Economische groei en werk centraal op G-7
Door een onzer redacteuren
DENVER, 23 JUNI. De zeven grote industrielanden (G-7) zijn het erover
eens dat economisch beleid niet alleen gericht moet zijn op groei, maar
nadrukkelijk ook op het voorkomen van sociale uitsluiting van groepen
mensen. Maar de Europese landen blijven met de Verenigde Staten van
mening verschillen over de omvang van het sociale stelsel.
Het onderwerp groei en werkgelegenheid stond centraal in het overleg van
de ministers van Financieuml;n van de zeven grote industrielanden (VS,
Canada, Japan, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannieuml; en
Italieuml;), waar Rusland niet aan deelnam. Ook in het beraad van de
staatshoofden en regeringsleiders werd er uitvoeriger over gesproken dan
in voorgaande jaren. Volgens premier Kok, die als fungerend
EU-voorzitter de top bijwoonde, ging de discussie er vooral over hoe een
,,balans tussen economische dynamiek en een sociaal systeem'' te vinden.
Bij de Europese landen bestond enige irritatie over de wijze waarop
president Clinton de Amerikaanse economische prestaties, waaronder een
lage werkloosheid, ten voorbeeld had gesteld. ,,Wij zijn niet bezig een
wedstrijd te houden tussen de Amerikaanse en Europese modellen'', zei
voorzitter Jacques Santer van de Europese Commissie. ,,Ons model is
gebaseerd op solidariteit, sociale cohesie en verwerping van sociale
uitsluiting.'' Eurocommissaris sir Leon Brittan zei dat de situatie in
de Amerikaanse binnensteden duidelijk maakt dat het Amerikaanse systeem
,,geen paradijs'' is.
De zeven industrielanden zijn het er blijkens de slotverklaring wel over
eens dat globalisering een ,,belangrijke motor'' is voor groei van de
wereldeconomie. Structurele hervormingen in een aantal landen zijn nodig
zijn om het creeuml;ren van banen te bevorderen. In
de verklaring worden met name Frankrijk, Duitsland en Italieuml;
genoemd als landen waar structurele barriegrave;res tegen het scheppen
van banen moeten worden weggenomen. Waar nodig moet ook de rol van de
overheid in de economie worden herzien en het belasting- en
socialezekerheidsstelsel worden aangepast.
De industrielanden zien een belangrijke rol weggelegd voor kleine en
middelgrote bedrijven bij het scheppen van banen. Binnen deze bedrijven
moeten volgens de slotverklaring meer mogelijkheden komen voor scholing
en onderwijs.
Op voorstel van Groot-Brittannieuml;, gastheer van de volgende top in
juni 1998, komen begin volgend jaar de ministers van Financieuml;n en
Sociale Zaken van de zeven industrielanden bijeen om meer concreet te
praten over groei en werkgelegenheid. Volgens de Britse minister van
Financieuml;n, Gordon Brown, moet ,,groei en sociale cohesie'' op de
top in Birmingham bovenaan de agenda staan. ,,We moeten de economie weer
terugbrengen in de top'', aldus Brown.
Tijdens het overleg in Denver werd uitvoerig gesproken over de gevolgen
van de vergrijzing voor overheidsfinancieuml;n, pensioenen en
gezondheidszorg. In samenwerking met de OESO en andere internationale
organisaties moeten deze aspecten nader in kaart worden gebracht.
