


Franse auto's...





IN VILVOORDE staat een assemblagefabriek van Renault. De verliesgevende
Franse autofabrikant, voor bijna de helft eigendom van de Franse staat,
wil de fabriek in Belgieuml; sluiten waardoor ontslag dreigt voor 3.100
werknemers. Renault heeft ook plannen om in Frankrijk te saneren,
voorlopig zonder een van de negen autofabrieken te sluiten. In Spanje
wil Renault zijn produktiecapaciteit uitbreiden met steun van Europese
subsidies.


Deze samenvallende besluiten bij Renault hebben de Europese aandacht
getrokken. De Belgische premier Dehaene, toevallig woonachtig in
Vilvoorde, heeft geprotesteerd bij zijn Franse collega Juppeacute;, de
Belgische koning Albert heeft geklaagd bij de voorzitter van de Europese
Commissie, Santer. Deze heeft een lans gebroken voor het Europese
sociale model en verzekerd dat het in Europa niet alleen gaat om een
harteloze monetaire unie, maar ook om economische en sociale
samenwerking. Intussen haastte president Chirac zich te verklaren dat
hij onthutst was over de botheid van Renault-directeur Schweitzer. De
Renault-werknemers zijn de Brusselse straten opgegaan in verzet tegen de
saneringen. De Spaanse subsidie-aanvraag voor Renault is schielijk
ingetrokken na dreigende woorden van de Belgische Eurocommissaris Van
Miert.

De pogingen van Europese politici om het beeld van een 'sociaal Europa'
te presenteren, willen maar niet aanslaan. De vrije markt, de
afschaffing van de importbeperkingen en de overheidsbezuinigingen om de
toelatingsnorm voor de Economische en Monetaire Unie te halen, krijgen
de schuld van de saneringen. Het roept protesten op - en afkeer van
Europa. 

HET PROBLEEM is evenwel dat Renault stevig achterop is geraakt bij de
saneringen die andere Europese autofabrikanten hebben doorgevoerd. De
Britse auto-industrie heeft in de jaren tachtig een Japanse metamorfose
ondergaan, de Duitse autofabrieken zijn deels uitgeweken naar omringende
landen (waaronder Frankrijk) en beschikken over afgeslankte
produktielijnen. Nu het vrije verkeer van goederen in de Europese Unie
binnenkort eindelijk wordt uitgebreid naar de autobranche, wordt het
probleem van de Europese overproduktie van zo'n twintig procent nijpend.
Verdere saneringen zijn daarom onvermijdelijk.

Frankrijk heeft zich het langst tegen liberalisatie van de automarkt
verzet en het is daarom opmerkelijk dat juist Renault met zijn militante
vakbondstraditie nu toch voor een saneringskoers kiest. Het kan ook
moeilijk anders, omdat verdere privatisering van het bedrijf in het
verschiet ligt. Vilvoorde heeft de pech dat daar een relatief kleine
assemblagefabriek van Renault is gevestigd, buiten Frankrijk, die
eenvoudig valt te sluiten. Voor Belgieuml;, dat met assemblagefabrieken
van Ford, VW, GM en Volvo de grootste autoproduktie per hoofd van de
bevolking ter wereld heeft, zijn de perspectieven hoe dan ook somber.




...en Duitse kolen
IN HET ROERGEBIED nemen de sociale spanningen als gevolg van
saneringsmaatregelen eveneens toe. De Duitse regering wil de subsidies
op de steenkolenwinning beperken en heeft daarmee het protest van de
mijnwerkers over zich afgeroepen. Maar met historische sentimenten en
torenhoge loonkosten vallen de mijnen niet te redden. Een ton Duitse
steenkolen kost vier keer zoveel als een ton geiuml;mporteerde kolen
uit Australieuml; of Polen. Om het verschil bij te passen verstrekt de
overheid een jaarlijkse subsidie van tien miljard D-mark, ruim
honderdduizend D-mark per mijnwerker.

In Groot-Brittannieuml; trotseerde Margaret Thatcher de mijnwerkersbond
van Arthur Scargill begin jaren tachtig. Ze brak niet alleen de macht
van de vakbond maar bereikte ook dat de sterk afgeslankte Britse
mijnindustrie weer winstgevend werd. Vijftien jaar later moet Duitsland
deze omslag met zijn steenkolenindustrie nog maken. De omzichtigheid
waarmee de regering in Bonn een besluit over de mijnbouwsubsidies steeds
voor zich uit heeft geschoven, toont aan hoe gevoelig deze kwestie in
Duitsland ligt. Nu de regering wanhopig naar bezuinigingen zoekt om de
Europese norm voor het financieringstekort te halen, geven de stakende
mijnwerkers 'Europa' de schuld van de aangekondigde ontslagen.

DE WERKLOOSHEID die dreigt in het Roergebied en in Vilvoorde is een
sociaal drama voor de betrokkenen en voor de regio's. Het is het gevolg
van chronische overproduktie in een geliberaliseerde markt. Dat vergt
vroeg of laat economische aanpassingen, omscholingsprogramma's en
initiatieven voor andere activiteiten. In plaats van krampachtig te
vechten voor behoud van verliesgevende activiteiten, kunnen de
vakbonden, de overheden en de Europese Unie zich veel beter voor de
begeleiding van deze aanpassingen inzetten. Dat is ook de beste manier
om het sociale imago van de Europese Unie te verbeteren.











