


Uit de bijstand





DE WELVAARTSSTAAT IS op de terugtocht in alle Westerse industrielanden,
maar nergens is de herziening zo radicaal als in de Verenigde Staten.
President Clinton zal een wetsontwerp ondertekenen dat een einde maakt
aan het federale bijstandsstelsel en dat op een grote meerderheid in het
Congres kan rekenen. Het is een politieke afweging, met het oog op de
belasting betalende kiezers bij de komende presidentsverkiezingen, en
het is een historische stap in de geschiedenis van de welvaartsstaat.


De bijstand wordt niet afgeschaft in de Verenigde Staten, maar
overgedragen door de federale regering aan de deelstaten. Die krijgen
voortaan een vaste som geld uit Washington waarmee ze het moeten doen.
De staten krijgen ruimte om naar eigen inzicht hun sociale programma's
in te richten en dat zal ongetwijfeld leiden tot grotere verschillen.
Amerika is een federatie van deelstaten en geen gecentraliseerde
eenheidsstaat.

Het uitgangspunt van de discussie over de sociale zekerheid is de vraag
of de overheid de verplichting heeft om voor alle burgers een
bestaansminimum te garanderen, of dat burgers gehouden zijn voor
zichzelf op te komen. Het gaat om het spanningsveld tussen zorg versus
verantwoordelijkheid, tussen collectief gefinancierde zekerheid versus
de individuele onzekerheid van het bestaan. Bij de herziening van het
sociale zekerheidsstelsel zoals dat in Amerika is gegroeid, gaat het
vooral om twee aspecten: de bijstand aan alleenstaande moeders met
minderjarige kinderen en de verplichting aan bijstandsontvangers om deel
te nemen aan scholings- of werkprogramma's.

 




IN DE VERENIGDE STATEN bestaat een brede overtuiging dat de
beschikbaarheid van bijstandsuitkeringen meisjes aanzet tot bewust
tienermoederschap en werklozen afhoudt van het zoeken van werk. De
bewijslast voor deze stelling is twijfelachtig en de effecten van de
voorgestelde remedie zijn evenmin te voorspellen. Bijstelling van de wet
'Hulp aan Gezinnen met Minderjarige Kinderen' (het programma voor
ongehuwde moeders) en Workfare (de verplichting tot deelname aan
werkverschaffingsprojecten) zijn geen garantie voor legale onsnapping
aan de armoede. Ook al maakt afschaffing van de bijstand wellicht een
einde aan de vicieuze cirkel van afhankelijkheid.

In Nederland is deze week eveneens een stapje gezet in de richting van
herziening van de welvaartsstaat. De wet 'Boeten en Maatregelen'
standaardiseert de regels en eventuele strafkortingen op uitkeringen die
tot nu toe grotendeels tot de beleidsvrijheid van de
uitkeringsinstanties - bedrijfsverenigingen en sociale diensten -
behoorden. Nederland wordt strenger voor de uitkeringsgerechtigden en
uniformer in de uitvoering. Maar aan de uitgangspunten van de sociale
zekerheid, de garantie van een sociaal minimum voor iedereen en het
recht op uitkeringen op grond van de werknemersverzekeringen, wordt niet
getornd.

 




SINDS DE INTRODUCTIE van sociale wetgeving door Bismarck in Duitsland
eind vorige eeuw en in de Verenigde Staten met de New Deal van Roosevelt
in de jaren dertig, is de welvaartsstaat na de Tweede Wereldoorlog in
alle industrielanden reusachtig uitgedijd. De kwetsbaarste
bevolkingsgroepen hebben een (minimale) bestaanszekerheid gekregen, maar
de maatschappelijke problemen van een chronische, van generatie op
generatie overgedragen cultuur van armoede zijn niet verdwenen. Evenmin
heeft de welvaartsstaat het spanningsveld tussen inkomen uit werk en
uitkeringen weten op te lossen. De kosten van de welvaartsstaat worden
tegenwoordig van veel kanten onder schot genomen. Ze worden, althans ten
dele, verantwoordelijk gehouden voor de belastingdruk en voor de hoge
bruto-arbeidskosten.

In de Verenigde Staten is de arbeidsmarkt niet het probleem, maar het
bestaan van een sociale onderklasse die zich profileert langs raciale
lijnen onder immigranten en in stedelijke getto's. De federale overheid
trekt haar handen af van het onderhoud van deze mensen en draagt de
sociale steun over aan de deelstaten. Het zal sommige mensen prikkelen
zich uit de bijstand omhoog te werken, maar grote groepen zullen aan hun
lot worden overgelaten.











