


Baskisch verdriet






SPANJE HEEFT andermaal bewezen dat als het er op aan komt het volk massaal de st
raat op trekt om zijn verontwaardiging te tonen over de
wreedheden van het terrorisme.


Het miljoenenprotest tegen de moordcommando's van de Baskische afscheidingsbeweg
ing ETA is massaal,
oprecht en indrukwekkend. Het probleem van de ETA is echter complex en
hardnekkig. De terreur die de ETA zaait is, zoals de Spaanse filosoof
Fernando Savater concludeert, niet zo onlogisch en irrationeel als vaak
wordt beweerd. Het is de ijzeren consequentie van een antidemocratische
ideologie. Daarin zijn concessies onmogelijk en is de gewapende strijd
onlosmakelijk verbonden met het opdringen van een minderheidsstandpunt
aan de rest van de Basken. Volgens deze interne logica komt het gelijk
uit de loop van een pistool. Dat hadden de demonstranten de afgelopen
dagen goed begrepen. ,,Zonder jullie wapens ben je niks'', zo was een
van de protestkreten.

Een efficieuml;nter politie-optreden is een van de middelen die tegen
de ETA moeten worden ingezet. Te vaak blijken de Spaanse autoriteiten
steken te laten vallen in hun strijd tegen het terrorisme. Neem alleen
al het probleem van openbare orde in de straten van San Sebastiaacute;n
en Bilbao. Jongeren die door de ETA worden betaald zaaien met hun
molotovcocktails angst bij de bevolking. Boekhandels worden aangevallen,
hun boeken verbrand. Rechters en de lokale Baskische regiopolitie durven
vaak niet op te treden uit angst voor vergelding.  En politici houden
zich koest wil hun huis niet in brand worden gestoken. 



MAAR ETA is niet uitsluitend een zaak van openbare orde. Een laag dieper
ligt het probleem van het Baskische nationalisme. Ontstaan in de vorige
eeuw, kent dit nationalisme een sterk racistische en antidemocratische
ondertoon. Onder Franco ondervond het Baskische nationalisme evenwel een
herwaardering als een emancipatoire beweging die tegen de dictatuur
streed. Ruim twintig jaar na het herstel van de democratie is het vooral
de als ,,gematigd'' omschreven Baskisch-nationalistische PNV (29 procent
van de stemmen in Baskenland), die hiervan de vruchten plukt. Baskenland
is inmiddels zo onafhankelijk, zo juichte onlangs de Baskische
regiopresident Ardanza (PNV), dat het bijna de zestiende staat binnen de
Europese Unie is.

Paradoxaal genoeg vormt dat succes ook een probleem voor het
nationalisme, een ideologie die per slot van rekening bestaat bij de
gratie van bedreigingen van volk en vaderland. In de persoon van Xavier
Arzalluz, de onbetwiste leider van de PNV, kent de partij een creatieve
geest bij het verzinnen van vijanden. De grillige Arzalluz haalt zich
regelmatig de woede van niet-nationalistische partijen op de hals met
zijn publieke scheldpartijen tegen ,,zij uit Madrid''. Arzalluz, die
zijn partij en niet in de laatste plaats zichzelf graag met de Baskische
natie vereenzelvigt, schroomde er niet voor om het geweld van ETA ,,even
erg'' te noemen als de rol van de Spaanse staat. Enkele dagen na de
moord op een rechter van het Hooggerechtshof in Madrid afgelopen
februari  beweerde de nationalistische leider dat het een ,,goed
moment'' was om met de ETA te gaan onderhandelen. En toen de
gevangenismedewerker Ortega Lara (niet Baskisch, inwoner van Burgos), na
anderhalf jaar gijzeling door de ETA, half gek door de politie werd
bevrijd kon er geen bezoekje af. ,,Ze haten ons'', concludeerde de
Baskische leider grimmig naar aanleiding van de vreugde van heel Spanje
over de bevrijding.





MET DERGELIJKE politici hebben de Basken geen vijand nodig. Door een
tweeslachtige houding tegenover het geweld van de ETA, waarmee de PNV
haar nationalistische achtergrond deelt, en een even dubbelhartige
positie tegenover de Spaanse staat, waarvan de PNV nog steeds de
Grondwet weigert te erkennen, zorgt deze grootste partij van Baskenland
voor een klimaat waarin de terreur van de ETA gedijt. Wat is er anders
te verwachten van een regio waar de leider van de grootste partij zich
beklaagt over het ontbreken van grensposten aan de Ebro of de loftrompet
steekt over authenticiteit van het Baskische ras?

Wil de ETA werkelijk verdwijnen, dan zal de sociale en politieke basis
onder deze terreurbeweging moeten verdwijnen. De aangekondigde isolering
door de rest van de partijen van Herri Batasuna (HB), de politieke arm
van de ETA, lijkt vooral symbolisch: de leden van deze partij waren toch
al zelden op hun post in de parlementen. Dat de PNV zich hierbij
aansloot en HB veroordeelde als handlanger van het ETA-geweld heeft meer
betekenis, maar het ligt in de lijn der verwachting dat partijleider
Arzalluz - die zich de afgelopen dagen opmerkelijk stil hield - straks
weer een nieuwe aanval van nationalisme krijgt en terugkrabbelt. 



UITEINDELIJK ligt de sleutel van het probleem bij de Basken zelf. De
betogingen tegen de ETA en hun handlangers zijn een hoopvol teken dat
Baskenland zich niet langer laat afpersen door het geweld van een
minderheid. Te hopen valt dat de afbrokkeling van de sociale basis voor
de ETA zich versnelt. En dat meer Basken duidelijk maken dat zij niet
langer gediend zijn van partijen waarvan de leiders de terreur steunen
of met hun halfslachtige gedrag het vuurtje opstoken.










