


Het stuwmeer





DE EUROPESE UNIE raakt haar geld niet kwijt. De structuurfondsen voor de
arme lidstaten en regio's besteden bij lange na niet het bedrag dat
hiervoor in Brussel klaarligt. Dit jaar zal naar schatting van een
rapport van de Europese Commissie, het dagelijkse bestuur van de EU,
zo'n twee miljard ecu (ruim vier miljard gulden) niet worden uitgegeven.
Opgestapeld sinds 1986 bedraagt het stuwmeer van niet-bestede
structuurfondsen zo'n 20 miljard ecu (42 miljard gulden). Dat is bijna
net zoveel als het bedrag dat voor dit jaar op de begroting staat. Na de
boterbergen, de melkplassen, de wijnmeren en de vleesstapels heeft de EU
nu een geldberg.


De regionale structuurfondsen zijn uitgebreid in het kader van het
Verdrag van Maastricht om de regionale en sociaal-economische
verschillen in de EU te verkleinen. Ze vormden het financieuml;le
smeermiddel om de zuidelijke lidstaten te laten instemmen met de
monetaire unie. De omvang van het structuurbeleid (na de
landbouwuitgaven de grootste uitgavenpost op de begroting van de EU)
werd verhoogd op de Europese top in Edinburgh in december 1992. Deze
verhoging werd gepresenteerd als een uitdrukking van de solidariteit van
de rijke noordelijke lidstaten met de armere zuidelijke landen.
Griekenland, Italieuml;, Spanje, Portugal en Ierland zijn de
belangrijkste begunstigden van de structuurfondsen.

 




HET GELD IS bestemd voor investeringen in infrastructuur en
milieuvoorzieningen in en steun aan stagnerende industrieuml;le regio's
en agrarische achterstandsgebieden, voor werkgelegenheidsprogramma's en
voor sanering van de vissersvloten. Voor Nederland heeft premier Lubbers
indertijd 150 miljoen ecu (320 miljoen gulden) Europese steun aan de
Flevopolder als 'probleemregio' bij de structuurfondsen weten los te
peuteren.

Niet alleen trage Brusselse procedures, vooral de verplichte
co-financiering van de projecten speelt een rol in de onderbesteding van
de structuurfondsen. Want nationale overheden zijn verplicht te zorgen
voor een stevige eigen bijdrage, te betalen uit de nationale
begrotingen. En hier komen de regionale fondsen in botsing met de
criteria die in het Verdrag van Maastricht zijn vastgelegd voor
begrotingsdiscipline. Overheden zijn terughoudend met extra uitgaven en
blokkeren de nationale bijdragen aan de projecten die in het kader van
de structuurfondsen in Brussel zijn voorgelegd. Vaak hebben die
projecten namelijk geen enkele prioriteit behalve dat ze subsidie uit
Brussel opleveren. Geen nationaal geld en dan ook geen Europees geld. Zo
stapelen de toegezegde maar niet-uitgegeven bedragen zich op in Brussel.

De onderbesteding doet zich in alle lidstaten voor. Een pikant detail is
Italieuml;, dat geen geld van Brussel voor regionale projecten heeft
gekregen onder meer omdat de verantwoordelijke lokale bestuurders wegens
corruptie waren gearresteerd. Groot-Brittannieuml; laat om ideologische
redenen geld in Brussel liggen: de Conservatieve regering wil niet door
eurosceptici kunnen worden beschuldigd van het aannemen van 'geld uit
Brussel'. Overigens doen zich ook bij de Europese landbouwfondsen
financieuml;le overschotten voor als gevolg van de produktiebeperkingen
en de verminderde subsidies (resultaat van de hogere
wereldmarktprijzen).

 




VOOR NEDERLAND, dat door de financieuml;le uitwerking van de besluiten
in Edinburgh relatief de grootste nettobetaler aan de Europese Unie is
geworden, heeft het wassende stuwmeer in Brussel een gunstig
neveneffect. Met steun van zijn Britse, Scandinavische en Duitse
collega's pleit minister Zalm (Financieuml;n) voor financi&euml;le
discipline in Brussel, voor beperking van de uitgaven en terugboeking
van niet-besteed begrotingsgeld naar de lidstaten. Aldus kan de
nationale begrotingsdiscipline worden geholpen door teruggave van de te
veel betaalde Europese bijdragen.

Bij de herziening van de Europese begrotingsopzet in 1999 zullen
nettobetalers zoals Nederland ongetwijfeld alles in het werk stellen om
verruiming van de Europese begrotingsmiddelen tegen te houden. Het feit
dat de EU nu al niet weet wat zij met het beschikbare geld moet doen,
zal daarbij ongetwijfeld als argument naar voren worden gebracht.

      








