


Koerscorrectie





PARTICULIERE INFORMATIE is de bron van praktisch elk groot modern
fortuin, moet Oscar Wilde eens hebben gezegd. Tegenwoordig zouden wij
spreken van voorwetenschap. Deze vormt nog steeds een aantrekkelijk
inkomstenpotentieel maar is op de moderne effectenbeurzen volstrekt
taboe. Waarom wordt er eigenlijk zo moeilijk over gedaan? Volgens
sommige economen vormt voorkennis over koersgevoelige informatie in
directe zin juist een bijdrage aan de allocatieve efficieuml;ntie van
de markt. Deze neemt immers toe naarmate de informatie die in de prijzen
is verwerkt meer up-to-date is.



Kijken we iets verder dan de neus lang is, dan vormt voorwetenschap
echter een aanslag op het vertrouwen van beleggers. Deze blijven weg als
zij het gevoel krijgen dat opbrengsten meer te maken hebben met
informatie uit binnenkamertjes dan met analytisch inzicht of zelfs puur
geluk. Met alle gevolgen van dien voor de spilfunctie die de beurs heeft
voor bedrijfsinvesteringen en de financieringsbehoefte van de overheden.

OM DEZE REDEN heeft minister Zalm (Financieuml;n) in november een
wetsvoorstel ingediend om de strafbepaling over voorwetenschap verder
aan te scherpen. Een belangrijke aanleiding was de uitspraak van de Hoge
Raad in de zogeheten HCS-zaak, die er uiteindelijk toe leidde dat de
financier Joep van den Nieuwenhuyzen de dans ontsprong. Deze had na het
overeenkomen van een reddingsplan voor het noodlijdende computerbedrijf
HCS een groot pakket aandelen gedumpt met als gevolg een koersdaling.
Deze daling hielp de weg te effenen voor een nieuwe emissie; hoe lager
de koers, des te meer aandelen leverde de afgesproken kapitaalsinjectie
op.


,,Koersorkestratie'' was dit zeker, maar voor het delict ,,misbruik van
voorwetenschap'' is meacute;&eacute;r vereist: met name een direct
verband tussen de beurstransactie en het voordeel van de manipulator,
alsmede voorspelbaarheid van de koersbeweging. Dat de HCS-zaak strandde
was vooral zo zuur omdat de in 1989 ingevoerde strafbepaling - ondanks
een tussentijdse aanpassing om enkele technische knelpunten te
verzachten - nog geen enkele veroordeling heeft opgeleverd. Dat was niet
bij gebrek aan aangemelde zaken.


DE UITSPRAAK van de rechtbank te Amsterdam, gisteren in de zaak-Weweler,
laat zien dat na de HCS-uitspraak een herkansing voor de justitie
mogelijk is, al moet natuurlijk worden afgewacht of deze veroordeling
stand houdt bij een eventueel hoger beroep en cassatie. Zalm wil daarop
in elk geval niet wachten en stelt voor de wet op zeven punten te
wijzigen. Het voordeelscriterium en het voorspelbaarheidscriterium
worden beide geschrapt. Dit wetsvoorstel is fel aangevallen door de
gespecialiseerde advocaat Doorenbos, die vindt dat de bewindsman ,,blind
focust'' op verlichting van de bewijslast voor de justitie. ,,De balans
tussen rechtsbescherming en rechtshandhaving slaat volstrekt door''.


Op een aantal onderdelen heeft Zalm een richtlijn van de Europese Unie
aan zijn zijde. Dat is van belang omdat de internationale positie van de
Nederlandse beurs een belangrijke reden is voor de strafbaarstelling van
insider trading. Bovendien is de beperkte betekenis die de Hoge
Raad in de HCS-zaak inruimde voor het voordeelscriterium aanvechtbaar.
Wanneer de kopers hadden geweten dat de banken alleen bij een lagere
koers bereid waren mee te werken aan de steunoperatie, zouden zij de
aandelen die Van den Nieuwenhuyzen op de markt bracht, waarschijnlijk
niet hebben gekocht. De financier beperkte daardoor zijn nadeel.
Eigenlijk is dat ook een vorm van ongerechtvaardigd voordeel behalen die
in de strafwet thuishoort.

TOCH VALT NIET voorbij te gaan aan de kritiek dat de voorgestelde
wetswijziging het hart uit de strafbepaling haalt. Er bestaat een
verschil tussen misbruik en speculatie, tussen weten en gokken. Dit
onderscheid dreigt door de cumulatie van aanpassingen van de
strafbepaling geheel uit het zicht te verdwijnen. In het zojuist
uitgebrachte verslag gaan de Tweede kamerfracties echter klakkeloos
voorbij aan de principieuml;le vragen die het wetsvoorstel oproept.


Een extra reden tot bezinning over de voorgestelde koerswijziging is dat
de bestaande strafbepaling toch al een moeizame ontstaansgeschiedenis
heeft gehad. Ook in andere landen blijkt het strafrecht slechts beperkt
bruikbaar om het vertrouwen in de effectenbeurs te handhaven. Zouden
betere regels voor de openheid in het zakenleven niet meer zin hebben
dan het strafrechtelijk net alleen nog maar wijder uit te werpen? We
moeten vermijden in een situatie te komen, waarschuwde de
strafrechtsjurist Groenhuijsen na de HCS-uitspraak, dat er
meacute;&eacute;r wetswijzigingen over misbruik van voorwetenschap tot
stand komen dan succesvolle strafvervolgingen op dit terrein.











