


Een onbegrijpelijk gat





DE SPRAAKVERWARRING is even groot als de tegenvaller bij de sociale
fondsen. Net nu het lekker gaat met het Rijndeltamodel en de schatkist
een meevaller van miljarden meldt, blijkt er een reusachtig gat te
bestaan in de sociale zekerheid. De bedragen en de beschuldigingen
tuimelen over elkaar. De enige zekerheid is dat niemand begrijpt wat nu
precies de oorzaken zijn - laat staan welke personen of instanties
daarvoor verantwoordelijkheid dragen.


Het gaat om drie grote uitkeringsmachines van de sociale zekerheid die
bestuurd worden door werkgevers en werknemers: het Tica
(arbeidsongeschiktheid, werkloosheid), de Sociale Verzekeringsbank (AOW,
Kinderbijslag) en de Ziekenfondsraad (Ziekenfonds, AWBZ). Bij elkaar
verstrekken ze jaarlijks zo'n honderdtien miljard gulden aan uitkeringen
en ze kijken aan tegen een gat van een slordige tien miljard gulden.
Hier doet zich de eerste vraag voor: welk bedrijf zou bijna tien procent
van zijn omzet kwijt kunnen zijn?

De sociale fondsen worden gefinancierd met een omslagstelsel: de premies
die jaarlijks geiuml;nd worden in de vorm van werkgevers- en
werknemersheffingen en via de eerste schijf van de inkomstenbelasting,
behoren de uitkeringen te dekken. Hier dient zich de tweede vraag aan:
waarom blijken er zulke grote inschattingsfouten over het volume van de
uitkeringen en de premieheffing gemaakt te zijn?

Iedereen overlaadt elkaar nu met verwijten. Het CPB heeft niet goed
gerekend, minister Melkert (Sociale Zaken) heeft slordige ramingen
gemaakt, de uitkeringsinstanties hebben de uitvoeringskosten van de
sociale zekerheid niet in de hand, op de vermogensreserves van de
fondsen is doelbewust ingeteerd, opportunistische politici hebben wegens
de koopkrachteffecten de premies jarenlang systematisch te laag
gehouden. Het is allemaal een beetje waar.

 


DE PARADOX VAN het Rijndeltamodel is dat een sterke banengroei gepaard
gaat met een groot reservoir aan mensen die afhankelijk blijven van
sociale uitkeringen. Voor een aanzienlijk deel is dat een
maatschappelijk gegeven, want bij een vergrijzende bevolking nemen de
AOW-uitkeringen (37 miljard gulden) toe en bij een uitbreiding van het
pakket van de collectieve ziekteverzekering stijgen de uitgaven van de
AWBZ en het Ziekenfonds. Maar het heeft ook te maken met
arbeidsmarktproblemen, die in een ander verband aan de orde kwamen bij
de recente discussie over de nieuwe Bijstandswet. Het blijkt nog steeds
heel moeilijk om langdurig werklozen of arbeidsongeschikten terug in het
arbeidsproces te brengen. De gesubsidieerde Melkert-banen voor mensen
die uit de bijstand stappen, dragen wel bij tot banengroei, maar niet
tot een daling van de werkloosheidsuitkeringen. Het succes van de
Nederlandse banenmotor is een zaak van goed opgeleide schoolverlaters en
herintredende vrouwen.

 


DE UITVOERDERS van het Tica, de SVB en de ZfR roepen nu om
premieverhoging om het gat te dekken. Alsof het zo gepland was blijkt er
aan de belastingkant een meevaller te zijn dankzij zorgvuldig
schatkistbeheer, waarmee de helft van het tekort van de sociale fondsen
zou kunnen worden weggewerkt. De lastenverlichting, waarover politici
enkele weken geleden nog hardop filosofeerden, dreigt aldus om te slaan
in een lastenverzwaring. Maar in een verkiezingsjaar waarin koopkracht
ongetwijfeld een rol zal spelen, is dat een onaantrekkelijk perspectief.

De duurzame oplossing is om de grondslag voor de premieheffing te
verbreden, dat wil zeggen niet de tarieven verhogen, maar het bedrag op
te trekken waarover de premies geheven worden door een verlenging van de
eerste schijf van de belastingen. En intussen zouden de
uitvoeringsorganisaties niet alleen naar hun tekortschietende inkomsten
moeten kijken, maar ook nog eens hun uitgaven kritisch moeten
doorlichten.












