldt de
aanname dat zonder Amerika IFOR geen toekomst heeft. Een vorm van
voortgezet internationaal toezicht zal wel worden gevonden, maar dat zal
iets anders zijn dan de militaire overmacht die IFOR in staat stelde aan
de oorlog een einde te maken en vervolgens de vrede te bewaren.


Een bevredigend antwoord lijkt niet beschikbaar. De gewijzigde
machtsverhoudingen geven grond aan de hoop dat de strijd niet
onmiddellijk weer zal ontbranden. Dat de prijs van het jongste verleden
hoog is geweest, is langzamerhand tot alle betrokkenen doorgedrongen. De
maanden na Dayton hebben bovendien, ondanks de gemiste kansen, een begin
te zien gegeven van de wederopbouw. Maar voor een duurzame vrede is meer
nodig. Als de verschillende bevolkingsgroepen elkaar in diep geworteld
wantrouwen over de scheidslijnen heen blijven aanstaren, zal een
pluriforme samenleving in Bosnieuml; kansloos zijn en zal een
aanspreekbaar landelijk bestuur niet van de grond komen. Geen goed
vooruitzicht overigens voor de nu uitgestelde lokale verkiezingen.











