


De dood van Blanco





GISTEREN STIERF   Miguel Angel Blanco, 29 jaar, nadat leden van de
Baskische terreurorganisatie ETA hem zaterdag twee kogels door het hoofd
hadden geschoten. De ETA had Blanco in het stadje Ermua gemeenteraadslid
voor Spanje's regerende conservatieve Volkspartij, uitgekozen als
drukmiddel op de centrale overheid. Aan zijn 'gijzeling' donderdagmiddag
was een ultimatum verbonden geweest. Als niet voor zaterdagmiddag vier
uur alle veroordeelde ETA-leden naar gevangenissen in Baskenland waren
overgeplaatst, zou Blanco worden terechtgesteld. Dat laatste gebeurde.


Vele tienduizenden Spanjaarden en Basken zijn dit weekeinde de straat
opgegaan. Aanvankelijk om de ontvoerders te smeken Blanco ongedeerd vrij
te laten, later om hun woede te uiten over de gruweldaad. De vraag is nu
of en hoe de Spaanse overheid aan deze spontane volkswoede consequenties
verbindt. Spelend op nationalistische gevoelens en waar dat niet
toereikend is met geweld houdt de ETA, die zich beroept op een zogenaamd
leninistisch gedachtengoed, Spanje in zijn greep. De terreurgroep heeft
een veel grotere invloed dan zij op grond van haar ledental waar kan
maken. De Baskische Nationalistische Partij bijvoorbeeld, die in het
parlement in Madrid een rol speelt, heeft in het verleden eisen van de
ETA ondersteund.

Zolang het niet tot een scheiding der geesten komt tussen het legitieme
Baskische regionalisme en de moordenaars van de ETA, lijkt de Spaanse
regering vrij machteloos. Zij mag zo af en toe succes boeken zoals
onlangs met de bevrijding van de maandenlang in een 'volksgevangenis'
vastgehouden gevangenisbewaarder Ortega Lara, zonder steun van de Basken
zelf lijkt de ETA niet de definitieve slag te kunnen worden toegebracht.
Dat legt een zware verantwoordelijkheid op Baskische politici en
politieke partijen. Nu een van hen direct slachtoffer is geworden van de
terreur, zou een meer dan verbale verwerping van de ETA op haar plaats
zijn.

DE JAARLIJKSE   aanslagen op het toerisme aan de Spaanse Costas en het
lot van Lara en Blanco tonen aan dat het terrorisme ook in West-Europa
endemisch blijft. De RAF in de Bondsrepubliek en de Rode Brigades in
Italieuml; waren in de jaren zeventig actief als de weerzinwekkende
nageboorte van de in de eigen fantasie vastgelopen jeugdrebellie van de
jaren zestig. De IRA in Ulster is een hydra die iedere generatie weer
een kop opsteekt: wanneer jongeren worden volgegoten met de verworden en
extreem gewelddadige nationalistisch-religieuze mythe van deze beweging.
Frankrijk is in golven het slachtoffer van Algerijnse terreurgroepen,
Italieuml; wordt van tijd tot tijd opgeschrikt door de extravaganties
van de mafia.

Niet altijd wordt terreur bedreven op grond van politiek-ideologische
motieven en niet altijd zijn terreuraanslagen op Europese bodem van
Europese origine. Maar er steekt genoeg Europese geschiedenis in de
terugkerende moord- en martelpraktijken en er zijn voldoende belangen in
het geding om Europese aandacht te rechtvaardigen. Er zijn hoopvolle
tekens. Frans Baskenland is al lang niet meer een vrijplaats voor
terrroristen uit Spanje, Ierland is nauw betrokken bij Britse pogingen
een einde te maken aan wat in Ulster in feite een burgeroorlog in
slow-motion is. Maar het is ontmoedigend dat Europa het
bij de terreurbestrijding laat afweten. De echo van de schoten die
Blanco doodden, reikt verder dan Madrid.










