


Verwijtbaar gedrag





'HEEL HET RADERWERK', is de welluidende titel van het vandaag
gepresenteerde rapport van de commissie uit de Tweede Kamer die de
tumultueuze gang van zaken bij het College van Toezicht Sociale
Verzekeringen (CTSV) heeft onderzocht. Het wordt aan de lezer zelf
overgelaten de proletarische zegswijze van begin deze eeuw ten tijde van
de spoorwegstaking af te maken. Maar dat het bestuurlijke raderwerk van
het nieuwe controle orgaan voor het sociale zekerheidsapparaat van het
begin af aan heeft stilgestaan lijdt geen twijfel.


Onduidelijker is wiens machtige arm die stilstand heeft veroorzaakt. Uit
het parlementaire onderzoeksrapport komt een beeld naar voren van
diverse elkaar tegenwerkende krachten. Botsende werelden en
onverenigbaarheid van karakters leidden tot een loopgravenoorlog. Het
gevolg was een ,,aaneenschakeling van conflicten, voorvallen en
incidenten'', aldus de commissie.

Nu was dit ook al uit eerdere rapportages gebleken. Voordat de Tweede
Kamer zelf op onderzoek ging, begaven onafhankelijke deskundigen als
professor Rood en ex-president Kordes van de Rekenkamer zich al in het
CTSV-labyrint om spoedig te ondervinden dat er sprake was van een
slangenkuil. Bij de parlementaire onderzoekscommissie stond echter
terecht de vraag naar het 'hoe-het-zover-kon-komen' voorop. De
conclusies zijn wat dit aspect van het CTSV-drama betreft niet voor
tweeeuml;rlei uitleg vatbaar. De procedure om te komen tot een bestuur
van het toezichthoudend orgaan wordt van een ,,onthutsende eenvoud''
genoemd. De selectie van het bestuur kwalificeert de commissie als een
,,cruciale taxatiefout'' en het praktisch ontbreken van een
inwerkprocedure als ,,onzorgvuldig''. Voor beide zaken wordt de
verantwoordelijkheid ,,in hoge mate'' bij staatssecretaris Linschoten
van sociale zaken gelegd.

 




MET DEZE UNANIEME bevindingen van de commissie heeft de CTSV-zaak nu
toch zijn zware politieke lading gekregen, hoewel in het rapport
politieke waarde-oordelen zorgvuldig worden vermeden. Op zich valt dat
ook niet binnen het bestek van de opdracht van de commissie. Het is aan
de Tweede Kamer als geheel om naar aanleiding van het rapport eventueel
dit soort uitspraken te doen.

De brandende vraag is wel of de Tweede Kamer aan een dergelijk oordeel
zal weten te ontkomen. Uit het rapport blijkt een aanzienlijke
betrokkenheid van de staatssecretaris bij het ontstaan van de
moeilijkheden. Daarbij komt nog dat zijn verantwoording achteraf voor de
gang van zaken bij het CTSV zijn positie ook al niet versterkt.
Linschoten heeft altijd volgehouden dat de omstreden bestuursbenoemingen
louter kwalitatief zijn bepaald en dat politieke kleur geen enkele rol
heeft gespeeld. De commissie komt echter tot een tegenovergestelde
conclusie. Wat verder niet voor de staatssecretaris pleit, is dat de
commissie verschillen signaleert tussen het verhoor dat hem in
beslotenheid is afgenomen en het verhoor dat in de openbaarheid heeft
plaatsgevonden. Het brengt de commissie tot de pijnlijke constatering
dat er ,,weinig consistentie'' zit in de lezingen van de
staatssecretaris.

 




HET IS DUIDELIJK dat Linschoten heel wat heeft uit te leggen na het
rapport van vandaag. Die uitleg kan met het oog op zijn verdere politiek
functioneren beter maar zo snel mogelijk worden gegeven. De verwijten
die Linschoten in het rapport worden gemaakt zijn uitermate ernstig.
Want hoewel de commissie die conclusie niet trekt, kan deze alleen
maar luiden dat de staatsseretaris
zich op een belangrijk beleidsonderdeel wel degelijk onverantwoordelijk
en verwijtbaar heeft gedragen. De politieke zuiverheid zegt dat zo
iemand niet meer valt te handhaven.









