


Klonen en proefmensen





EEN KLOON VAN Hitler had niet hoeven uit te groeien tot een nazi die de
wereld wilde veroveren. En een heel leger klonen moet toch twaalf jaar
oud zijn voor de soldaatjes groot genoeg zijn om een geweer vast te
houden. Een dictator beschikt over snellere middelen om medestanders te
krijgen. Hersenspoelen en groepsprocessen zijn bij de mens voldoende om
in kortere tijd een krijgsmacht op de been te krijgen die bevelen
gehoorzaam opvolgt.


Science-fictionschrijvers en griezelfilmmakers hebben ons een gruwelijke
toekomst temidden van klonen voorgespiegeld, maar hun voorstellingen
hebben een laag realiteitsgehalte, niet alleen omdat het onmogelijk was
om mensen te klonen. Dat laatste is nu werkelijkheid geworden. De
techniek waarmee eerder dit jaar een kloon van een volwassen schaap is
gemaakt, is ook geschikt om een mens te klonen, zei de Britse
onderzoeker dr. Ian Wilmut, de 'maker' van schaap Dolly, eerder deze
week op een persconferentie. Maar hij zag geen reden om het te doen.
Toch wil zes procent van de Amerikanen zich wel laten klonen, zo bleek
uit een peiling nadat het nieuws over het gekloonde schaap Dolly bekend
was geworden.

In Nederland wordt het klonen van mensen verboden. Er is een
wetsvoorstel Handelingen met Geslachtscellen en Embryo's in
voorbereiding dat een al door het vorige kabinet ingenomen standpunt
vastlegt. Tot de wet is aangenomen hebben embryologen en overheid
afgesproken vrijwillig van het klonen van mensen af te zien. Er staat in
Nederland niemand te popelen om mensen te klonen, maar is een wettelijk
verbod niet te definitief voor een gebied dat zo sterk in ontwikkeling
is en waar ook nog medische toepassingen in het verschiet liggen?  


ETHICI VOEREN de waardigheid en de uniciteit van de mens aan om het
afzien van het klonen van mensen te onderbouwen. Menselijke waardigheid
is echter een diffuus begrip dat te pas en onpas kan worden gebruikt.
Het is ook een intuiuml;tief begrip dat moeilijk operationeel is te
maken. Drugsgebruik, dakloosheid, alcoholverslaving, prostitutie,
voetbalvandalisme en te hard rijden kunnen ook makkelijk in strijd met
de menselijke waardigheid worden verklaard. De uniciteit van de mens is
een hanteerbaarder begrip. Erkenning van uniciteit betekent respect voor
de individuele persoonlijkheid. Maar een individu wordt gevormd door
nature en nurture, door wat ieder als genetische
informatie van zijn ouders heeft meegekregen en door de opvoeding die
daarop volgde. Een kloon is maar half uniek. Het is alleen een genetisch
identieke kopie van zijn 'donor' of 'ouder', maar eenzelfde opvoeding is
nooit te realiseren.

Wie uniciteit van de mens aanvoert als bezwaar tegen klonen loopt het
risico te worden beschuldigd van genetisch determinisme, van het geloof
dat de hele ontwikkeling van een individu door de genen wordt bepaald.
Binnen het nature-nurturedebat nemen de deterministen een extreem
standpunt in. Het verwerpen van klonen van mensen op grond van uniciteit
van de mens is daarom discutabel. Wijzen op de uniciteit en de
waardigheid van de mens lijkt niet voldoende om een verbod op klonen te
rechtvaardigen.

 


DOORSLAGGEVEND argument tegen klonen mag zijn dat het niet in het belang
van een kloon is om kloon te zijn. Een kloon is ouderloos. Er zal
bovendien sterk op zijn ontwikkeling worden gelet. Lijkt hij al op zijn
donor? Het belang van het kind, geboren door een kunstmatige
voortplantingstechniek, wordt tegenwoordig steeds zwaarder gewogen. Ook
tegen het kunstmatige moederschap op hoge leeftijd, in Nederland
voorlopig beperkt tot 40 jaar, wordt als belangrijkste bezwaar
aangevoerd dat een puber weinig heeft aan een moeder van 70.

Maar is dit argument voldoende voor een wettelijk verbod? En wat moet de
sanctie zijn op een overtreding? Is de kloon, de maker of de donor
strafbaar? Een wettelijk verbod zet het denken en de wetenschap in ieder
geval niet stil. Waarom wordt niet gekozen voor een wettelijke regeling
in plaats van een verbod? Waarom mogen geen uitzonderingen worden
gemaakt?

Er zijn medische redenen denkbaar om te klonen. Een mogelijk voorbeeld
is het verwekken van een kind als beenmergdonor voor een oudere broer of
zus die aan leukemie lijdt. Een beenmergtransplantatie kan de enige
redding zijn voor een kind met leukemie waarbij chemotherapie geen
blijvende genezing biedt. Een beenmergdonor moet dezelfde kenmerken als
de ontvanger hebben om de transplantatie te laten slagen. Er zijn
kinderen verwekt om een potentieuml;le donor op de wereld te zetten. In
de Verenigde Staten is het geval bekend van een moeder van een
leukemiepatieuml;ntje die zwanger werd om een donor te krijgen. Na een
vruchtwaterpunctie bleek de foetus niet de goede eigenschappen te hebben
om donor te zijn, waarna de foetus werd geaborteerd en een volgende
poging werd gewaagd. Een kloon biedt uitkomst uit deze lijdensweg, als
tenminste duidelijk is dat de leukemie niet door een genetische
afwijking is veroorzaakt.

Voorstelbaar is ook het echtpaar dat na veel vergeefse pogingen via in
vitro fertilisatie eacute;&eacute;n kind kreeg dat op vierjarige
leeftijd slachtoffer wordt van een verkeersongeluk en op sterven ligt.
De vraag naar een kloon is dan snel gesteld. Een sluitende redenering
die tot een weigering leidt is moeilijk te bedenken. Het zijn altijd de
uitzonderingsgevallen die een nieuwe weg banen, ook in de medische
toepassingen.

 


DAT NEEMT NIET weg dat er grote problemen zullen rijzen rondom de eerste
menselijke klonen. Het schaap Dolly oogt gezond, maar over het beest is
niet bekend of zijn leeftijd beperkt wordt door het feit dat hij
voortkomt uit een lichaamscel die al zes jaar oud was. Hoe uitgebreid de
dierproeven ook zullen zijn, bij de eerste mens zal altijd onbekend
blijven of menselijke klonen gangbare sociale en intellectuele
eigenschappen zullen hebben. Mocht het tot menselijke klonen komen dan
zullen de eersten gedurende hun leven toch 'proefmensen' zijn. Daarin
verschillen ze overigens slechts gradueel van de eerste generatie
reageerbuisbaby's waarvan nu bijvoorbeeld met spanning wordt afgewacht
hoeveel ervan zonder technische hulp kinderen kunnen krijgen.

Een wettelijke regeling zou grote terughoudendheid moeten opleggen, maar
nu de kloonkennis eenmaal bestaat zou niet dan na een diepgaande
discussie tot een verbod moeten worden besloten.










