Nederlandse handelsmissie naar Irak
Door onze redacteur GEERT VAN ASBECK 
DEN HAAG, 9 DEC. Het Nederlands
Centrum voor Handelsbevordering (NCH) gaat een handelsmissie organiseren
naar Irak. De Verenigde Naties geven naar verwachting Irak deze week
toestemming om de olie-export te hervatten.
Het NCH probeert bedrijven mee te krijgen in het kader van het olie-
voor-voedsel-akkoord tussen Irak en de Verenigde Naties. Het gaat om
bedrijven die kansen zien voor de export van voedingsmiddelen en
medicijnen naar Irak dat sinds de Goloorlog getrofen is door een
internationale boycot. Dit heeft dr. A. Boot, secretaris van de
Midden-Oosten afdeling van het NCH, vanochtend desgevraagd meegedeeld.
Het ligt in de bedoeling dat de missie, bij voldoende belangstelling van
het Nederlandse bedrijfsleven, in maart naar Bagdad reist. De missie
krijgt een low profile, om te voorkomen dat de omstreden Iraakse
leider Saddam Hussein politieke munt slaat uit de aanwezigheid van de
Nederlanders in Bagdad. Zo gaat er bewust geen Nederlandse bewindsman
mee en is het zelfs de vraag of er een officieuml;le delegatieleider
komt.
Het wordt de tweede missie die het NCH naar Bagdad organiseert sinds het
begin van de Golfoorlog zes jaar gelezen. Afgelopen maart namelijk nam
het NCH al een twintigtal Nederlandse agrarische bedrijven naar Bagdad
op sleeptouw. Irak mag binnenkort van de VN, als uitzondering op het
internationale handelsembargo, een half jaar lang voor 2 miljard dollar
aan olie exporteren. Tweederde van de inkomsten uit de export mag het
land gebruiken voor de import van voedsel en medicijnen ten behoeve van
de door de boycot getroffen burgerbevolking.
Het NCH heeft inmiddels inzicht in het verlanglijstje van Bagdad, de
lijst van produkten die Irak in het kader van het akkoord met de VN wil
gaan invoeren. Boot zal op basis van deze lijst Nederlandse
ondernemingen benaderen om mee te gaan. Vooruitlopend op de start van
dit olie-voor-voedsel akkoord maken een flink aantal Westerse bedrijven
nu al kwartier in Bagdad, zo blijkt uit berichten van de internationale
persbureaus. ,,De Fransen, Duitsers en Engelsen lopen in Bagdad de
deuren plat. Daarom is het goed dat we ons gezicht laten zien.'' Boot
erkent dat het NCH wat laat komt met de missie. Volgens hem was het
politiek echter niet opportuun om eerder af te reizen. De vorige missie
had in de pers wat negatieve aandacht gekregen, en ook politici hadden
zich niet in al te positieve zin uitgelaten over de reis.
