Groot overschot van  ING in verzekeringen
Door onze financieuml;le redactie
AMSTERDAM, 20 MEI. Bank en verzekeraar ING heeft ruim vier maal zo veel
eigen financieuml;le buffers voor de risico's in haar
verzekeringsbedrijf als de nationale toezichthouders in de verschillende
landen waar het concern actief is voor de verzekeringsbedrijfstak
verplicht stellen.
Het overschot van ING, dat tevens aangeeft hoeveel expansieruimte de
groep in verzekeringen heeft, bedraagt 19,4 miljard gulden. De
verplichte buffer voor verzekeringsrisicos's die ING van de
toezichthouders moet hebben bedraagt 6 miljard gulden, zo blijkt uit het
voorlopige prospectus voor Amerikaanse beleggers dat ING vanochtend
heeft gepubliceerd. Het prospectus effent de weg voor een notering van
de ING-aandelen op de effectenbeurs van Wall Street op 13 juni.
ING is de tweede grote Nederlandse financieuml;le instelling die op
korte termijn een Amerikaanse beursnotering wil. Deze week worden
aandelen van ABN Amro geiuml;ntroduceerd op Wall Street. Verzekeraar
Aegon is al langer in Amerika op de beurs genoteerd.
Omdat de Amerikaanse regels bedrijven bij een beursintroductie
verplichten meer informatie te verstrekken dan zij in Nederland moeten
vrijgeven, vermeldt het prospectus onder meer nieuwe informatie over de
buffers in het verzekeringsbedrijf en de geleden stroppen in de
kredietverlening van de bank.
De financieuml;le buffers in het verzekeringsbedrijf bepalen onder meer
de directe ruimte voor groei in het verzekeringsbedrijf. De
verzekeringsactiviteiten (onder meer Nationale-Nederlanden en RVS)
leverden vorig jaar 54 procent van de winst voor belastingen en dividend
van ruim 4,6 miljard gulden. Met name in Amerika loert ING al geruime
tijd op een substantieuml;le overname om haar activiteiten in sneller
groeiende marktsegmenten een impuls te geven. De beursnotering op Wall
Street kan daarbij een handje helpen doordat ING straks overnames in
Amerika niet alleen in contanten kan betalen, maar ook in de vorm van
eigen aandelen. Deze laatste betaling is voor Amerikaanse beleggers
fiscaal voordelig.
Uit het prospectus blijkt verder dat ING per eind vorig jaar voor een
bedrag van 4,7 miljard slechte leningen had uitstaan waarop de klanten
geen rente betalen of waarop zij een achterstand hebben bij de
rentebetalingen. Het bedrag komt overeen met iets meer dan twee procent
van de leningen aan bedrijven en banken. Ruim driekwart van de slechte
kredieten is verstrekt aan Nederlandse klanten. In de afgelopen vier
jaar jaar is het totale bedrag aan dubieuze leningen met minder dan 300
miljoen gulden gegroeid, terwijl bij ABN Amro juist een daling optrad.
Naast de slechte leningen had ING eind vorig jaar ook verstrekte
leningen van bijna 4 miljard gulden die als potentieuml;le slechte
leningen worden aangemerkt.
In 1996 heeft ING op de slechte leningen 543 miljoen gulden afgeschreven
omdat de lening oninbaar was geworden. Dat kwam overeen met 0,28 procent
van de gemiddelde portefeuille-kredieten. Dit percentage laat sinds
1993, toen een piek werd bereikt van 0,51 procent van de
kredietportefeuille, een gestage daling zien In tegenstelling tot ABN
Amro, die in haar prospectus voor het eerst een gedetailleerde opgave
gaf over de verdiensten in haar verschillende bedrijfsactiviteiten,
geeft ING op dit punt geen gegevens.
