


Planeet Aarde





ONS ZONNESTELSEL wordt langzamerhand bekend terrein. Een van de
opvallendste ervaringen van de recente 'Marsweken' was wel dat het
landschap van de Martiaanse Ares Vallis op de nieuwste NASA-foto's
eigenlijk heel bekend voorkwam, zoals een vergezicht op dia's van
vergeten reizen. Want de haarscherpe beelden die de Amerikaanse
Viking-Marslanders in 1976 terug naar aarde zonden, toonden hetzelfde
landschap: losse stenen op een vlakte, een enkel bergje in de verte. We
zijn er al eens geweest.


De stuiterende landing van de Pathfinder en de trage bewegingen van de
Sojourner op het Marsoppervlak vormen slechts een kleine stap op een
lange weg die de bewoners van de planeet Aarde zijn opgegaan sinds in
1959 de Russische Luna 2 te pletter sloeg op de maan: de eerste landing
buiten de aarde. Nog geen tien jaar later landden de eerste mensen op de
maan en sindsdien hebben (onbemande) ruimtevaartuigen vrijwel alle
planeten rond onze ster Sol van nabij bekeken. Kraters op Mercurius,
bevroren oceanen op de Jupitermaan Europa, ringen rond Neptunus, de
uiteenvallende ijskern van kometen. Het begin is er, maar nog oneindig
veel meer is onbekend.

Het wagentje Sojourner dat nu zo de aandacht van de aardse bewoners
trekt, is slechts bedoeld als een experiment met nieuwe, goedkopere
ruimtevaarttechnieken, ook al probeert het wel hier en daar wat stenen
te analyseren. Waarschijnlijk zullen pas de volgende Marslandingen - die
na dit onverwachts grote Pathfinder-succes zeker doorgaan -
wetenschappelijke vernieuwingen opleveren.





WETENSCHAPPELIJKE KENNIS van het heelal waarin wij leven is het
belangrijkste doel van de ruimtereizen - en dat moet zo blijven. Dat
nationalisme en trots op eigen prestaties een belangrijke rol spelen in
de publiciteit en bij de motieven van de regeringen die de peperdure
verkenningen betalen, is onvermijdelijk, maar weinig verontrustend. Want
onder het dunne vlies van sensatie en chauvinisme is internationale
samenwerking het devies. De gevaarlijke space race tussen de VS
en de Sovjet-Unie is verleden tijd - zoals dezer dagen weer blijkt uit
de benarde situatie aan boord van de Mir,  waar twee Russische
kosmonauten en een Amerikaanse astronaut samen strijden voor behoud van
het gehavende station.

Maar met reizen in het heelal is meer aan de hand. Aan de fascinatie van
het publiek voor een karretje op Mars ligt meer ten grondslag dan
sensatiezucht, bewondering voor technische hoogstandjes of
wetenschappelijke interesse. Het vormt ook een cruciale verbreding van
onze mentale horizon. Door de ruimteverkenningen ziet de mensheid zich
direct geconfronteerd met haar eigen positie: alleen op een blauwe
planeet in een oneindig universum. Alleen al de vorig jaar geopperde
mogelijkheid dat miljarden jaren geleden primitief leven op Mars zou
hebben kunnen bestaan, leidde onmiddellijk tot grote opwinding en houdt
de gemoederen nog altijd bezig. Veel sciencefiction is onzin, en de
suiuml;cidale sekte van Heaven's Gate heeft laten zien hoever mensen
kunnen gaan als ze willen geloven in een betere wereld in de sterren.
Maar toch, de almaar toenemende internationale samenwerking in de ruimte
en ook de enorme populariteit van tv-series als Star Trek (waarin
rationaliteit en zelfbeheersing de hoogste idealen zijn) vormen
aanwijzingen voor een groeiend besef van de plaats - en
verantwoordelijkheid - van homo sapiens in de kosmos. Alleen al als
voorbereiding op de grootste cultuurschok uit de menselijke geschiedenis
- die komt als er ooit signalen van buitenaardse beschavingen zullen
worden opgevangen - heeft die horizonverbreding nut.





ALLES KOST GELD. En dus is er altijd discussie over de rechtvaardiging
van de hoge kosten, zeker nu het militaire belang van de ruimtereizen is
afgenomen. De nieuwe koers die NASA is ingeslagen - met goedkopere maar
risicovollere technieken toch veel aan exploratie doen - is daarom
verstandig. Want stoppen met ruimteverkenning zou neerkomen op het
vrijwillig blinddoeken van de mensheid.

In 1990 verliet de ruimteverkenner Voyager na jaren van trouwe dienst
het zonnestelsel. Voordat de verbinding werd verbroken liet de NASA het
apparaat nog eacute;&eacute;n keer achterom kijken. Het leverde een
familieportret van de zon met haar planeten op. En dat blauwe vlekje,
tussen Venus en Mars, dat zijn wij. Maar echt gewend aan de kosmische
positie van 'de derde planeet vanaf de zon' is de mensheid nog niet. De
Apollofoto's van de aarde die de kwetsbaarheid toonden van een blauwe
planeet in een zwart heelal, droegen in de jaren zeventig sterk bij aan
de groei van het milieubesef. Maar het mislukken van de
milieuconferentie in New York, vlak voordat de Sojourner op Mars ging
rondrijden, maakt duidelijk dat er voor een werkelijk verantwoordelijke
omgang met de planeet meer nodig is dan ruimtevaart alleen.










