Weinig aandacht voor kwaliteit vuurwerk
Door onze redacteur KAREL KNIP 
ROTTERDAM, 30 DEC. De Nederlandse
consument wordt over de chemische samenstelling van zijn vuurwerk in het
ongewisse gelaten. De overheid stelt zich min of meer garant voor
veiligheid en beperking van de overlast maar wenst zich niet met de
kwaliteit ervan te bemoeien. Ook consumentenorganisaties maken zich
liever druk over kip en tandpasta. Terwijl er toch, op zijn zachtst
gezegd, aan ondeugdelijk vuurwerk geen gebrek is en de consument in de
praktijk geen been heeft om op te staan als hij komt
klagen over een vuurpijl die wel omhoog ging maar niet zo mooi
uiteenspatte als hem was voorgespiegeld.
Wie maar vaak genoeg door vuurpijlen en zevenklappers voor gek is gezet
wil weten waarom vuurwerk soms faalt en of het
wenselijk is het voortaan dan maar zelf te maken. Je komt er niet gauw
toe, maar au fond is het een koud kunstje om vuurwerk te demonteren.
Uitzonderingen daargelaten stopt de Chinese vuurwerker zijn sas in
kartonnen kokers die hij wikkelt van een heel zware papiersoort, waarvan
hij alleen begin en einde verlijmt. Een stevige duimnagel is voldoende om het za
akje te ontrollen. Snijden of steken moet
worden afgeraden, angsthazen leggen hun vuurwerk eerst een nachtje in
het water. Het anatomisch onderzoek aan de 'Kanonslag Super II', een
zwaar maar klassiek rotje dat wordt geiuml;mporteerd door Schuurmans in
Leeuwarden, onthulde een verrassend geringe hoeveelheid buskruit (1,1
gram) dat stevig zat opgesloten tussen twee proppen brosse, rode klei.
De lont (totaal 9 centimeter) liep langs de voorste kleiprop dwars door
het kruit naar de achterste prop. Kennelijk om het weglekken van
kleikruimels te verhinderen is het rotje afgesloten met een aandoenlijk
papiertje dat de producent bekendmaakt: Red Lantern, China. Aan de
voorzijde (bij de lont) is het rotje krachtig en kennelijk machinaal
dichtgeknepen ('gewurgd'). Zo te zien een betrouwbaar
stukje vuurwerk.
Is zo'n rotje makkelijk zelf te maken? Zeker. Voor de proppen klei is
ook gips of stopverf te gebruiken. Nog makkelijker (en veiliger):
kurkjes vastlijmen in de papierwikkel. Het wurgen is niet nodig. Details
over de bereiding van buskruit vindt men in de oude naslagwerken (zie
eens de Britannica van 1910: vijf bladzijden
receptuur). De al fijngewreven bestanddelen worden met wat water verder
samengewreven tot een dik papje. Druk dat door een zeef en laat het
verder drogen of rol het uit met een deegroller. Na droging
fijnkruimelen tot gewenste korrelgrootte.
De technische bottle-neck is de betrouwbare lont. De kwaliteit van de
professional is niet te evenaren, dat staat vast, maar men kan zich
behelpen met rolletjes papier dat in een kaliumnitraatoplossing is
gedrenkt. Stevige katoen draden die door een buskruitpapje (met wat
lijm) zijn gehaald voldoen ook. De eigen klap voldoet hoe-dan-ook beter
dan de gekochte klap.
Verder! De Rocket parachute (Horse Brand, Dongguan) is een
bescheiden vuurpijl die een aardig lichteffect belooft. Ook hier is
ontleding kinderspel. De stabiliserende lat kan worden losgetrokken. Na
opening van de papierwikkel ziet men op een soort drietrapsraket. De
eerste trap lijkt sterk op het beschreven rotje, zij het dat dit nu aan
beide zijden een lont heeft (om de verbranding door te geven). In twee
van de drie gevallen bleek het pijpje kruit te zijn gebroken, of dat de
functie verhindert is onduidelijk. Als de lont aan de achterzijde
ontsteekt komt ook de tweede trap, een los schepje zeer grofkorrelig
buskruit, wel tot explosie. De kwade kansen beginnen vooral bij de derde
trap: een soort brandbare Apollo-capsule onder aan een verfrommeld
papieren parachuutje. De kans dat dit valscherm zich opent mag als nihil
worden beschouwd. Dat het de valsnelheid van de capsule nauwelijks
beiuml;nvloedt staat nu al vast. Van oudsher regelde de Nederlandse
overheid de vuurwerkmarkt in de Warenwet. Zonder veel ophef is het
Vuurwerkbesluit uit die wet drie jaar geleden overgeheveld naar de Wet
milieugevaarlijke stoffen, waar hij nog beter is verstopt dan voorheen
tussen het nachkledingbesluit en het soepbesluit. Maar na wat bladeren
in Schuurman  Jordens is, m&egrave;t het besluit, uiteindelijk ook de
nieuwe 'Regeling nadere eisen aan vuurwerk' weer teruggevonden. Compleet
met bijlagen die in detail beschrijven wat er technisch is toegestaan.
Veel is er zo te zien niet veranderd. Het voornaamste lijkt dat de
overheid de gemeenten voortaan niet langer de vrijheid geeft zelf te
bepalen wanneer er vuurwerk mag worden verkocht. Dat mag nu op niet meer
dan drie dagen voor het uiteinde, de zondag niet meegerekend. Nu het
Korps Controleurs is verdwenen berust het toezicht op transport bij de
inspecteur-generaal van het Verkeer.  Dat is het meest in het oog
springende. De nota van toelichting onderstreept dat de overheid
klappertjes niet als vuurwerk ziet en dat klappertjes dus ook aan
personen jonger dan 14 jaar mogen worden verkocht. Voor het overige
wordt vastgehouden aan het oude onderscheid tussen fop- en
schertsvuurwerk (zoals flitswatten, knalbonbons en ijsfonteinen), dat
ook aan veertienjarigen mag worden verkocht, en het serieuzere vuurwerk
dat overigens niet met ernstvuurwerk verward mag worden. De
leeftijdsgrens ligt er op 16 jaar.
Al te betuttelend is het Vuurwerkbesluit niet. Waar men op staat is dat
de explosies, de knallen, uitsluitend van ontploffend buskruit komen.
Per vuurwerkstuk mag daarvoor maximaal 2,5 gram worden ingezet. Maar
voor aandrijving en licht- en geluidseffecten mogen ook andere 'sassen'
worden gebruikt en de overheid laat de leveranciers daarin de vrije
hand, al verbiedt zij het gebruik van witte fosfor en zouten van
knalzuur. De vakliteratuur, zoals Ullmann's Encyclopedia of Industrial
Chemistry, meldt dat vooral luchthuilers (gillende keukenmeiden) heel
bijzondere, vaak gevaarlijke, sassen bevatten. Voor mooie lichteffecten
zijn sowieso meer stoffen nodig dan die van het buskruit. Elementen als
aluminium, strontium, barium en natrium.
De praktijk leert dat de Chinese vuurwerkers die het Nederlandse
kleinvuurwerk leveren ook voor aandrijfsassen buskruit kiezen, al zal
dat in detail wat afwijken van het kruit dat als knalsas dienst doet.
(Met kleine aanpassingen van de basisverhouding 75 : 15 : 10 tussen
kaliumnitraat, houtskool en zwavel is het poedermengsel voor
verschillende functies te optimaliseren.) Het komt erop neer dat de bulk
van het hedendaagse vuurwerk een brandbaar poeder bevat dat Europa al in
de Middeleeuwen kende en dat al rond 1650 zijn optimale mengverhouding
kreeg. Buskruit is goedkoop, niet giftig, stabiel en snel met water
onwerkzaam te maken. De veacute;&eacute;l gevaarlijker produkten die na
1780 werden ontwikkeld (met chloraten, perchloraten,
'nitro'-verbindingen als nitrocellulose en nitroglycerine of aluminium)
vindt men voornamelijk in klappertjes, sterretjes, trekbommetjes en
derbyplaatjes.
