


Onvoltooide revolutie





DAGELIJKSE DEMONSTRATIES in Belgrado, opstanden in Bulgarije, protesten
in de Albanese hoofdstad Tirana. In een aantal voormalige communistische
landen van Oost-Europa is deze winter de onvrede de straat opgetrokken.
Het gaat om politieke conflicten, maar de onvrede is ook ingegeven door
de economische achteruitgang, de gierende inflatie, de oorlogslasten en
de mislukte of nog niet eens begonnen economische hervormingen.


In de voormalige commando-economieeuml;n tekent zich een steeds grotere
verscheidenheid af. De veschillen per land worden groter en dat heeft
mede te maken met hun uitgangspositie en de voortvarendheid waarmee
hervormingen zijn doorgevoerd. Sommige landen bevinden zich op de weg
naar herstel. Andere landen worstelen met de erfenis van het verleden en
kampen nog steeds met economische achteruitgang. Overal hebben
individuen, meestal degenen met banden met het ancien reacute;gime,
geprofiteerd van de kansen die onvolledige hervormingen boden voor
schaamteloze verrijking.

Het is niet alleen een kwestie van geld. West-Duitsland heeft de
afgelopen zes jaar zo'n duizend miljard D-mark (ruwweg: ieder jaar het
bedrag van de Nederlandse begroting) in de voormalige DDR gepompt en
desondanks blijft de autonome economische groei in de oostelijke
deelstaten teleurstellen. Dat komt omdat gekozen is voor een harde munt
bij de hereniging en voor een snelle loonaanpassing. De meeste steun is
daardoor terechtgekomen in sociale uitkeringen, in consumptieve uitgaven
en niet in investeringen.

 




TUSSEN STABILISATIE, dat wil zeggen lage inflatie, en economisch herstel
bestaat een rechtstreeks verband. Tsjechieuml;, Polen, Kroati&euml;,
Albanieuml;, Macedoni&euml;, Slowakije en Sloveni&euml; hebben de
laagste geldontwaarding en vrijwel allemaal een behoorlijke groei. Het
andere uiterste vormen Servieuml;, waar de oorlog en de handelsblokkade
voor hyperinflatie hebben gezorgd, en Bulgarije, waar helemaal geen
hervormingen hebben plaatsgehad.

Maar ook in de min of meer succesvolle hervormingslanden doen zich
problemen voor, zoals bankcrises in Tsjechieuml; en deze week een
volksopstand in Albanieuml; omdat een piramide-schema van malafide
beleggingsfondsen in elkaar is geklapt. De markthervormers kampen nog
steeds met de uitdagingen van een wankele financieuml;le sector, de
herstructurering van de oude staatsconglomeraten en de opbouw van een
betrouwbaar juridisch kader. In de meeste landen bemoeilijkt een
voortdurende politieke machtsstrijd, vaak gegoten in een
nationalistische mal, het hervormingsproces. De oude nomenklatoera en de
robberbarons van het post-communistische kapitalisme voeren een
nieuwe vorm van klassenstrijd.

Voor de bevolking betekenen de trage hervormingen dat na de
aanvankelijke inkomensdaling het welvaartsherstel pas langzaam op gang
komt. Maar ook hierbij worden de historisch gegroeide verschillen tussen
landen onderling steeds groter. De relatief welvarende landen uit de
communistische tijd - Oost-Europa, de Baltische landen - verkeren in een
betere positie dan de Balkan-landen en grote delen van de voormalige
Sovjet-Unie.

 




DE ERFENIS van driekwart eeuw commando-communisme is met de
omwentelingen van 1989-'91 niet verdwenen. Nog lange tijd zal Europa te
maken hebben met de naweeeuml;n in de vorm van economische schokken en
politieke instabiliteit. Zoals de beelden uit Belgrado, Sofia en Tirana
dagelijks tonen.











