


Het laatste verslag





DE NEDERLANDSCHE BANK   heeft vorig jaar aanzienlijk minder winst
gemaakt dan in 1995. Daardoor bedroeg de winstafdracht aan de schatkist
over 1996 zevenhonderd miljoen gulden minder dan het jaar ervoor. Jammer
voor minister Zalm van Financieuml;n, want het financieringstekort van
de overheid kon hierdoor vorig jaar wat minder dalen.


De winst- en verliesrekening vormt een belangrijk onderdeel van het
jaarverslag van een onderneming. Maar bij het jaarverslag van De
Nederlandsche Bank, dat gisteren is verschenen, trekt het zelden
aandacht. Daar gaat alle belangstelling naar het Verslag van de
President, een kritische beschouwing van de internationale en nationale
financieel-economische stand van zaken. President Duisenberg, die voor
de zestiende keer tekende voor het Verslag, liet zich dit jaar over
Nederland optimistisch uit. Zijn ambtsperiode bij De Nederlandsche Bank
valt min of meer samen met het tijdperk waarin Nederland zich herstelde
vanuit het dieptepunt van de 'Hollandse ziekte' tot het succesvolle
'deltamodel'. Nederland, schrijft hij, heeft de problemen waarmee het
kampte toen hij in 1982 aantrad, ,,overwonnen''.

DE UITHAAL   van de president naar de begrotingsplannen van het kabinet
voor 1998 die afgelopen weekeinde bekend werden gemaakt, kwam dan ook
als een verrassing. In voorgaande jaren hekelde Duisenberg met recht de
voortdurende neiging tot versloffing van de overheidsfinancieuml;n.
Maar het kabinet-Kok valt wat dit betreft niets te verwijten, zoals
Duisenberg ook in zijn Verslag schrijft. Het tekort komt dit jaar
aanzienlijk onder de afspraak van het regeerakkoord en het zal in 1998
vermoedelijk nog verder dalen. De lastenverlichting die het kabinet voor
het komende verkiezingsjaar heeft ingeboekt, is politiek verdedigbaar nu
de staatshuishouding nagenoeg op orde is.

Toch wringt er iets in de verhouding tussen het monetaire en het
begrotingsbeleid. Dat komt omdat de Nederlandse economie de gevangene is
van Europa. Door de aanhoudende groei begint de economie tekenen van
oververhitting te vertonen, bijvoorbeeld in sectoren van de arbeidsmarkt
waar zich tekorten voordoen. Duisenberg heeft gelijk dat
lastenverlichting een extra stimulans voor de bestedingen vormt, terwijl
afremming gewenst is gezien de conjunctuurcyclus.

HIER KOMT DE   president van De Nederlandsche Bank zichzelf tegen: het
andere instrument om oververhitting tegen te gaan, een renteverhoging
door de centrale bank, is niet beschikbaar. Doordat de gulden aan de
D-mark is gekoppeld, kaacute;n De Nederlandsche Bank de rente niet
eigenmachtig verhogen. Zolang de sukkelende Duitse conjunctuur en het
streven naar de Economische en Monetaire Unie een Duitse - en daarmee
Nederlandse - renteverhoging in de weg staan, kan De Nederlandsche Bank
weinig anders doen dan het kabinet aanmoedigen toch vooral de
begrotingsdiscipline te handhaven. Zonder de beschikking over het
rente-instrument roept Duisenberg daarom dat het kabinet de
uitgaventeugels toch vooral niet mag laten vieren.

In de discussies over de EMU wordt geregeld gewaarschuwd voor het risico
van een economische crisis die landen ongelijk zal treffen. In een
muntunie met een gemeenschappelijk monetair beleid kan dat de negatieve
gevolgen van een schok verergeren. Nederland beleeft op het ogenblik de
omgekeerde situatie. De economie groeit harder dan in de omringende
landen, maar het geeuml;igende monetaire instrument, renteverhoging, is
niet inzetbaar. Hier is sprake van een positieve economische schok en
een gemeenschappelijk monetair beleid weet daarmee evenmin raad.

WIM DUISENBERG   vertrekt op 1 juli naar het Europees Monetair Instituut
in Frankfurt, de voorloper van de Europese Centrale Bank. Ondanks Frans
gesputter valt te verwachten dat Duisenberg de eerste president van de
ECB zal worden en zal presideren over de euro. Zijn papieren daarvoor
zijn indrukwekkend. Het bestendige monetaire beleid van De Nederlandsche
Bank, met de nadruk op prijsstabiliteit en koppeling van de gulden aan
de D-mark, heeft bijgedragen aan het herstel van de Nederlandse
economie. Met dank aan de Bundesbank en de Nederlandse sociale partners
kan worden vastgesteld dat Duisenberg zijn belangrijkste taak,
stabiliteit van de munt, de afgelopen zestien jaar met glans heeft
volbracht.










