


Kabelpakketten





HET TROEBELE MEDIAJARGON dreigt te worden verrijkt met een nieuwe term:
wettelijk basispakket. Dit behelst de verplichting voor
kabelexploitanten een wettelijk voorgeschreven aantal zenders
beschikbaar te stellen tegen een door de overheid vastgestelde
(minimale) prijs. Staatssecretaris Nuis (Media) wil de omvang van het
pakket bepalen op twaalf publieke zenders uit binnen- en buitenland. Tot
dusver bevat de wet alleen een zogeheten 'must carry'-regel:
kabelexploitanten moeten de drie Nederlandse en de twee Vlaamse publieke
zenders aan al hun abonnees aanbieden.


Het is een raadsel waarom Nuis zoveel belang hecht aan een van
staatswege samengesteld basispakket dat hij er speciaal plaats voor
inruimt in de wetsvoorstellen tot liberalisering van de Mediawet die hij
ook nog eens voor het eind van dit jaar door het parlement wil hebben.
Zo'n uitgebreid verplicht pakket heeft bar weinig te maken met
liberalisering. Toezicht op de feitelijke monopoliepositie van de
kabelexploitanten heeft daar wel mee te maken, maar de beslissing
daarover heeft minister Wijers (Economische Zaken) juist naar het eind
van het jaar opgeschoven. Er ontwikkelt zich een fikse stammenstrijd
over dat toezicht tussen de departementen van Wijers
(mededingingsaangelegenheden), Nuis (media) en minister Jorritsma
(telecommunicatie) die niet bevorderlijk is voor de openheid van de
geliberaliseerde kabelmarkt.

DE KABEL IS van oudsher een nutsvoorziening, die niet altijd met
subtiele middelen - zoals antenneverboden - bij de burger is
binnengebracht. De kabelvergunningen waren ook primair toebedacht aan de
gemeenten. Inmiddels is het medium bezig volwassen te worden en dat
brengt commercialisering mee, gesymboliseerd voor de decoders die
speciale 'pluspakketten' voor de kabelconsumenten beschikbaar moeten
stellen. Tegen een extra prijs uiteraard. Veel gemeenten hebben echter
bij de verkoop van hun kabelrechten het voorbehoud gemaakt dat een
billijk geprijsd standaardpakket gegarandeerd moet blijven.

Het is begrijpelijk dat Nuis de kabelexploitanten niet helemaal de vrije
hand wil laten. Minder duidelijk is waarom een wettelijk voorschrift
geboden is. De kabelwereld lijkt niet van plan zich uit te leveren aan
iedere commercieuml;le gril die zich aandient, zo is wel gebleken bij
de lancering van het sportkanaal. De exploitanten hebben zich juist
verzet tegen een quasi-automatische verhoging van het standaardtarief
ter wille van deze nieuwkomer. Invoering van een basispakket zou veeleer
een prijsopdrijvend effect kunnen hebben, want de overstap naar een
basispakket betekent voor de exploitanten een inkomstenderving die zij
in het standaardpakket zullen compenseren.

EEN 'MUST CARRY'-VERPLICHTING van de drie Nederlandse publieke zenders
is al een hele ingreep in de informatievrijheid, maar valt te
rechtvaardigen met een beroep op het geldende publieke bestel. Voor de
Belgische zenders is dat al een stuk moeilijker. Het verplicht
voorschrijven van een selectie van andere buitenlandse zenders valt
helemaal niet meer te rijmen met het beginsel ,overheid op afstand'' dat
ten grondslag dient te liggen aan de mediawetgeving.











