


Claim tegen commissarissen TCR overwogen






Door een onzer redacteuren 


ROTTERDAM, 16 NOV. De curatoren van het
failliete afvalverwerkingsbedrijf Tankcleaning Rotterdam (TCR) gaan
alsnog bekijken of zij schadeclaims zullen instellen tegen de voormalige
commissarissen.


Volgens de curatoren, mr. J. Mentink en mr. G.H. Gispen, blijkt uit
inmiddels verschenen rapporten over TCR dat de commissarissen ernstig
hebben gefaald.

Voordat zij besluiten de TCR-commissarissen tot een financieuml;le
genoegdoening te dwingen, achten de curatoren nog een nader onderzoek
nodig, zo schrijven zij in hun vijfde tussentijds verslag over het
faillissement.

Volgens Mentink en Gispen zijn er twee mogelijkheden. Of de
commissarissen zijn zich van het permanent overtreden van de
milieubepalingen door TCR bewust geweest, maar hebben pogingen nagelaten
om het bedrijf op het rechte spoor te brengen, ograve;f de
commissarissen zijn zich van die overtredingen niet bewust geweest. In
beide gevallen is er in de visie van de curatoren sprake van verwijtbaar
gedrag c.q. nalatigheid van commissarissen.

TCR ging begin vorig jaar failliet. De eigenaren, de drie gebroeders
Langeberg,
 en drie directeuren en stafmedewerkers zijn vorig najaar tot
gevangenisstraffen veroordeeld. TCR bleek op grote schaal verontreinigd
afvalwater in de Rotterdamse haven te hebben gedumpt en talloze malen
milieuvoorschriften aan zijn laars te hebben gelapt. De top fraudeerde
daarnaast met subsidieaanvragen en besteedde rijkssubsidie (in totaal
22,4 miljoen gulden) op onjuiste wijze.

TCR zelf had geen commissarissen, wel de beherend vennoten HBO Haven
Ontvangst Installatie Beheermaatschappij BV en Gebr. Langeberg Beheer
BV. Als commisarissen traden daar op P. Schwenke, E.H. Horlings, W.L.
van Schaik, K.J. Reinigert, de broers Langeberg en hun moeder.

TCR bewerkstelligde volgens de curatoren dat minister Kroes (Verkeer en
Waterstaat) haar eis introk dat een derde van de door het bedrijf te
bouwen havenontvangstinstallatie zelf gefinancierd diende te worden. De
minister deed dit, blijkens een onderzoek van de Algemene Rekenkamer, op
basis van door TCR verstrekte informatie die duidde op
liquiditeitsproblemen bij het bedrijf. De dienst recherchezaken van het
ministerie van VROM en de rijksaccountantsdienst hebben achteraf
vastgesteld dat de liquiditeitspositie van TCR eind 1985 niet ongunstig
was. ,,Onaannemelijk is dat commissarissen er niet van hebben geweten
dat het ministerie door TCR niet juist werd voorgelicht'', zo menen de
curatoren.

De TCR-commissarissen zullen volgens de curatoren ook moeilijk staande
kunnen houden niet medeplichtig te zijn geweest, althans niet op de
hoogte te zijn geweest van de laakbare bedrijfsfilosofie van TCR. Een
rapport van het Wetenschappelijk onderzoek- en documentatiecentrum van
Justitie heeft volgens hen overtuigend beargumenteerd dat TCR een
'criminele organisatie' was.











