


De drie aapjes





MARIUS VAN AMELSVOORT was een van de zwakke bewindslieden in het
kabinet-Lubbers III. Als staatssecretaris van Financieuml;n,
verantwoordelijk voor de belastingen, had hij binnen en buiten zijn
departement weinig gezag. Nu heeft een werkgroep uit de Tweede Kamer
vastgesteld dat Van Amelsvoort (CDA) ,,onvoldoende politieke leiding''
heeft gegeven aan zijn ambtelijke dienst. En daarmee is Van Amelsvoort
het Barbertje dat moet hangen in het dossier dat inmiddels bekend staat
als de 'technolease-affaire'. In deze affaire speelde Van Amelsvoort wel
een rol, maar eerder die van vermalen tegenstribbelaar dan van
daadkrachtige doordouwer van de omstreden constructie. In het
kabinet-Lubbers III legde Van Amelsvoort het, zonder rugdekking van
minister van Financieuml;n Kok (PvdA), kansloos af tegen de handigheid
van zijn partijgenoten op Economische Zaken en Algemene Zaken en tegen
de dadendrang van de industrieuml;le lobby in de Tweede Kamer.


HET TECHNOLEASEDOSSIER schetst een treurigmakend beeld van de manier
waarop financieuml;le creativiteit in Nederland wordt toegedekt als het
dreigt uit te komen. De belastingconstructie waarmee Philips en de
Rabobank in 1993 kwamen om technische kennis via een 'sale-lease
back-constructie' te gelde te maken, leek een slimme, financieel
aantrekkelijke manier van bedrijfssteun. Het was industriepolitiek in
fiscale verpakking. Maar de bezwaren ertegen - strijdigheid met de
Europese concurrentieregels als het een eenmalige zaak zou zijn en de
hoge kosten voor de nationale schatkist als de regeling op grote schaal
zou worden toegepast - zorgden voor een beleidsconflict dat niet met een
compromis viel op te lossen. In deze tegenstelling tussen eerlijke
concurrentieverhoudingen en financieuml;le tegenvallers voor de fiscus,
koos Nederland voor de politiek van de drie aapjes: niet horen, niet
zien en niet praten.

Dankzij een rapport van de Rekenkamer (1996) en daaropvolgend
journalistiek spitwerk zijn stukjes en beetjes van de vertrouwelijke
informatie in de openbaarheid gekomen. Het beeld was voortdurend
hetzelfde: als er nieuwe feiten aan het licht kwamen, werden die
officieel eerst ontkend, daarna gebagatelliseerd en ten slotte
toegegeven. Zo demonstreerde Den Haag hoe met de openbaarheid van
bestuur wordt omgesprongen als deze politiek onwelgevallig is en
negatieve financieuml;le gevolgen kan hebben. Want 'Brussel', zoals
oud-premier Lubbers in een hoorzitting van de Kamer zei, luistert in de
persoon van Eurocommissaris Van Miert mee.




TWEE ELEMENTEN VAN het Nederlandse consensusmodel speelden een
belangrijke rol in de afwikkeling van de technoleasezaak. Dankzij de
coouml;ptatie van de politieke en zakelijke elite is sprake van een
sfeer van ons-kent-ons. Bankiers, ondernemers en bewindslieden komen
elkaar tegen in politieke partijen of in de circuits van het middenveld.
Dat vergemakkelijkt het informele overleg over gevoelige zaken.
Daarnaast is de betrokkenheid van het parlement bij industrieuml;le
onderwerpen zo groot dat de controlerende taak soms plaatsmaakt voor
meewerken aan de uitvoering van het beleid. Een al bijna vergeten
zijlijntje in de technolease-affaire is de onopgehelderde manier waarop
de banden met de opnamen van een vertrouwelijk overleg van de Vaste
Kamercommissies voor Economische Zaken en Financieuml;n in opdracht van
Kamerlid Vos werden gewist. Zo liepen latere onderzoeken noodgedwongen
op dood spoor.

Ook de antwoorden op Kamervragen waren steevast van een hoog
spoorzoekgehalte. Een nieuwe brief? Vergeten bij de stukken te voegen.
Een vertrouwelijke notitie? Welnee, die stond al vermeld in een lijst
(maar was niet openbaar gemaakt). Lastige kritiek? De critici hebben er
niets van begrepen. Technolease een kwestie van 'eens maar nooit weer'?
Dat sloeg niet op de regeling zelf, maar op de stroperige manier waarop
deze tot stand was gekomen.

Tot twee keer toe heeft minister Zalm recentelijk aan het leggen van
rookgordijnen meegewerkt. De minister van Financieuml;n meldde de Kamer
dat er indertijd op het departement geen berekeningen waren gemaakt van
de mogelijke fiscale gevolgen van technolease. In het verhoor voor de
Kamercommissie zei Zalms voorganger Kok dat deze berekeningen er wel
degelijk waren. Ter weerlegging van de beschuldiging dat het om
specifieke bedrijfssteun ging, liet Financieuml;n na intern speurwerk
uitlekken dat bij nog drie bedrijven een technoleaseconstructie fiscaal
was goedgekeurd. Deze ondernemingen - Hagemeyer, Gazelle en Akzo -
ontkenden vervolgens dat ze een dergelijke regeling hadden toegepast.

WAT RESTEERT IS een onthutsend schouwspel: de toedekking van
industrieuml;le steun die de schatkist een vermogen kan kosten en
Nederland in botsing met de concurrentieregels van de Europese Unie kan
brengen. Andere  EU- landen doen dergelijke dingen ongetwijfeld ook,
maar dan toch handiger. Hier eindigt het in de opgeluchte vaststelling
van een werkgroep in de Kamer dat een zwakke staatssecretaris inderdaad
zwak was.










