


Extreem-rechts





DE PRESIDENT van de Rotterdamse rechtbank doet deze week uitspraak over
het sluiten van de fractiekamer van CP'86 door burgemeester Peper wegens
grof misbruik van deze faciliteit: dreigtelefoontjes aan het adres van
wethouder Simons en zijn gezin. Dat gebeurde eerder dit jaar met de
Centrumdemocraten en hun partijfunctionarissen Janmaat en Schuurman.



De echte democraten hebben het maar moeilijk met de rechtsextremistische
uitwassen van ons systeem. Na de veroordeling van Janmaat cum suis
informeerde het Kamerlid Rehwinkel (PvdA) direct bij minister Sorgdrager
(Justitie) of dit nu geen aanleiding was over te gaan tot het ontbinden
en verbieden van deze politieke partij. Met reden antwoordde de
bewindsvrouw dat zo'n vanuit democratisch oogpunt zeer riskante
maatregel een uiterst middel dient te blijven. Hij komt alleen in
aanmerking bij ,,stelselmatige, zeer ernstige verstoringen van het
democratische proces''. Van dat stadium is geen sprake. Groeperingen als
de CD en CP'86 kunnen veeleer rekenen op een breed front van
weerbaarheid bij politieke en maatschappelijke organisaties.


De verbieders hebben nog enkele andere ijzers in het vuur: tijdelijke
ontzegging van het recht gekozen te worden aan afgevaardigden die worden
veroordeeld wegens discriminerende uitingen, al dan niet in combinatie
met opheffing van de parlementaire onschendbaarheid voor dit soort
uitingen.

Ook hier zijn de gevaren groter dan de voordelen. Ontzegging van het
passief kiesrecht is met reden voorbehouden tot uitzonderlijke gevallen
zoals bedreiging van de staatsveiligheid. Het aanstoken van rassenhaat
dient niet te worden onderschat, maar er ontstaat een scheve situatie
wanneer dit delict weacute;l tot ontzegging van het passief kiesrecht
zou kunnen leiden en een ernstige moord of verkrachting niet.


OPHEFFING VAN de parlementaire onschendbaarheid (die ook geldt voor
gemeenteraden en Provinciale Staten) is helemaal een hachelijke zaak.
Het Kamerlid De Graaf (D66), die er de grote voorvechter van is, noemt
een speciale behandeling voor volksvertegenwoordigers achterhaald. Het
parlementaire privilege stamt uit de tijd dat het parlement moest worden
beschermd tegen inmenging door vorsten of autocratische regeringen. Denk
aan de woelige dagen van juli 1789 toen Mirabeau de onschendbaarheid van
de volksvertegenwoordigers voor de poorten van de hel moest wegslepen
terwijl Lodewijk XVI de bijeenkomst van de derde stand met wapengeweld
bedreigde. Al in 1910 betitelde de staatsrechtsgeleerde Van Os de vrees
dat regering, rechter of politie een bedreiging zou kunnen vormen voor
de zelfstandigheid van de volksvertegenwoordigers als een spookbeeld.

De politieke grondrechten zijn echter niet bedoeld voor parlementaire
zonneschijn maar juist als garantie bij ruw weer. Dat dit ook in een
volwassen democratie nooit geheel valt uit te sluiten toont het nog niet
zo verre verleden in de Verenigde Staten, waar het Witte Huis onder
Nixon werkte met een lijst van politieke vijanden die extra in
aanmerking kwamen voor actie door de belastingdienst of de FBI. In ons
land neemt de neiging naar de (kort-geding)rechter te lopen met klachten
over meningsuitingen de laatste jaren onmiskenbaar toe. Van opheffing
van de parlementaire immuniteit valt ook nu nog een verkillend effect te
verwachten op de vrijheid van het parlementaire woord.


Deze immuniteit in Nederland is bovendien toch al tot het uiterste
beperkt doordat zij alleen geldt voor officieuml;le beraadslagingen en
stukken. Eeacute;n stap buiten de vergaderzaal is de afgevaardigde weer
volop aansprakelijk voor zijn woorden of folders, zoals Janmaat heeft
ervaren. Binnen het vertegenwoordigend lichaam kan een goede voorzitter,
zo wil ook De Graaf wel erkennen, een heel eind komen met het reglement
van orde in de hand. Daar nog een strafrechtelijke
interventiemogelijkheid aan toe te voegen vergroot de politieke druk op
het openbaar ministerie.


DE VEROORDELING van Janmaat cum suis bevestigt de mogelijkheden om 
rechtsextremistische randgroeperingen te herinneren aan de grenzen van
de wet. Het werkt alleen maar averechts daar juridische paardenmiddelen
aan toe te voegen die ten koste gaan van de democratische principes die
nu juist tegen dit soort bewegingen overeind moeten worden gehouden.










