


Afrekening in Jakarta





TERWIJL EUROPESE, Amerikaanse, Australische en Canadese afgezanten zich
vorige week in Jakarta openlijk druk maakten over de niet aflatende
schendingen van de rechten van de mens in Birma, broeide in de
Indonesische hoofdstad zelf de onrust die een dag na het vertrek van de
westerlingen zou omslaan in de hevigste rellen sinds meer dan twintig
jaar. Het Indonesieuml; uit de internationale rapporten, het land van
toenemende welvaart en een groeiende middenklasse, toonde zijn andere
gezicht: dat van een diep gewortelde sociale onvrede en van een zeer
gewelddadige reactie daarop van de kant van de machthebbers. Een gezicht
overigens dat herinneringen oproept aan het bloedige ontstaan van het
Soeharto-regime.


De oorzaken van het oproer zijn velerlei. Juist in een periode van
verbeterde kansen voor grote groepen ontstaat bij de stijgers het
verlangen naar meer en bij de achterblijvers de overtuiging dat de
politiek slechts loze beloften doet. De Soeharto-familie is bovendien,
vooral voor jongeren, het symbool geworden van alles wat corrupt en voos
is in de Indonesische samenleving. De militairen, in hun rol van
bewaarders van de natie tegen religieus en ideologisch fanatisme, leggen
de bevolking een kazernediscipline op waartegen zij vroeg of laat wel
moet rebelleren. De samenhang in de top van de strijdkrachten is
bovendien minder hecht dan ogenschijnlijk lijkt. Een deel van de
generaals toont zich gevoelig voor de kritiek op het regime, sommigen
brengt de leeftijd van de president op de gedachte dat de staatsruif ook
wel eens door iemand anders zou kunnen worden beheerd.

De aanleiding voor de rellen van zaterdag is het gemanipuleer door de
autoriteiten met de officieuml;le oppositiepartij PDI, tot voor kort
geleid door de Soekarno-dochter Megawati. Maar Mbak Mega ging te ver in
haar kritiek en werd, op een schijncongres in Medan, vervangen door een
voor het regime betrouwbaarder figuur. Alleen, de jeugdige
Megawati-aanhang weigerde de coup te aanvaarden en verlegde het front
waar de zaak moest worden uitgevochten naar Jakarta. De bijeenkomst van
ASEAN en de daarop volgende internationale conferenties verhinderden de
autoriteiten een tijdlang in te grijpen. Maar achter de
Potemkin-faccedil;ade van de internationale interdependentie werd het
lokale vuur al gestookt. Met de afrekening van afgelopen zaterdag als
onvermijdelijk resultaat.

 




DE RELLEN IN Jakarta zijn niet de enige aanwijzing dat Indonesieuml;
minder stabiel is dan het graag naar buiten toe voorgeeft. De slepende
kwestie Oost-Timor met in haar kielzog de geweldsontsporingen van het
leger in de vroegere Portugese kolonie en de onrust rond de als
toevluchtsoord gekozen ambassades, het verzet in West-Irian, kortgeleden
met een aandachttrekkende ontvoering in het nieuws, de bloedige
onderdrukking van de opstand in Atjeh een paar jaar geleden, de zelden
tot het buitenland doordringende maar regelmatig opverende
studentenonrust in het voormalige Makassar, het van etnische
tegenstellingen doortrokken arbeidersoproer in Medan - het zijn
evenzovele tekenen van de ondermijnende en middelpuntvliedende krachten
die de Indonesische staat bedreigen zodra de macht in Jakarta aan
soliditeit zou verliezen.

Het zou overdreven zijn te beweren dat Indonesieuml; nu zoiets beleeft
als het gesmoorde studentenprotest op het Plein van de Hemelse Vrede in
Peking. Maar het land heeft zijn eigen geschiedenis van hevige troebelen
die een nieuwe tijd inleiden. De strijd over de vraag hoe het tijdperk
na Soeharto eruit zal zien, lijkt nog maar net begonnen.











