


Straffeloze overheid





DE OVERHEID wordt geacht het algemeen belang te behartigen. Maar wat
dient de consequentie te zijn wanneer dat onverhoopt misloopt en de
overheid zelf de wet overtreedt? Deze in het IRT-tijdperk allesbehalve
theoretische vraag houdt al geruime tijd de juridische gemoederen
verdeeld. Het ene kamp vindt het geen pas hebben de staat in het
beklaagdenbankje te zetten, al was het alleen omdat er recht wordt
gesproken uit naam van diezelfde staat die ook nog eens een veroordelend
vonnis tegen zichzelf eigenhandig ten uitvoer zou moeten leggen. Anderen
wijzen op de voorbeeldfunctie van de overheid en vinden het ondermijnend
voor het rechtsgevoel wanneer het publiek de indruk krijgt dat hoge
heren straffeloos hun gang kunnen gaan.


Begin 1994 hakte de Hoge Raad de knoop door ten gunste van de overheid.
Het hoge college maakte een veroordeling van de staat ongedaan wegens
het laten weglekken van grote hoeveelheden vliegtuigbenzine op de
luchtmachtbasis Volkel. Strafrechtelijke aansprakelijkheid zou zich niet verdrag
en met
de algemene - politieke - verantwoordelijkheid van ministers en
staatssecretarissen voor staatshandelingen. De Hoge Raad koos daarmee
voor het beginsel van de scheiding der machten binnen de staat, dat
geldt als een belangrijke waarborg voor zuivere staatkundige
verhoudingen.

Deze principieuml;le keuze blijkt nu een vervelend staartje te hebben.
De strafrechtelijke immuniteit gaat niet alleen op voor het rijk maar
ook voor lagere overheden zoals een gemeente. Bovendien blijft deze
immuniteit niet beperkt tot het overheidsorgaan als zodanig maar omvat
zij ook de direct betrokken functionarissen, opdrachtgevers en
uitvoerders. Dit blijkt uit het zogeheten Pikmeer-arrest dat de Hoge
Raad in april heeft gewezen. Het ging over een ambtenaar van de Friese
gemeente Boarnsterhim die opdracht had gegeven verontreinigd baggerslib
te storten in strijd met de milieuvoorschriften. Omdat de gemeente
hiervoor strafrechtelijk niet kon worden vervolgd, ontsprong ook de
Friese gemeenteambtenaar de dans.

MILIEUOFFICIEREN van justitie hebben de noodklok geluid en het Kamerlid
Schutte (GPV) stelde de vraag of dit resultaat niet bedreigend is voor
het vertrouwen van de burger in de integriteit van openbare lichamen.
Minister Sorgdrager (Justitie) vond dat het allemaal erg meeviel. Er is
volgens haar geen sprake van een ,,algemene en onvoorwaardelijke
immuniteit'' voor de betrokken ambtenaren. De straffeloosheid geldt
immers alleen voor de uitvoering van een ,,typische bestuurstaak''. In
veel gevallen zal een van overheidswege begaan strafbaar feit helemaal
niet zijn aan te merken als de typische uitvoering van een staats- of
overheidstaak en blijven de betrokken ambtenaren dus volop
aansprakelijk.

Dit laatste is zelfs in het geval van het Pikmeer nog mogelijk, want de
zaak is door de Hoge Raad terugverwezen naar het gerechtshof te
Leeuwarden voor verdere behandeling. Dit hof moet nog eens goed nagaan
of de ongeoorloofde stort inderdaad wel viel binnen het officieuml;le
takenpakket van de gemeente. Blijkt dat niet het geval te zijn, dan moet
de Friese ambtenaar alsnog boeten. Omdat de zaak nog onder de rechter
is, wilde Sorgdrager er verder niets over zeggen. Maar zelfs als het in
het geval van het Pikmeer uiteindelijk toch tot een veroordeling zou
komen, is de minister van Justitie niet van het probleem van de
straffeloze overheid en haar dienaren af.

DE HOGE RAAD heeft in 1994 deze immuniteit wel erg gemakkelijk
toegekend. Met name heeft het hoge rechtscollege verzuimd uit te leggen
waarom de politieke en strafrechtelijke verantwoordelijkheden elkaar zo
strikt zouden moeten uitsluiten. Het bestaan van verschillende vormen
van aansprakelijkheid naast elkaar is in het recht op zichzelf heel
gebruikelijk. Tuchtrechtelijke aansprakelijkheid sluit een
strafrechtelijke veroordeling niet uit, en deze kan op zijn beurt weer
samengaan met een civiele schadevergoedingsplicht.

Overtreding van de milieuregels - zoals in Volkel en bij het Pikmeer -
kan overheden veel geld besparen. In haar antwoord op de Kamervragen van
Schutte erkent Sorgdrager met zoveel woorden het gevaar dat
,,budgettaire beperkingen'' roet in het eten van het algemeen belang
gooien. Juist op dit punt kan het politieke toezicht tegenwicht velen.
De hoge zichtbaarheid van een openbaar strafproces pleit er veeleer voor
geen automatische uitzondering voor de overheid en haar dienaren te
maken.











