


De lijst





EINDELIJK IS zij er dan: de lijst met regelingen van de Nederlandse
wetgever welke niet zijn voorgelegd aan de Europese Commissie in
Brussel. De lijst kwam niet uit vrije wil, maar omdat het kabinet de
'Securitel-lijst' op last van de rechter openbaar moest maken. Als het
aan de ministers Wijers (Economische Zaken) en Sorgdrager (Justitie) had
gelegen zou de imposante opsomming van regelingen waarvan Brussel niet
op de hoogte was pas zijn vrijgegeven nadat alles tussen de Nederlandse
overheid en de Europese Commissie was 'geregeld'. Terecht heeft de
president van de Haagse rechtbank hier vorige week een stokje voor
gestoken. Het gaat niet aan de burgers dergelijke zwaarwegende
informatie te onthouden.


In zijn vonnis naar aanleiding van het kort geding dat de vereniging van
strafrechtadvocaten met een beroep op de Wet openbaarheid van Bestuur
tegen de staat had aangespannen gaf de rechtbankpresident een lesje
staatsrecht. ,,Aan het Nederlandse rechtssysteem ligt de
veronderstelling ten grondslag dat iedere burger wordt geacht de wet te
kennen. Keerzijde van deze veronderstelling is dat deze burger ervan uit
mag gaan dat wettelijke voorschriften die op voorgeschreven wijze zijn
gepubliceerd, ook rechtskracht bezitten.''


ER ZIJN DE afgelopen tijd wilde speculaties geweest over de
consequenties van het niet aanmelden van regelingen bij de Europese
Commissie. Nu de lijst er ligt is de duidelijkheid er nog steeds niet.
Het is thans aan de juristen te onderzoeken waar mogelijk de ruimte zit
en aan de rechter te oordelen of dit ook werkelijk zo is. Duidelijk is
echter al wel dat het niet aanmelden van een regeling bij de Europese
Commissie niet automatisch betekent dat deze ook geen rechtskracht
bezit. Van belang is waarom de richtlijn waarop het Securitel-arrest is
terug te voeren indertijd is afgekondigd. De achterliggende gedachte was
dat de vrije concurrentie niet onder de noemer van technische
voorschriften mocht worden belemmerd. In die context zal elk beroep op
het Securitel-arrest worden beoordeeld. Daarom lijkt al te grote paniek
over de rechtsgevolgen ook overbodig.





DEZE WETENSCHAP maakt het verkrampte optreden van het kabinet, en in
het bijzonder van de ministers Wijers en Sorgdrager in de hele zaak des
te opmerkelijker. Als van het begin af aan voor een volledige open
benadering was gekozen, hadden de ministers zichzelf waarschijnlijk veel
ellende kunnen besparen. Dat juist twee ministers van D66-huize zo
hardhandig in aanvaring zijn gekomen met het verschijnsel openbaarheid,
kan als ironie van het lot worden uitgelegd. Het is weer eens bewezen:
macht blijkt weinig op te hebben met partijopvattingen. 'De burgers bij
het bestuur', stond er ooit op de verkiezingsaffiches van D66. Maar
daarvoor waren het dan ook verkiezingsaffiches.










