


De varkensbranche





MINISTER VAN AARTSEN van Landbouw heeft, als ging het om een militaire
operatie, een strategie en een tactiek ontworpen voor de bestrijding van
de varkenspest: containment en chirurgie. De beheersing van ,,het
fenomeen'' intensieve veehouderij ziet de bewindsman meer als een zaak
voor de langere termijn. Hij roept de bedrijfstak op zelf ook eens na te
denken over de vraag hoe het verder moet ,,met al die boerderijen die
kop aan staart staan'' in het Brabantse. De varkenspestepidemie duurt nu
ruim twee maanden en dit weekeind kan het honderdste besmette bedrijf
worden verwacht. De epidemie strekt zich inmiddels uit over een groot
gebied. Dat was tegen de verwachting in. Want twee weken na de eerste
meldingen verwachtten ministerie en varkensbranche nog dat de epidemie
van korte duur zou zijn. Het bevruchten van zeugen in de afgesloten
gebieden is niet stopgezet. De zeugen die in februari zwanger werden,
leveren de mestbiggen die vanaf mei de hokken zullen bevolken. Maar het
is nu wel zeker dat dan de crisis nog niet voorbij is.


Het is nog de vraag waardoor de epidemie toch heeft doorgezet. Komt het
door clandestien gezeul met varkens? Komt het doordat alle
varkensbedrijven uiteindelijk contactbedrijven van elkaar zijn? Is het
werkelijk zo'n uitzonderlijk besmettelijk pestvirus dat nu in
Zuid-Nederland rondwaart? Een heldere analyse van de epidemie tot nu toe
ontbreekt, ook in de brief die de minister naar de Kamer stuurde.

DAARUIT WORDT wel duidelijk dat de besmetting via een of twee
KI-stations grote gevolgen zal hebben. Op stations voor kunstmatige
inseminatie bleek sperma van verschillende beren te worden gemengd. Het
is de vraag of het mengen van sperma voor de fokkerij zin heeft, uit
oogpunt van infectieziektebeheersing is het in ieder geval een
regelrechte blunder, vooral als het waar is dat het mengwerk onvoldoende
werd geadministreerd.

Van Aartsen zet nu de tegenaanval in. En hij toont zich een
getourmenteerd man. De minister voelt zich in de steek gelaten door de
bedrijfstak, de wetenschap en de Europese regelgeving. Boeren hebben bij
het begin van de ramp op grote schaal het vervoersverbod ontdoken en een
KI-station wordt nu ervan verdacht de regels te hebben geschonden. Het
Landbouwschap faalde in zijn toezicht. De wetenschap en ook de Europese
regelgevers hadden geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat de
infectie via sperma kon worden verspreid. Het verwijt geen draaiboek
voor crisisbeheersing bij de hand te hebben gehad toen de epidemie
uitbrak, werpt Van Aartsen verre van zich. Een draaiboek had deze
gebeurtenissen ook niet kunnen voorkomen.

Het is verklaarbaar dat, gezien de maatregelen die nu nodig zijn om de
gevolgen van de verspreiding van mogelijk besmet sperma in te dammen,
strafvervolging tegen het KI-station wordt overwogen. Minister Van
Aartsen zelf heeft het openbaar ministerie verzocht ,,een
strafrechtelijke procedure te starten'' tegen het KI-station te Wanroij.
Maar ook individuele boeren die het vervoersverbod hebben overtreden en
niet aan hun administratieve verplichtingen hebben voldaan, komen voor
justitieuml;le aandacht in aanmerking.

BIJ DE TOEKOMSTIGE opzet van de varkenshouderij ligt een rol voor de
overheid. De bedrijfstak moet zich, in zijn eigen belang, openstellen
voor nieuwe, meer extensieve produktiemethoden. Normen en waarden die
historisch in het boerenbedrijf waren verankerd dienen ook in de
geiuml;ndustrialiseerde varkenshouderij een plaats te krijgen. Aan het
spelen van rechter in eigen zaak - niet ongewoon in dit milieu - behoort
voorgoed een einde te komen.

De minister mag de wetenschap verwijten dat niet duidelijk was dat het
pestvirus via sperma kan worden overgedragen. Wat de wetenschap wel weet
is dat het gesleep met de varkens, van fokzeugbedrijf naar biggenstal en
van daar naar de afmeststal of zelfs naar Italieuml; om de status van
parmaham te bereiken, niet goed is voor het welzijn van de dieren en
bovendien de groei vertraagt. Voor hun welzijn is het beter de dieren
hun hele leven op eacute;&eacute;n bedrijf te houden, dat heeft de
agrarische wetenschap allang vastgesteld. En economisch hoeft de branche
daar niet slechter van te worden. 
Van Aartsen kan met die wetenschap in het achterhoofd goed zelf aangeven
waar de varkensbranche zich op moet richten: gesloten bedrijven, waaruit
levende dieren alleen vertrekken richting slachthuis. Hopelijk leidt de
pestepidemie tot een mentaliteitsverandering. Dat zou dan een geluk bij
een ongeluk zijn. Van Aartsen heeft de moed getoond als eerste
Landbouwminister in Nederland de noodzaak van zo een verandering aan de
orde te stellen. En wel op een bijzonder gevoelig moment.










